De missionaire activiteiten vanuit de Maranathakerk (Rotterdam-Zuid) in de wijk Katendrecht krijgen een doorstart. Johan Bos werkt er bij de missionaire pioniersplek van de IZB en de Protestantse Kerk in Nederland.

‘Eenzaamheid is een groot probleem’ zegt Johan, terwijl hij zijn blik laat dwalen langs de tafeltjes. ‘De meeste mensen die hier zitten, eten anders alleen.’ Het is druk bij de wekelijkse open maaltijd van de missionaire pioniersplek De Echo en de maatschappelijke stichting House of Hope. Zo’n 50 bezoekers doen zich te goed aan een drie-gangen-menu. De man bij ons aan tafel zit in de schuldsanering en moet rondkomen van 40 euro per week. En dan is een gratis warme hap zeer welkom.

We zijn, zoals ze dat hier zeggen, ‘op Katendrecht’. Voor Rotterdammers staat dat zo ongeveer synoniem aan de hoerenbuurt en Chinatown. Decennialang had Katendrecht de status van probleemwijk. Aan de andere kant van de metrolijn waar we vanuit de eetzaal op uitijken ligt de Afrikaanderwijk, een multiculturele buurt met veel Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen.

Vanaf het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw zijn in Katendrecht missionaire activiteiten ontplooid, vanuit de Maranathakerk in Rotterdam-Zuid. Al snel na de start ontstond er een kleine gemeenschap, met wekelijkse zondagse samenkomsten. De ‘mini-gemeente’ staat aan de basis van de nieuwe missionaire pioniersplek, waar Johan Bos 16 uur per week als pionier aan verbonden is, voor de coördinatie van missionair pastoraat, inloopavonden en kinderwerk.

‘Die brug noemden ze toch vroeger ‘De Hoerenloper’?’ De oudere dames aan een iets te klein tafeltje verslikken zich bij die vraag bijna in de aardappels.  ‘Ik zeg liever: ‘dames van plezier…’, begint een van hen. Ze zijn alle drie weduwe, hebben hun leven lang op de binnenvaart gewerkt. ‘Totdat mijn man hier aan wal een job kon krijgen, als brugwachter’, zegt de ander.

Johan is intussen weer een tafel verderop. Een man in een rolstoel zou graag een potje met hem dammen. Een energieke man met felle ogen stelt zich voor als kickboxer en ondersteunt die mededeling met dreigende armgebaren. ‘Kijk eens hoe lang ik op één been kan staan…. Sorry, het was niet de bedoeling je een knietje te geven.’

Veluwe

Johan Bos (52) is een rasechte Rotterdammer. ‘Het eerste wat ik zag was De Kuip’, vertelt hij, ‘ik ben geboren in Hillesluis in een rood nest. Onkerkelijk, al ging ik wel naar de zondagsschool. De kinderen die daar kwamen waren voor het merendeel uit onkerkelijke gezinnen.’ Johans ouders scheidden toen hij 5 jaar was; zijn stiefvader had ook weinig met kerk en geloof.

Dat veranderde toen hij voor een stage op de middelbare agrarische school op kamers ging wonen, in Lunteren. ‘De buren van het kostgezin waren christelijk. Gastvrije mensen, ik at er regelmatig mee. Op een gegeven moment vroegen ze of ik niet eens mee ging naar de kerk. Ik had er geen enkele feeling mee. Maar op de een of andere manier, ik weet niet hoe, raakte het me. En ik herinner me die buren; ze hadden veel meegemaakt, een zoon verloren, en waren daardoor niet verbitterd geraakt. In plaats van dat ze het geloof vaarwel zeiden, putten ze er kracht uit. Dat boeide me.’

Zijn ‘Veluwse periode’ heeft hem veel gebracht, zegt Johan. Hij deed er belijdenis, hij vond er zijn vrouw. ‘Ik heb er ook veel geleerd, aan bijbeluitleg en liefde voor de kerk.’

Na een aantal jaren werk bij de rijksoverheid besloot hij te gaan studeren aan de Christelijke Hogeschool Ede. Daarna keerde hij terug naar Rotterdam, als kerkelijk werker. Eerst in IJsselmonde, daarna in Pendrecht. Hij combineert dat werk nu met zijn pioniersfunctie bij De ECHO. ‘Achteraf zie ik daar de hand van God in. Die hele omweg via de Veluwe was nodig om me hier te brengen.’

Eén van de gasten aan tafel schiet hem aan – ze halen een herinnering op aan de kerstmaaltijd. Johan: ‘Het thema was: ”Laat je verrassen”. Ik had een enorme doos bij me. Bij de eerste aanblik leek het alsof er niets van waarde in zat, maar uiteindelijk kwam er een klein kribje uit, zo groot als een euro. Dat was de boodschap: het ziet er onooglijk uit, maar het is van grote waarde.’

Yuppen

De ECHO verzorgt kerstvieringen samen met House of Hope, maar waakt ervoor dat het te massaal en te onpersoonlijk wordt. ‘In onze eigen viering alleen al kwamen minstens honderd bezoekers.’ Even verderop in Katendrecht is de pioniersplek ‘Kerk op de kop’. Zitten de initiatieven elkaar niet in de weg? ‘Nee’, zegt Johan. ‘De wijk is de laatste jaren sterk aan het ‘ver-yuppen’; de andere pioniersplek richt zich op de middenklasse en de beter gesitueerden Het merendeel van de mensen waar ik contact mee heb, kampt met psychosociale problematiek, Werkloosheid, verslaving, suïcidaal gedrag; het zijn mensen die proberen te overleven, aan de onderkant van de samenleving. Ze hebben mijn hart geraakt. Ik waardeer hun openheid en eerlijkheid. Ze zeggen zonder enige schaamte recht voor z’n raap wat ze vinden en denken. Laatst vertelde een vrouw in de samenkomst over het plotselinge overlijden van haar oom. ‘Hij pleurt zo ineens dood.’ Dat ongepolijste spreekt me aan.’

In de beleidsstukken van ECHO wordt de hoop en verwachting uitgesproken dat de geloofsgemeenschap in de komende jaren zal groeien tot ca. 50 betrokkenen. Dat de meesten van hen afkomstig zullen zijn uit een ‘kwetsbare doelgroep’ is een aandachtspunt. Dat is van later zorg, lijkt Johan Bos te willen zeggen. ‘Ik hoop vooral dat er een levende gemeenschap groeit, die verbonden is aan de opgestane Heer. Mensen die openstaan voor elkaar en voor de wijk.’

Koos van Noppen

 

 

 

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief