‘Licht op Zuid’ is een jonge interculturele christelijke gemeente, ontstaan vanuit het missionaire werk van de Maranathakerk (Rotterdam-Zuid). Jorien, vrouw van de voorganger Martijn Weststrate, is maatschappelijk werkster; ze coördineert een serie diaconale activiteiten.

 

 

‘Oké jongens en meisjes, mooi dat jullie er zijn…’

De grote ruimte waar Licht op Zuid ’s zondags samenkomsten houdt, is deze woensdagmiddag verbouwd tot klaslokaal. Twintig paar ogen kijken juf Jorien aan.

‘Laten we onze afspraken nog even nalopen. Wat waren die ook alweer?’

‘Dat je stil moet zijn.’

‘Dat je op tijd moet komen.’

‘Niet eten of drinken.

‘En je telefoon uit.’

Jorien: ‘Oké. Als je klaar bent, mag je daar een leesboek uitzoeken….’

De kinderen buigen zich over hun meegenomen papieren. Op een van de tafels ligt een wereldatlas voor kinderen. Een van de kinderen leert de theorie van het verkeersexamen. Op de achterste rij gaat het over rekensommen. Hoeveel is 472301 méér dan 324005? Het antwoord is al twee keer doorgekrast.

Op elke vier kinderen is er één begeleider, die strategisch tussen hen in zit. Rick, student, is één van hen. Hij is al een paar maanden vrijwilliger hier. ‘Elke christen heeft zo z’n eigen doelgroep. Sommigen helpen graag dak- en thuislozen, ik word meer geraakt door deze kinderen. Ze zijn heel gemotiveerd om verder te komen. Het geeft me voldoening om hen te helpen hun niveau op te krikken.’

Wijkbewoners

De huiswerkbegeleiding is één van de doordeweekse activiteiten van ‘Licht op Zuid’, het missionaire pioniersproject vanuit de Maranathakerk, een gereformeerde-bondsgemeente in Rotterdam-Zuid. Het werk richt zich op de bewoners in de directe omgeving van het kerkgebouw, Bloemhof en Hillesluis, 80 % van de inwoners heeft een migratie-achtergrond, een derde van de bevolking is jonger dan 19 jaar, zeven op de tien inwoners moet zien rond te komen van een minimuminkomen, een kwart heeft zelfs minder. ‘De kinderen in deze wijken gaan verplicht zes uur extra naar school, vanwege hun achterstand’, zegt Jorien. Daar bovenop komt dus nog de huiswerkbegeleiding, die erg populair blijkt te zijn. Er zijn 26 plaatsen beschikbaar en er staan 12 kinderen op de wachtlijst.

Drempel

Ze toont gedetailleerde overzichten op haar laptop. Een professioneel huiswerkinstituut zou zich voor deze administratie niet hoeven te schamen: per kind worden de vorderingen gerapporteerd. Er is contact met zowel de ouders als de leerkrachten. et begeleidingstraject begint met een gesprek, om kennis te maken met de ouders en om te voorkomen dat het als een vrijblijvende activiteit wordt beschouwd. Jorien: ‘Veel kinderen hebben een moslim-achtergrond. Dat we de begeleiding vanuit de kerk aanbieden blijkt geen probleem. De drempel zit niet in het gebouw, maar in de mate waarin activiteiten verbonden zijn aan het christelijk geloof. We willen de kinderen niet in verlegenheid brengen. Als ze een foldertje meenemen van de kinderclub, zeg ik expliciet: laat het thuis zien, vraag of je mag komen. Soms zegt een van de kinderen zelf: ‘Juf, wij zijn toch Marokkanen!’  ‘Het mag niet van mama’, zei een meisje met een hoofddoek laatst. Dat respecteren we uiteraard.’

Zending

Jorien was als kind al geboeid door zendingswerkers. ‘Mijn eerste spreekbeurt ging erover’. Ze groeide op in Zeeland, in een gezin dat was aangesloten bij de Gereformeerde Gemeente. ‘Mijn ouders waren positief-kritische leden van de gemeente, waarin veel cirkelde om de vraag ‘hoe word je als mens bekeerd tot God?’ Van huis uit kreeg ze liefde voor de zending mee en het verlangen om er zelf in werkzaam te zijn was eigenlijk nooit ver weg. Jorien: ‘Het werd getriggerd toen ik na mijn opleiding aan de slag ging als maatschappelijk werker in Rotterdam-Zuid. Ik begeleidde een gezin waarvan de moeder moslima was. Na een tijdje vroeg ze me opeens: ‘Geloven jullie ook in een hel?’ Het was een open kans om iets te delen van het evangelie. Het was de eerste keer dat ik zo onbevangen met een moslim sprak over het geloof. Tijdens het gesprek ervoer ik de aanwezigheid van de Heilige Geest. En ik merkte: ‘Dit is wat ik het liefste wil.’

Wietkwekerij

Ze had toen niet kunnen bevroeden dat ze uitgerekend vanuit haar ‘eigen’ Maranathakerk, ‘op Zuid’ nog eens zou worden aangesteld als diaconaal werker. In 2010 nam de gemeente het initiatief voor missionair werk in de wijk, in 2014 werd Martijn Weststrate als missionair werker aangesteld; een jaar daarvóór waren Jorien en hij getrouwd. Ze waren bewust in de wijk gaan wonen. ‘Een offer? Zo zou je het kunnen noemen. De politie komt regelmatig in de straat orde op zaken stellen. Nu eens voor huiselijk geweld, dan weer voor een wietkwekerij. Tegelijkertijd realiseren we ons dat het werk niet goed zouden kunnen doen zónder in de wijk te wonen. Je deelt het leven met elkaar, mensen komen makkelijk bij je aan de deur.’

Zegen

In een nieuwsbrief vertelt ze hoe dat gaat. Terwijl ze een maaltijd voor een huisgroep moet klaarmaken gaat de telefoon: “‘Ben je thuis? Er komt straks iemand naar je toe. Ze is een jonge moeder met een kindje en zit er helemaal doorheen. Ik heb gezegd dat ze nu naar jullie moet gaan’. Ik voel de stress toenemen en reageer: ‘Er staan hier over een uurtje 12 mensen op de stoep om te gourmetten en ik moet álles nog voorbereiden!’. Even later gaat de deurbel, ik doe open en met kinderwagen en al rolt een jonge moslima met haar zoontje binnen: ‘Er was gebeld dat ik zou komen’. ‘Ja dat klopt, kom verder, welkom’. Het blijkt een ‘buurvrouw’ van een straat verderop te zijn. Een ontredderde jonge vrouw. Alles opgegeven voor die ene man. En juist hij laat haar nu in de steek. Ik luister vooral en vraag op het eind: ‘Mag ik voor je bidden?’ ‘Heel graag’, zegt ze. En zo dragen we alles op aan God. Hij kent ook haar pijn, afwijzing en haar behoeften die alleen Hij kan vervullen. Een kostbaar moment waarin we Gods aanwezigheid ervaren. Het blijkt een les die ik keer op keer moet leren; je denkt tot zegen te moeten zijn voor een ander, maar in Gods aanwezigheid ontvang je zelf ook Zijn zegen.” Vier dagen later is de vrouw met haar zoontje voor het eerst van haar leven in een kerkdienst. ‘Martijn vertelt over onvrede en ruzie; ‘Het lukt ons mensen niet om vrede te maken, niet onderling en niet op wereldniveau. Jezus is gekomen om vrede te brengen. Vrede tussen jou en God. Vrede tussen mensen onderling’. Ze luistert aandachtig. Op oudjaarsavond nodigt een medewerker haar thuis uit. Gemeenschapsvorming in de praktijk. Zo ‘eenvoudig’ brengt God mensen op ons pad. We mogen Zijn hoop en liefde delen.’

Licht op Zuid kent sinds het voorjaar van 2016 een aantal huisgroepen. Er is een kinder- en tienerclub. Jorien hecht aan goed contact met de ouders. ‘Via de kinderen kom je soms hulpvragen op het spoor. Huiselijk geweld, werkloosheid, financiële problemen, illegaliteit. Mijn ervaring als maatschappelijk werker komt daarbij goed van pas.’

Communicatie

In de consistorie druppelen nieuwe Rotterdammers binnen, uit allerlei windstreken. ‘Goedemiddag David! Hoe. Gaat. Het. Met. Jou?’ Vrijwilliger Jan Westhoff heet iedereen welkom. Sommigen spreken nog maar nauwelijks verstaanbaar Nederlands. Chinezen, Syriërs, een Afrikaanse – ze proberen te ontcijferen wat de docent zegt. ‘Het re-gent. Ik. Heb. Kleur. Op. De. Wangen.’ ‘Gezond’, zegt Omar, die het verst is vergevorderd. Hij glundert.

Jorien: ‘We wilden niet teveel activiteiten tegelijk beginnen, maar een docent bood zich aan en het aanbod schiep de vraag. Het liep zo storm dat we meteen met twee groepen konden beginnen, 20 deelnemers. Docent Jan weet een huiselijke sfeer te creëren. Langzaam somt hij de dagen van de Stille Week op. ‘Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, Zondag: Pasen. We zitten hier in een kerk, dat moet ik toch even vertellen.’ In de pauze vertelt Jan, vijftiger, dat het vrijwilligerswerk hem op het idee heeft gebracht alsnog de Pabo te gaan volgen. Hij geniet zichtbaar van het werk. ‘Zó ben je kerk. Vergeet niet: de taal spreken betekent voor deze mensen contact. Zonder communicatie kom je nergens. Zet er maar bij dat dit ‘van de Heer’ is; dit hebben wij niet even geregeld.  Ik voel in alles de leiding van God – al is voelen hier niet het goede woord.’

Op donderdagmiddag zit in dezelfde ruimte een naaiatelier. Dankzij een bijdrage van een fonds konden zeven naaimachines worden aangeschaft. Jorien: ‘Het initiatief voorziet in een behoefte. En het betekent voor de deelnemers ook een sociaal netwerk. Tijdens het werk wordt er van alles uitgewisseld. Zo is er een Surinaamse vrouw van wie een zoon is overleden, haar andere zoon is verslaafd aan drugs. “Elke dag bid ik: God geef me kracht”, zegt ze.’

Vertrouwen

Als je niet uitkijkt kun je hier snel overwerkt raken, zegt Jorien. ‘Want er zou ook wel veel animo zijn voor een kookclub, of voor een jonge-moeders-ochtend. Je kunt maar beperkt nood lenigen. Soms moet je de grote problemen waar je mee te maken krijgt bewust even parkeren. Ik lig er gelukkig niet van wakker, maar er zijn wel situaties die ik mee naar huis neem. Toen onze zoon David werd geboren, zeiden buurtbewoners: ‘Nu zal je wel vertrekken, want met een klein kind wil je hier niet wonen, toch?’ We zijn bewust gebleven; al vraagt dat wel wat. Want soms is het best lastig, dat ons werk, onze kerk, onze woonomgeving, ons sociale netwerk, alles is met elkaar verbonden. Aan de andere kant: we hebben meer dan eens de bevestiging ervaren dat God ons hier heeft geplaatst. Toen ik mijn baan als maatschappelijk werker opzegde, om als diaconaal werker in dienst te treden van de kerk, was het geld nog niet rond. We zetten de stap in geloof en op een wonderlijke manier is erin voorzien. Die ervaring heeft ons gestimuleerd. God is te vertrouwen. Hij zal ons ook in de toekomst wel leiden.’

Koos van Noppen

 

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief