Nico van Splunter schreef een column over zelfreflectie, bij een stille tocht. 'Misschien heb ik te veel weggekeken van jongeren voor wie het leven geen uitdagende markt-van-mogelijkheden is, maar een doolhof zonder uitgang.'
Onlangs was er een stille tocht in de wijk waar wij wonen. Die werd gehouden vanwege een jongen die om het leven was gebracht. Hij was op het verkeerde pad gekomen en moest nu met zijn jonge leven de hoogste prijs betalen.
Er waren ballonnen tijdens de tocht. Die wiegden zachtjes boven de hoofden, wit tegen een grijze lucht. Symbolen van hoop en verbondenheid. Van samen omhoogkijken, terwijl ons hart naar beneden zakt. En ik was er ook, ergens onder die plastic ballonnenwolk. Uitgenodigd als ‘buurtpastor’.
Ik keek omhoog en zei niets. Niets over de latex in bomen, niets over de bende afval die in de uren na zo’n herdenkingstocht op aarde neerdaalt. Niets over PFAS of microplastics en de schade aan mens en dier. Dat werd mij niet in dank afgenomen, zo bleek. Een omstander maakte het mij en de twee tienermeiden uit de wijk die de tocht hadden georganiseerd bijzonder duidelijk dat dit niet de bedoeling was, veel te slecht voor het milieu. Zijn reactie bracht een schuldgevoel naar boven bij me, maar niet over het punt wat hij had gemaakt.
Schuld
Meestal heb ik mijn woordje wel klaar over ‘zorg voor Gods goede schepping’ en ‘verantwoorde keuzes maken in je dagelijks leven’. Maar nu zweeg ik. Niet omdat het me ineens niets meer kon schelen. Maar omdat ik weigerde het verdriet van ouders, vrienden, broers en zussen te kapen voor mijn gelijk.
Er is een tijd om te waarschuwen. Er is een tijd om te zwijgen. Tijdens een stille tocht is de straat geen debat-arena, geen podium voor groene principes. Wie dan begint over duurzaamheid, kan honderd keer gelijk hebben - op het verkeerde moment. Er is ook nog zoiets als fijngevoeligheid. Dus zweeg ik. En dat zwijgen vind ik, ook nu, in de terugblik, de juiste houding.
Maar laat ik nu dan spreken. Want mijn echte schuld ligt dieper dan een tros ballonnen. Mijn mea culpa gaat niet over wat ik daar níét zei. Het gaat over wat ik jarenlang níét deed. Ik heb kansen gehad. Een veilig thuis. Goed onderwijs genoten. Ik had een netwerk dat deuren opende nog vóór ik aanklopte. Ik ben geboren met vinkjes die mij moeiteloos door de systemen loodsen die anderen vermalen. Misschien heb ook ik wel te veel weggekeken van jongeren voor wie het leven geen uitdagende markt-van-mogelijkheden is maar een doolhof zonder uitgang. Jongeren die opgroeien in armoede. In huizen waar het behang is opgetrokken uit schimmel en stress. Die in een wijk wonen waar verveling geen fase is, maar een dagelijkse voedingsbodem. Waar zinloosheid zich vermomt als stoerheid. Waar de parallelle criminele wereld de enige plek lijkt waar je wél meetelt en carrièrekansen hebt.
Veilige wereld
Ik heb de cijfers gezien. De rapporten gelezen. De incidenten betreurd. En daarna ben ik maar al te vaak weer overgegaan tot de orde van de dag. Naar mijn agenda. Mijn prioriteiten. Mijn veilige wereld. En dat, dat is mijn schuld.
Die ballonnen zijn niet het grootste probleem. Ze zijn slechts een signaal. We uiten ons verlangen om iets tastbaars te doen in een wereld die ons ontglipt. We laten te vaak los wat we slechts met moeite kunnen vasthouden. Maar als we dat toch eens zouden proberen? Die jongen die uitvalt op school. Dat meisje van 16 die zwanger werd van haar ex-vriendje. De scholen die we voorbijfietsen omdat die voor onze eigen kinderen niet goed genoeg zijn. De mensen uit de wijk die we - natuurlijk: ‘Goedemorgen, fijne dag!’ - wel mooi voorbijlopen omdat ze niet in onze bubbel zitten.
Duizend excuses dus. Ik vraag vergeving … Niet omdat ik zweeg over ballonnen. Maar omdat ik te vaak zweeg waar ik met mijn stem, mijn positie en mijn privileges verschil had kunnen maken. Dat zwijgen wil ik doorbreken. Voor de jongeren. Voor de wijk. En ik hoop - God, wat hoop ik het - dat als méér mensen zich daarnaar gaan uitstrekken, er minder stille tochten nodig zijn. Minder witte ballonnen. Meer verbinding.
Nico van Splunter is buurtpastor in Rotterdam.