Wat betekent het om iemand te dopen? Die vraag stelde Jurjen de Bruijne zich regelmatig als voorganger bij de Amsterdamse buurtkerk Hebron. Zijn ervaringen als pionier vormden de aanleiding voor zijn afstudeeronderzoek aan de Protestantse Theologische Universiteit. In de rubriek 'Geleerd - over actueel missionair onderzoek' bespreekt Iris Molenaar zijn onderzoek naar de rol van de gemeenschap bij inwijding in het geloof.
In zijn masterthesis 'Gemeenschap als inwijding' onderzocht justitiepredikant Jurjen de Bruijne wat er gebeurt als mensen zonder kerkelijke achtergrond betrokken raken bij een missionair-diaconale gemeenschap. Daarvoor bracht hij in een praktisch-theologisch onderzoek de missionaire plek De Ark in Amsterdam-Noord in beeld.
Bekering en mystagogie
De Bruijne begint zijn onderzoek met een achtergrondschets en theoretische analyse van missionair-diaconale presentieplekken. In deze gemeenschappen bestaat volgens hem verlegenheid rond klassieke zendingsthema’s als bekering en gemeenschapsvorming. Secularisatie werkt daarbij versterkend. Mystagogie wordt door De Bruijne aangedragen als mogelijke manier om 'transformatieve ervaringen' en processen van groeiende betrokkenheid bij presentieplekken te verstaan. Mystagogie kent de perspectieven van de mystagoog en de gemeenschap en van de myste (degene die wordt ingewijd) (p. 30-31). Eén van de taken van de mystagoog is het helpen verstaan van de ervaringen van degene die wordt ingewijd (p. 17). De Bruijne wil spreken over diaconale mystagogie: ‘Wil de kerk leren wie ze is dan moet ze diaconaat zien als een inwijding in het geheim van God’ (p. 18).
Interviews
Door persoonlijke verhalen van deelnemers en teamleden wordt de gemeenschap van De Ark in beeld gebracht. Het vormt een gastvrije gemeenschap waar mensen met diverse achtergronden aansluiting vinden. De Bruijne luistert in de interviews naar de context van De Ark en duidt zijn bevindingen met behulp van een begrippeninstrumentarium over mystagogie van Annemiek de Jong-van Campen. Daarbij is zijn verkennende vraag: ‘Waar in de groeiende betrokkenheid van deelnemers is sprake van mystagogie?’ (p. 32). Hij kijkt naar het mystagogisch aanbod van De Ark als presentieplek, maar ook naar de manier waarop dit ontvangen wordt, de receptie, dus hoe mensen daarop reageren.
Aanreiken, wekken en duiden
Uit het onderzoek blijkt dat er, in wetenschappelijke termen, 'processen van transformatie' gebeuren in de missionair-diaconale gemeenschap. Deelnemers hebben in meer of mindere mate de ervaring van verandering. 'Vanaf het moment dat mensen betrokken raken, gebeurt er iets' (p. 42). Ze vinden een thuis, komen in beweging of worden anderszins gevormd. Het begrip mystagogie brengt hierin gelaagdheid aan en helpt onderscheiden wanneer kan worden gesproken over mystagogie als proces van inwoning en omvorming. Volgens De Bruijne dragen de veranderingen die deelnemers meemaken 'het karakter van inwijding' (p. 49).
Teamleden blijken daarvoor belangrijk te zijn, maar de gemeenschap zelf is ook stimulerend. De teamleden zijn echter verlegen in het theologisch duiden van hun werk voor De Ark. Die verlegenheid klinkt ook in de verdere onderzoeksresultaten. ‘Een christelijk kader wordt vanuit De Ark nauwelijks actief overgedragen’, concludeert De Bruijne (p. 42). Het aanreiken van een christelijke visie en het wekken en duiden van spirituele ervaringen vormen samen het geheel van ‘mystagogisch aanbod’ (p. 31). Missionair-diaconale gemeenschappen blijken goed te zijn in het aspect van het wekken van spirituele ervaringen. Door verlegenheid zijn ze minder sterk in het duiden van die ervaringen en het aanreiken van een christelijke visie op de werkelijkheid. Daar ligt op basis van dit onderzoek een uitdaging.
Geestelijke begeleiding
In de samenvatting van zijn onderzoek schrijft De Bruijne: ‘Waar de receptie bij deelnemers groot is, ontbreekt vaak passend aanbod vanuit de presentieplek. Dat vraagt om een vernieuwde vrijmoedigheid in het gesprek over transformatieve ervaringen bij missionair-diaconale presentieplekken, en om verdere theologische bezinning op gemeenschap, bekering en de mystagogisch rol binnen deze context.’
Hij besluit zijn onderzoek met vier aanbevelingen voor de praktijk. Zo beveelt hij onder andere diaconale presentieplekken aan te investeren in de mystagogische vorming van teams, zodat zij transformatieve processen van deelnemers kunnen herkennen. ‘Een diaconale gemeenschap zonder een vorm van pastorale of geestelijke begeleiding loopt mank’ (p. 51).
Ook beveelt hij aan te luisteren naar de transformatieve ervaringen van deelnemers om nieuwe taal op te doen en zo na te denken over de betekenis van het evangelie in onze tijd. Het onderzoek van De Bruijne biedt waardevolle aanknopingspunten om het gesprek over de rol van mystagogie en inwijding bij missionair-diaconale presentieplekken voort te zetten en samen te bewegen van verlegenheid naar vrijmoedigheid.
Tekst: Iris Molenaar
Dit is de derde aflevering van de rubriek ‘Geleerd - over actueel missionair onderzoek’, in de nieuwsbrief voor voorgangers van de IZB. Lees hier de eerste aflevering, over de masterthesis van Rik Zwalua, en de tweede, over de scriptie van Bob van Meijeren.