Jonge mensen die zich aansluiten bij een kerk, hebben baat bij contact met ‘ervaren gelovigen’. Maar hoe breng je mensen die iets aan elkaar kunnen hebben, onderling in contact? Dick Wolters, missionair predikant in Amsterdam, vertelt over de mentorgesprekken in zijn Noorderkerk.
Hoe ziet mentoraat er in jullie gemeente uit?
‘Voor ons is het cruciaal om de belijdeniscatechisatie niet alleen te zien als het overdragen van kennis over het christelijk geloof. Met de catechisanten gaan we een proces van vorming aan. Zo willen we ze begeleiden op de weg die zij achter Christus aan willen gaan. Als predikanten helpen wij hen daarbij. We zijn dus zelf als mentoren aanwezig. We oefenen samen met gebed, de catechisanten stellen een leefregel op die hen helpt om gevormd te worden, en ook krijgen ze concrete opdrachten mee voor hun dagelijks leven.
Een van die opdrachten is om kennis te maken met onze gemeente waar ze nu formeel onderdeel van gaan worden door een gesprek met een van de gemeenteleden. Dit gemeentelid is vaak al wat ouder, heeft daardoor ervaring en wijsheid opgedaan in het geloof, en gaat met hen een gesprek aan over wat het betekent om deel te zijn van de gemeente. Het is geen start van een langdurige mentoraatsrelatie. Je zou het meer kunnen zien als een mentoraatsgesprek. Maar we zien dat het zich in een aantal gevallen ontwikkelt tot iets langdurigs. We krijgen er eigenlijk altijd positieve reacties op, zowel van de gemeenteleden als van de belijdenisgroep.’

Wie koppelt de catechisanten aan de gemeenteleden?
‘Mijn collega Johan Visser en ik doen dit, omdat wij als predikanten de belijdeniscatechisatie begeleiden. Doordat wij de koppeling maken, voorkomen we dat de catechisanten binnen hun bekende, veilige kring kiezen. Omdat wij lang met de catechisanten optrekken, krijgen we vaak een gevoel voor de specifieke vragen of worstelingen waar elke catechisant mee zit. Op basis daarvan kiezen we een gemeentelid. Het betekent niet dat er altijd een perfecte match is, maar er gebeuren geregeld mooie dingen.
Zo hebben we een jonge vrouw met een niet-gelovige partner gekoppeld aan een oudere vrouw in de gemeente, die getrouwd is met iemand die niet gelovig is. De gesprekken deden beide vrouwen goed. Ze willen hieraan vervolg gegeven door een kring te starten voor gemeenteleden zonder gelovige partner.
Een ander voorbeeld: een van onze catechisanten was een vrouw die opgroeide in een stevig reformatorische kerk. Ze had het geloof van haar ouders vaarwelgezegd en is de Noorderkerk weer betrokken geraakt. Het was merkbaar dat bepaalde vragen en manieren van geloof beleven uit haar jeugd de kop opstaken bij haar. Ik heb daar nauwelijks ervaring mee – ik weet niet wat het is om echt bang te zijn voor God. Daarom hebben we haar gekoppeld aan een gemeentelid dat uit hetzelfde milieu komt en die zelf Gods genade heeft leren kennen, maar die wel ervaren heeft hoe een ander godsbeeld als een soort angel in je leven kan zitten. Deze gesprekken waren ontzettend behulpzaam voor deze vrouw.’
Is het ongemakkelijk om dit te doen, voor de belijdeniscatechisanten of voor de kerkleden?
‘Wij hebben nog nooit een negatieve reactie teruggekregen. We vragen wel aan onze gemeenteleden of we ze mogen koppelen. Een enkele keer krijg ik dan de reactie: “Mijn agenda zit zo vol, het komt nu niet uit. Maar volgende keer ben ik graag van de partij.” We horen vooral terug: “Wat was dit gaaf, kan dit nog een keer?” Voor gemeenteleden is het nog op een andere manier waardevol. Een deel van onze belijdeniscatechisanten komen uit het studentennetwerk van de stad. Deze studenten zijn voor veel gemeenteleden best wel onbekend. Door deze mentoraatgesprekken wordt zowel het netwerk van de studenten als van de gemeenteleden vergroot.’
Hoe zou je hiermee kunnen starten in je eigen gemeente?
‘Het is echt eenvoudig. Toen ik predikant was in Vollenhove had ik vier belijdeniscatechisanten. Het is heel makkelijk om een paar mensen te vragen om in gesprek te gaan met deze catechisanten. Vaak hebben mensen een concrete aanzet nodig om met elkaar in gesprek te komen. Een vraag rond een belijdenistraject is daarom heel geschikt. Je moet het wel faciliteren en aanzwengelen in je gemeente.
Als het gesprek tussen generaties nog erg lastig is, kun je een cultuur kweken van wederzijdse verantwoordelijkheid in de gemeente. Een paar jaar geleden hebben wij bijvoorbeeld bij de start van het nieuwe kerkelijke seizoen alle namen van kinderen en jongeren op een briefje geschreven. De gemeenteleden trokken allemaal een naam uit de pot en hebben een seizoen voor het kind op het briefje gebeden. Daarmee heb je ze nog niet met elkaar in gesprek gebracht, maar je hebt al wel in het gebedsleven van de kerk geïntegreerd dat jongeren in de gemeente bij naam worden genoemd. Ik mag hopen dat daaruit iets voortvloeit.’
Tekst: Mette van Hell
Meld je onderaan deze pagina aan voor de kwartaalmailing ‘Twintigers’ van de IZB.
Meer weten over mentoraat? Kom dan naar de IZB-Toerustingsdag op 14 november 2026 met als thema ‘Metamorfose – over de geestelijke vorming van nieuwgelovigen’.