De preek, hoe protestants wil je het hebben? De preek als kern van de zondagse eredienst, als gespreksonderwerp onder de koffie, en als geliefd object om op te mopperen. Hoe staat het ervoor met de preek? En houdt de dominee het nog een beetje vol?

Veel predikanten kunnen wel een hart onder de riem gebruiken als het om preken gaat, want goed preken is een vak, er komt veel bij kijken. Voor hen en voor anderen die regelmatig op de kansel staan, is er in september dit jaar een Preekfestival. Een van de organisatoren is Areopagus, centrum voor contextuele en missionaire prediking, onderdeel van de IZB. Kees van Ekris is programmaleider van Areopagus en predikant van de wijkgemeente ‘Bethel’ in Zeist.

Wat is het eigenlijke van een preek?

“Een belangrijk aspect van een preek is dat de Bijbel erin wordt uitgelegd. En dat op zo’n manier dat je contact krijgt met wat er in de Bijbel gebeurt, wat er in de tekst staat die behandeld wordt. Als je dat kunt ontsluiten in taal en voorbeelden van nu, dan kan er iets krachtigs gebeuren. Sinds de Reformatie zit er bovendien een sterk didactisch element in de preek, daarom is een opleiding ook zo belangrijk. De prediker moet Grieks en Hebreeuws kunnen lezen om de Bijbel goed te kunnen ontsluiten.”

Hoe kan een predikant een preek houden voor de hele gemeente? De een zit te wachten op kennisoverdracht, de ander wil juist geraakt worden.

“De dominee kent de gemeente waarvoor hij of zij preekt, en hij kent dus ook de overeenkomsten die er zijn in de gemeente. Omgekeerd kun je ook common ground máken, de gemeente kan immers ook één worden door de woorden. Iets van de preek leren en tegelijkertijd geraakt worden sluit elkaar bovendien niet uit. Geraakt willen worden, kan staan voor een behoefte aan diepere kennis, aan behoefte aan contact met God. En kennis kan ook ‘bevindelijke kennis’ worden, dat is een andere vorm van geraakt worden dan oppervlakkige emoties.”

De preek lijkt springlevend, als ik de aankondiging van het Preekfestival lees. Is dat ook zo?

“Ja, ik vind van wel. We hebben behoefte aan een goed woord. Ik sprak laatst iemand die vertelde van slag te zijn na een slechte preek, juist vanwege die behoefte. Juist als een goed woord niet gebeurt, merk je hoezeer je het nodig hebt. Maar dat de preek springlevend is, wil niet zeggen dat het allemaal goed gaat. Ik merk dat predikanten maar zeker ook de toehoorders onder druk staan rondom de preek. Het moet origineel zijn, flitsend, praktisch. De prediker moet veel ‘geven’, de hoorder moet veel ‘beleven’. Bij Areopagus proberen we zowel de ‘sprekers-kant’ als de ‘hoorders-kant’ aandacht te geven. Wat mij betreft is deze thematiek overigens een urgent aandachtspunt voor heel de kerk. Ik zou het niet vreemd vinden als de landelijke kerk hier veel forser aandacht voor ontwikkelt.”

De toehoorders ervaren niet altijd hoe hoog de druk kan zijn op de predikant, meent Van Ekris. ”Er wordt wat afgemopperd op de preek, rechtstreeks en via de mail. Ik zou graag het bondgenootschap tussen de dominee en de toehoorders van de preek willen herstellen. De preek is een kwestie van geven en nemen. Soms zit er niet iets voor jou bij, maar wel voor anderen, voor jongeren of juist voor ouderen. De preek kan ook niet altijd ‘smashing’ zijn. De hoorders leven in een maatschappij waarin het snel moet. Concentratie en geduld worden steeds schaarser, maar er zijn wel erg grote verwachtingen.”

De predikant moet op zijn/haar beurt ook zelf reflecteren: heb ik wel contact met mijn hoorders, weet ik wat er leeft, ken ik hun leven?

“Het mooiste zou zijn een goed geestelijk gesprek te voeren over de preek”, zegt Van Ekris. “Maar in veel gemeentes is dat te spannend, omdat er veel negativiteit kan loskomen ten aanzien van de predikant. Ook in kerkenraden kan er soms bot gereageerd worden. Het is daarom dat ik pleit voor zo’n bondgenootschap. Dat kan zorgen voor wederzijds vertrouwen, voor fijngevoeligheid, en voor onderlinge liefde.”

De kerk bevindt zich niet op een eiland, de hoorders van de preek leven in een gepolariseerde samenleving, op het werk heerst vaak een competitieve sfeer en overal worden mensen aangesproken als consument. De gemiddelde spanningsboog is daarnaast laag, je concentreren op iets wat je niet meteen aanspreekt of begrijpt, is voor veel mensen een brug te ver. Dit alles heeft gevolgen voor het luisteren naar de preek, meent Van Ekris. Hij heeft daarom naast ideeën voor de predikant, ook aanbevelingen voor de hoorders van de preek.

“Waar leer je nog luisteren? Hoorders moeten zich erin oefenen langer te luisteren, en om door te zetten als het even niet interessant is. Wat daarbij helpt, is een goede liturgie die je inleidt in zo’n luisterhouding.”

Kan dat nog wel, als die liturgie een amalgaam is geworden van stijlen, van Opwekking naar een psalm in de oude berijming naar een filmpje voor de kinderen? Hoe kun je in zo’n potpourri naar een luisterhouding toegroeien?

“In veel gemeentes lijkt de liturgie op, zoals ik iemand hoorde zeggen, ‘pepernoten strooien’ zodat er voor elk wat wils is in de liturgie. En compromissen zijn soms wijs. Een lied uit Opwekking hoeft niet te botsen met een psalm of een hymne uit Taizé. Waar het om gaat: ontwikkel je als gemeente een duidelijke visie en een gezamenlijk bewustzijn op wat liturgie is. Durf je daarom ook nee te zeggen op wensen die daarin niet passen? Ik vind bijvoorbeeld dat je voorzichtig moet zijn met visuele prikkels. Er is rust nodig, geen beeldbombardement. Dat beschadigt de geest en de ontvankelijkheid. Er moet ruimte zijn voor inkeer en stil worden, daarvoor is het nodig dat er lijn in de liturgie wordt aangebracht. Ik heb de indruk dat het laatste een beetje ondergesneeuwd is geraakt. Je ziet vaak twee houdingen: conservatisme dat alles wil houden zoals het is, en veranderpaniek omdat je de jongeren kwijtraakt als je niet meteen alles overhoop gooit. Maar kwaliteit en rijpe vormen houden het het langste uit. Neem de evensong, maar ook Taizé, dat een trage traditie is die goed kan verbinden, waarmee veel jongeren zich verbonden voelen.”

Is preken een ambacht? Kun je het leren, of hoef je er niet aan te beginnen als je niet ook een beetje een theaterdier bent?

“Een dominee moet vooral zijn eigen profiel helder hebben: wat kan ik wel en wat niet? Er valt vaak veel te doen aan stem- en taalgebruik, performance en houding. Ook als de kracht van een predikant vooral op het pastorale vlak ligt, denk ik dat dat ontsloten kan worden in prediking. Individuele coaching kan ook een goed idee zijn. De vraag is alleen of de predikant daarvoor openstaat, feitelijk en mentaal. De agendadruk is hoog en coaching vraagt veel tijd. Daarnaast heeft een predikant veel meer taken, zoals missionair werk en gemeenteopbouw. Aan de andere kant zou de preek wel prioriteit moeten hebben. De eredienst op zondagmorgen is een concentratiepunt van de gemeente, daar wil de Geest de Schrift openen en spreken, en dan kan er veel gebeuren.”

Voor een individueel coachingstraject is het nodig dat een predikant kritisch naar zichzelf kan en wil kijken, stelt Van Ekris. “Het is een leerproces dat je moet willen aangaan. Hierin kan de kerkenraad ook een rol in spelen. De predikant tijd en ruimte geven voor de preek, het ambt van de predikant hooghouden, voor hem of haar bidden, vertellen wat gebeurt onder de preek, aanmoedigingen erin te investeren.”

Ineke Evink

Overgenomen uit: opinieblad CW

Over het Preekfestival

Dinsdag 17 september is de binnenstad van Amersfoort het decor van het eerste Nederlandse ‘Preekfestival’, een dag vol inspiratie en ideeën, studie en bezinning voor voorgangers en theologiestudenten. Het festival wil predikanten aansporen zich met enthousiasme en overgave te wijden het wekelijkse preekwerk.  De organisatie is in handen van een werkgroep met vertegenwoordigers van de Protestantse Kerk in Nederland, Areopagus/IZB, de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen/Amsterdam), de theologische universiteiten van Apeldoorn en Kampen, Preekwijzer/KokBoekencentrum en de Bond voor Nederlandse predikanten.

Het festival richt zich primair op predikanten en voorgangers, theologen en theologiestudenten uit alle protestantse denominaties in ons land. Ook theologisch-geïnteresseerde leken zijn welkom. Het Preekfestival begint met een plenaire bijeenkomst van 10.30-11.30 uur, in de St. Joriskerk in Amersfoort. Daarna vindt de eerste ronde workshops plaats, in de kerken en kapellen in de Amersfoortse binnenstad, op loopafstand van elkaar. Slotbijeenkomst: 19.30-21.00 uur, St. Joriskerk, Amersfoort.

Workshops zijn onder meer Prediking en de spiritualiteit van de predikant, Prediking en cultuur, Preken die jongeren raken, Theologie en verbeelding in preek, Preek en retorica, Prediking als gemeenteopbouw, Wat doet het ambt met je?, Prediking als een gooi naar de ziel, Theologiseren met kinderen, Performance van de preek, en Storytelling.

Het Vocaal Theologen Ensemble onder leiding van Hanna Rijken komt zingen en in de wandelgangen is een fringeprogramma, met stand-up bijdragen, gesproken columns, etc.

Kosten

Een all-in ticket voor de gehele dag bedraagt € 35, inclusief twee tegoedbonnen voor koffie/thee. Studenten theologie (WO)/HBO)  hebben gratis toegang, maar dienen zich wel aan te melden.

www.preekfestival.nl

 

 

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief