Predikanten breken zich het hoofd over: hoe breng ik de Bijbelse boodschap naar het nu? Jan-Willem Lankhaar vindt dat een onzinnige vraag. Hij pleit ervoor de hoorder juist naar de Bijbelse tijd te ‘parachuteren’. Een gesprek in de Utrechtse Jacobikerk met hem en zijn wijkpredikant Wim Vermeulen.
Dominee Wim Vermeulen kreeg in de zomer van 2025 een ongewone mail in zijn mailbox. Afzender: Jan-Willem Lankhaar, actief gemeentelid en jarenlang preekvoorziener. In de bijlage zat een heel uitgebreid essay over preken, vanuit het perspectief van kerkganger. ‘Ik was verrast door de omvang en de grondigheid ervan,’ zegt Wim Vermeulen over het document van zo’n 12.000 woorden, dat hij voor zich heeft liggen.
Het essay bevat onder meer 19 praktische adviezen, waar je het als predikant natuurlijk niet altijd mee eens hoeft te zijn, maar die wel prikkelen en tot nadenken aanzetten. Er volgden gesprekken en ze besloten samen een workshop te geven bij het preekfestival dat in het voorjaar van 2026 plaatsvond, met als thema ‘Terugpraten vanuit de kerkbank’. IZB-Areopagus zocht hen op, op een zonnige middag, om door te praten over een paar kernpunten uit het essay.

Jan-Willem, waarom is preken een onderwerp dat je dusdanig bezighoudt dat je er een essay over hebt geschreven?
Jan-Willem: ‘Ik zit vanaf mijn kindertijd op zondag in de kerk, ben grootgebracht met het geloof en ben in die traditie voortgegaan. Ik ging studeren, deed promotieonderzoek. Enerzijds ben ik overtuigd gebleven van de waarheid van het evangelie, maar anderzijds had ik ook de ervaring dat ik al bij de drempel van de kerk niet meer kon navertellen waar de preek over ging. Dat schuurde bij mij. Dat is een proces van zo’n twintig jaar geweest. Het zorgde voor verwarring, want ik was er niet gelukkig mee. Ik probeerde het onder woorden te brengen en daarbij heb ik het vaak op mezelf betrokken: kennelijk begrijp ik iets niet. Maar ik ben er gaandeweg van overtuigd geraakt dat het alles te maken heeft met bewuste keuzes bij de prediking. Andere keuzes zouden een heel ander effect kunnen hebben.’
Je pleit ervoor om de hoorder naar de tekst te brengen, in plaats van de tekst naar de hoorder. Dat klinkt eenvoudig. Wat bedoel je daarmee?
Jan-Willem: ‘Ik pleit ervoor niet zozeer de boodschap naar het nu te brengen, zoals preektrainer Paulien Vervoorn bijvoorbeeld bepleit, maar de hoorder als het ware in de schare rond Jezus te parachuteren. Dat heeft ermee te maken dat ik in de loop van de tijd een andere kijk op de Bijbel gekregen heb. Als je de context van iets kent, zoals bij een schilderij van Rembrandt, dan kijk je er anders naar. Je begrijpt het kleurgebruik. Zo ook met een Bijbelgedeelte.’
Hij zwijgt even. ‘Veel preken die ik heb beluisterd, benaderen de Bijbelse boodschap als iets tijdloos en proberen daar een boodschap voor nu uit te extraheren. Ik zou zeggen: houd het simpel en neem me gewoon mee in jouw zoekproces als predikant. Hoe ben je tot deze tekstkeuze gekomen? Wat valt je op? Daarmee kom ik als hoorder dichterbij de benadering die de predikant kiest, en daarmee ook dichter bij de tekst. En als een dominee er niet per se een bepaalde boodschap voor nu uit hoeft te halen, dan kan hij of zij ook weerbarstige teksten ruimte geven.’
Wim, herken jij het punt dat de context weinig aandacht krijgt in preken?
Wim: ‘Jan-Willems hoofdpunt snap ik wel. Zelf dacht ik dat ik juist wel aandacht aan die context besteedde, dus dat ik dat al doe. De kernvraag is volgens mij of je existentieel gelijktijdig kunt worden met een persoon uit de Bijbel, zodat er een soort horizonversmelting optreedt: het leven van nu raakt vervlochten met de verhaalwerkelijkheid. Ik leest Jan-Willems stuk ook als een pleidooi voor vertrouwen in de Schrift. Het kan heel krampachtig worden als je zo graag de relevantie van een Bijbelgedeelte voor het nu wilt laten zien.’
Details
Maar hij heeft ook bedenkingen bij sommige van de 19 adviezen waarmee het essay afsluit, geeft hij toe. Neem het advies om zo veel mogelijk context te geven bij een Bijbelgedeelte. ‘Als je zegt “neem mij mee in de tekst en de context van het verhaal”, dan kan dat snel een soort college worden. Veel predikanten zijn daar bang voor.’
Hij leunt achterover en kijkt even naar zijn gesprekspartner. ‘Ik ben dus wel benieuwd hoe je bijvoorbeeld kijkt naar een stuk uit de preek van afgelopen zondag. Daarin ging het over de tekst ‘Niemand heeft ooit God gezien’ uit 1 Johannes. Ik heb uitgelegd dat hij de evangelist tegen de achtergrond van de gnostiek bedoelt, een stroming waarin men ervan overtuigd was dat het mogelijk was God te zien, mits je tot de ingewijden behoorde. Is dat wat je bedoelt met het bieden van context?’
Jan-Willem: ‘Ja, ik denk het wel. Als ik als hoorder begrijp dat de schrijver een bepaalde polemiek had met iemand, dan worden ogenschijnlijk willekeurige teksten begrijpelijker. Ik besef dan dat de schrijver van een Bijbelpassage een mens als ik was.’
Hij is niet zo bang dat preken verworden tot een college, zegt Jan-Willem: ‘Wetenswaardigheden, bijvoorbeeld, zijn vaak ook echt het weten waard. Vreemde details kunnen een sleutel zijn. Waarom gebeurt de belijdenis van Petrus in Caesarea? Omdat in de plaats de keizercultus belangrijk is. Dáár stelt hij de vraag: wie is nu de echte Heer? Ik vind het fascinerend als dit in een preek uit de doeken gedaan wordt.’
Wim, lachend: ‘En daarom zeg jij: graag meer daarvan in de preek.’
Gevoelslaag
De adviezen in het essay komen voor de argeloze lezer soms wat stellig over, alsof elke preek zich rationeel laat ontrafelen. Jan-Willem: ‘Misschien heeft mijn neiging om de Bijbel zo exact te willen begrijpen te maken met het feit dat ik opgevoed ben met het besef dat het geloof heel het leven moet doortrekken. Als ik iets niet begrijp, is dat voor mij echt problematisch. Ik denk dat ik misschien daarom graag een connectie wil ervaren, als hoorder, als ik een preek beluister.’
Wim: ‘Ik vind het boeiend dat je dit nu benoemt, terwijl die diepere gevoelslaag in het essay niet zozeer naar voren komt. Zelf ben ik bezig met de vraag wat sacramentele prediking is: prediking die de hoorder raakt op een existentieel niveau en raakt aan een werkelijkheid die verder ligt dan de woorden, zoals een sacrament dat doet.’
Wim bladert wat door het document, dat voor hem op tafel ligt. ‘Wat ik ingewikkeld vind, is dat jouw stuk ergens ook het resultaat is van een praktijk in het protestantisme waarin iets is scheefgegroeid. De sacramenten zijn op de achtergrond gezet en de preek heeft een enorme nadruk gekregen. Ik ben daarom blij dat er zoiets bestaat als het leesrooster, dat geënt is op het kerkelijk jaar, en daarmee op het leven van Jezus. Daarmee wordt er een groter verhaal verteld, en is er telkens de existentiële gelijktijdigheid met Jezus’ leven.’
Commitment
In het onderwijs grijpen docenten regelmatig terug op wat er de vorige keer is behandeld. Predikanten doen dit vrijwel nooit, terwijl dit helpt om de stof te laten beklijven, is een van de adviezen die Jan-Willem geeft in zijn essay.
Jan-Willem: ‘Ja, dat viel me op vanwege mijn onderwijsachtergrond, namelijk dat elke preek een afgerond geheel is. Maak je dan eigenlijk de hoorder niet een beetje lui? Je zou meer commitment met de preek kunnen kweken, denk ik, door te zeggen: volgende week ga ik het hier- of daarover hebben.’
Wim: ‘Dit doet me denken aan wat ik van Henk Bakker geleerd heb, docent aan het Baptistenseminarie. In een artikel geeft hij het advies dat je preek onderdeel is van een driezijdig scheermes, waarbij het Bijbelgedeelte op verschillende manieren terugkomt. Op basis van de preek maak je een Bijbelstudie voor de week erop. Daarin kun je veel meer ingaan op de praktijk. Van tevoren leg ik een tekst waar ik over ga preken, regelmatig voor aan de deelnemers van een ouderenbijbelkring. Wat roept dit bij u op, vraag ik dan. Dat levert een aardig inkijkje op van een eerste lezing van een Bijbelgedeelte en dat helpt mij bij het maken van de preek. Ik denk dat Henk Bakker zoiets bedoelt met dat een preek niet op zichzelf moet staan.’
Zojuist liet je de term ‘sacramentele prediking’ vallen. Wat bedoel je daarmee? Op welk punt raakt dat aan wat we besproken hebben?
‘Augustinus maakt een onderscheid tussen teken en zaak, ‘sigma’ en ‘res’. Brood en wijn zijn symbool voor het lichaam en bloed van Christus. Die tekenen zijn meer dan zomaar iets, maar minder dan de zaak zelf. Op die manier ben ik op zoek naar wat voor soort taalhandeling de preek is. Wat maakt preken uniek? Het sacramentele betekent dat je laat doorschemeren dat de preek dienstbaar is aan een werkelijkheid die groter is dan de taal zelf. Dat raakt aan wat Jan-Willem benoemt in zijn essay. Ik noem dat die existentiële gelijktijdigheid, dat je tijdens het beluisteren van een preek over de slavin Hagar die is weggestuurd door Abraham, als het ware Hagar, die bij de put zit, zelf wórdt. Als dit gebeurt, is dat een gave van de Geest, maar je kunt er als prediker wel aan werken. De manier waarop je exegese doet kan daaraan dienstbaar zijn, maar ook de manier waarop je spreekt, je voordracht en je taal. Er bestaan heel losse preekstijlen, bij wijze van spreken als een praatje bij de patatboer, maar ik denk dat dit niet dienstbaar is aan dat sacramentele besef.’
Tekst: Nels Fahner
Het essay van Jan-Willem Lankhaar is hier te downloaden. Dit interview verscheen in de nieuwsbrief Company of Preachers van IZB-Areopagus.