Zoek

'Mythes zijn overal’

'Mythes zijn overal’
Interview met Robert-Jan van Amstel

Ds. Robert-Jan van Amstel was afgelopen seizoen een van de deelnemers van de Areopagus-leerkring ‘De magie van het geloof’, die dit najaar herhaald wordt. We zochten hem op in Putten, waar hij predikant is in de Gereformeerde Kerk binnen de PKN. ‘In het pastoraat en de kerkdiensten ervaar ik dat God een God is van schepping.’

24 juni 2026

Van Salvator Dalí tot Richard Wagner en van podcasts tot uitnodigingen om een vraag aan de dominee te stellen: wie het blog iBelieve van dominee Robert-Jan van Amstel bezoekt,  valt meteen op dat hij een brede culturele interesse heeft en nadrukkelijk online present wil zijn voor mensen die niet vertrouwd zijn met de kerk.

Het landelijke Putten baadt in zonlicht als ik hem opzoek in zijn pastorie. Kleurige kunst aan de muur, een piano, boeken op tafel. Hier woont een cultuurliefhebber. Bij een kop koffie spreken we door over de betekenis van mythen als betekenisvolle verhalen in het leven van mensen, zoals dat thema naar voren komt in ‘De magie van het geloof’, het boek van Kees van Ekris dat in 2025 verscheen. In de gelijknamige Areopagus-leerkring die in september weer start, worden predikanten uitgedaagd om op basis van een ontmoeting als het ware een hoofdstuk toe te voegen aan het boek. Van Amstel had in dat kader een bijzonder gesprek met een leerkracht op de school van zijn kinderen. Hij schreef er een beschouwing over in Confessioneel Credo en op zijn eigen website. Ook inspireerde het boek hem tot gesprekken met de kerkenraad en op catechisatie.

Van wie heb je het geloof geleerd, wie heeft invloed op je gehad?

‘Dominee Cor van der Velde is de eerste persoon die in mij opkomt. Hij was in mijn jeugd predikant in Huizen, in het Gooi, en in die tijd overigens ook actief voor het Confessioneel Gereformeerde Beraad. Ik was als tiener niet zo’n kerkganger; dat is meestal zo met pubers. Toen zei mijn opa: wij hebben een nieuwe dominee, kom eens luisteren als je wilt. Mijn ouders gingen niet meer naar de kerk. Toen hoorde ik een heel bevlogen, aimabele man op de kansel. Het ging ook heel sterk over Christus. Hij is toen ook nog bij ons thuis geweest. Het viel mij op hoe hij het verhaal van de Bijbel kon koppelen aan onze situatie. God kwam ter sprake en zo werd mijn interesse gewekt. Ik zag hoe hij catechese gaf en dacht: dat zou ik ook wel willen doen. Rond mijn 16e heb ik een roepingservaring gehad. Het is lastig om over zulke dingen te spreken. Een belangrijke gewaarwording is geweest dat Gods stem in een droom mij riep om Hem te volgen. ‘Waar gaan we heen?’, vroeg ik. ‘dat zul je wel zien’, zei Hij. Ik vertelde het aan mijn moeder, die er ontdaan van was dat ik dominee wilde worden. Een psychiater, dat kan, maar dominee? Ze heeft me vervolgens wel altijd gesteund.’

Je hebt op verschillende plaatsen gewerkt, in Amsterdam en Rotterdam, Barendrecht en het Drentse Beilen. Wat is het eigene van de context waar je nu werkt in Putten? Wat valt je op?

‘Of ik nu in de stad werk of in een dorp, de fundamentele vragen zijn hetzelfde. Wie ben ik? Wat is de zin van het leven? Waarom is er lijden? De oorlog heeft hier in Putten diepe sporen getrokken. In mei en in oktober, toen de razzia hier in 1944 plaatsvond, vinden herdenkingen plaats in het dorp en in de kerken. Het dorp is een vertelgemeenschap - ze is eigenaar van de verhalen en geeft die door aan nieuwe generaties. In mijn eigen prediking probeer ik telkens in te gaan op de grote vragen van het leven. De secularisatie is in de stad grotendeels al geweest. Wat ik in de stad zag, moet hier nog gebeuren, denk ik vaak: het geloof verliest relevantie en de rand van de kerk wordt groter. Ik probeer gemeenteleden daarop opmerkzaam te maken: als je iemand mist, maak dan contact. Laat dat niet aan de dominee of de ouderling over. Dat is ook lastig, want mensen kennen elkaar, ze laten niet altijd het achterste van hun tong zien. Een dorp heeft wel een eigen karakter. De Veluwe heeft een geschiedenis van eeuwenlang protestantisme, waarin de nadruk lag op Gods genade en rechtspraak. De ouderen in mijn gemeente herinneren zich die angst voor het oordeel van God nog goed. Putten heeft meer dan tien kerkgenootschappen. De Gereformeerde Kerk, die ik dien, heeft een open karakter. In het dorp is het beeld dat wij de ‘lichtste’ kerk zijn, ‘waar alles kan en mag’. We hebben een open blik, maar er wordt wel geloofd, in de kerk gaat het wel over Christus.’

Je zei zojuist dat in de stad de secularisatie al is geweest. Hoe bedoel je dat?

‘Veel gemeenten in stadswijken zijn in de afgelopen decennia veel kleiner geworden, maar er is een kern overgebleven. De mensen die er zijn, willen daar ook zijn. Hier in Putten zie je dat je het geloof voor steeds meer mensen niet zo relevant lijkt te zijn. Daarom zijn dit actuele vragen: waar is geloof zichtbaar in jouw leven? Waar is God in de onrust van de wereld? Als mensen mij zeggen ‘ik zie zo weinig van God’, dan vraag ik weleens of ik de vraag mag omdraaien: waarom zijn er zo weinig mensen van God?’

Je hebt twee kinderen op de middelbare school. Welke moderne mythes krijgen zij mee en hoe gaan ze daarmee om?

‘Door het boek van Kees van Ekris ben ik er echt op gaan letten. Dat heeft een zekere focus gegeven. Bij het avondeten heb ik aan mijn kinderen de vraag gesteld welk verhaal ze mooi vonden. Ze kwamen met de titels van kinderboeken, zoals het boek Koning van Katoren van Jan Terlouw. Ik ben met ze gaan kijken naar de videoclips die ze zien en ik vroeg: wat zie je gebeuren? Mijn zoon liet me zo’n clip zien: we zagen beelden van goudbehangen rappers en vrouwen die op auto’s gevleid liggen. De rappers hadden het over ‘bitches’ die hen moeten dienen. ‘Wat vind je hiervan?’, vroeg ik. ‘Eigenlijk niet goed’, zei hij, ‘want we zijn toch gelijk?’ Zo hadden we een gesprek over welk verhaal je meekrijgt. Een verhaal waarin een vrouw dienstbaar is aan de man, om hem te plezieren. Dat is mythevorming. Een andere mythe die eruit spreekt is dat alles mogelijk is als je geld hebt. Wil je zo leven? Daar hadden we het over. Zo zijn mythes overal.’

Hij brengt ze ook ter sprake bij mensen thuis, in pastorale gesprekken. ‘Dan stel ik bijvoorbeeld de vraag welk verhaal jou typeert. Welk verhaal is jou meegedeeld als richtinggevend, misschien ongemerkt? Dat kan een Bijbelverhaal zijn, of bijvoorbeeld het verhaal van de razzia. Veel mensen weten dan niet meteen precies wat ze moeten zeggen. Ze ervaren verlegenheid. Het boek van Van Ekris heeft me geholpen om ze te helpen daar woorden voor te vinden.’

Welke verhalen gaan met hemzelf mee? ‘Ik kom uit een ondernemersfamilie; familieleden van mijn vaderskant had een transportbedrijf, een bakkerij of een café. Dat is een belangrijk gegeven in de familie. Op een dieper niveau is ontheemd zijn en thuiskomen een rode draad in mijn leven. Verhalen die daarbij aansluiten zijn het Exodusverhaal uit de Bijbel en het verhaal van Parsival, waar Richard Wagner een opera over heeft geschreven. Het middeleeuwse verhaal vertelt over een ontheemde ridder die in contact komt met een heilige. Hij viert het avondmaal met andere ridders. Dat raakt hem, er vindt een omslag in hem plaats.’

Dat thema van ontheemding is voor zijn predikantschap ook richtinggevend. ‘Ik vind het belangrijk om als predikant gastheer te zijn, zodat mensen thuis kunnen komen bij God. Er is veel ontheemding in de maatschappij.’

Je verdiepte je ook in plaatselijke mythen, zoals het verhaal over het Solse Gat, een leemkuil in het bos tussen Garderen en Putten.

‘Ja. Daar zijn allerlei intrigerende verhalen over. Er zou een klooster zijn geweest waar slemppartijen werden gehouden. De monniken zouden zelfs een gouden kalf gemaakt hebben. Tot op vandaag de dag zouden daar geesten van monniken rondwaren. Er zit een waarschuwing achter die wortelt in het protestantisme: je ontvangt genade van God, maar als je die uitbuit, gaat het mis.’

Er zijn meer plaatselijke mythen met een dergelijke strekking. ‘Er is bijvoorbeeld een oud verhaal over een boer die een gouden kalf heeft gekregen van een kabouter. Het dier geeft geen melk, maar er komt goud uit de uiers. Zijn vrouw zegt: je moet onderzoeken waar dat goud vandaan komt. Ze slachten de koe en dan blijkt het binnenste te bestaan uit stenen en dor hout. Met andere woorden: als God je genadig is, wees daar zuinig op. Nog steeds zou die boer hier rondwaren. Nu ik dergelijke verhalen ken, ga ik anders wandelen door het bos. Henk Vreekamp heeft geschreven over de mythen van de Veluwe, de stilte die hier in de bossen hangt.’

Een prediker is ergens ook een ‘combattant’. Waar vecht je mee in je preken?

‘Waar ik echt mee worstel, is de relevantievraag, waar ik het al over had. Er zitten hier een paar honderd mensen in de kerk. Ze hebben allemaal hun godsbeelden, hun verhalen. Soms word ik door ongeloof overvallen. Wat doe ik daar nou eigenlijk, te midden van deze mensen? Waar licht God op met zijn licht? Huub Oosterhuis heeft het over ‘Gods ongeschapen licht’. Jezus zegt: Ik ben het Licht der wereld. Daar zoek ik naar, en als ik daar iets van ontwaar, kan mij dat een stuk lichter maken. Soms houd ik een preek die ik met hart en ziel heb voorbereid, en dan vraag ik me af wat ermee gebeurt. En soms zeg ik terloops iets, en dat blijft dan hangen. In 2016 ben ik overspannen geraakt. Ik was heel boos op God en op de kerk. Moet ik nog zevenentwintig jaar werken in een kerk waar het geen zier uitmaakt wat ik doe? Toen dacht ik dat het niet uitmaakte, nu geloof ik van wel. Mensen willen vieren, het geloof delen. Ook als het er hier misschien niet veel meer zijn, over dertig jaar, zoals op andere plaatsen is gebeurd. Ik beleef plezier aan initiatieven waarbij er gezamenlijk gewerkt wordt aan iets goeds, in de kerkenraad, bij gesprekskringen. De kerk is actief voor asielzoekers die tijdelijk op Nulde verblijven, in de bestrijding van armoede en eenzaamheid, in het jeugdwerk. Dat maakt het geloof ook relevant.’

Een rol van de prediker is ook die van benedictus. Op welke momenten voel je je gezegend als predikant? Wat is voor jou de ‘zegening’ van prediking en liturgie?

‘In het samen gemeente-zijn, door te vieren, te dienen en te leren. Een supervisor vroeg mij eens wat voor mij energie-gevende momenten zijn. Die momenten zijn voor mij vooral de pastorale gesprekken en de kerkdiensten. Daar ervaar ik dat God een God is van schepping. Er zijn momenten dat ik besef: hier wordt iets opgebouwd. Dat is belangrijk om te zien. We houden hier bijvoorbeeld Top-2000-kerkdiensten. Het is goed voor de onderlinge band om daar bijvoorbeeld samen teksten bij te zoeken. Dan zit de kerk vol met dorpsgenoten. Wij bieden wat aan en God gaat ermee aan de gang. En ook op minder mooie momenten kunnen we tot zegen zijn. Daar is God ook. Niet altijd alleen maar wanneer het lekker loopt, maar ook wanneer het schuurt.’

Wat heeft jou goede moed gegeven in die periode van burn-out?

‘Ik was echt op. Ik was snel boos. En ik besefte: het gaat gewoon niet goed. Toen heb ik mij ziekgemeld. De bedrijfsarts oordeelde dat intervisie niet voldoende zou zijn en dat het goed zou zijn om supervisie aan te vragen. Ik kwam bij Jean-Jacques Suurmond terecht. Hij heeft me geholpen om dingen klein en eenvoudig te maken. Het was een soort beeldenstorm, waarbij ik alles wat in de weg stond aan gruzelementen mocht slaan om te zoeken naar wie God zelf is. Het ging erom alles waar ik teleurgesteld over was, en het mensbeeld erachter, op te ruimen. Uiteindelijk heeft God me laten zien: hier ben Ik, in deze open vlakte. Het is als een tuin waar je al het onkruid uithaalt. Dat is heel fundamenteel. Mensen merkten op dat mijn preken veranderd waren. Ze zijn korter, meer to-the-point, eenvoudiger. Ik moest zelf eerst dingen opruimen, totdat God zichtbaar werd. Dat is heel bevrijdend geweest. In de eenvoud die ontstaan is, is Christus een heel duidelijk richtpunt voor mij. Het is als bij Mozes die het gouden kalf kapotmaakt: eerst moet dat verkeerde beeld kapot, voor je iets over God kunt zeggen. Ik gebruik tegen gemeenteleden soms het beeld van een levenstuin, om je levenshuis. Wat voor rotzooi ligt er allemaal in je tuin die je niet nodig hebt? Dat is misschien ingewikkeld om te onderzoeken, maar ook bevrijdend.’

Tekst: Nels Fahner

Het blog van ds. Robert-Jan van Amstel is hier te vinden. Meer info over de leerkring ‘De magie van het geloof’ die vanaf 15 september start, vind je hier.

Documenten

Wil je op de hoogte blijven van ons werk?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief met elke maand inspiratie, verhalen en de laatste ontwikkelingen.

Inschrijven Meer informatie

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 3 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 4 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Tracking 3 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden