‘Jezus maakte het oerwoud tot een veilige plek voor jagers. Hij heeft de bosgeest in mootjes gehakt.’ In die trant schreef de Ghanese dichteres Afua Kuma over het werk van Jezus Christus. Over contextualisering gesproken. Benno van den Toren citeert het voorbeeld tijdens een interne studiedag voor missionaire werkers van de IZB over ‘Jezus delen in jouw context’.

Van den Toren is hoogleraar interculturele theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, en in zijn vrije tijd betrokken bij het kernteam van ‘Het Pand’, het missionair-diaconaal centrum van de IZB in Groningen. Daar ziet hij in de praktijk – wat zich ook elders afspeelt: In veel missionair werk maken mensen de beweging van belonging naar believing. Eerst haken ze aan bij een gastvrije gemeenschap, waar ze liefde en aandacht krijgen. Vervolgens is het de bedoeling dat ze doorgroeien. Maar als dat proces stagneert – en er een praktijk ontstaat van belonging zonder believing, dan missen ze veel’, aldus Van den Toren. ‘Dan wordt discipelschap als missionair model een levensstijl die al naar gelang de smaak van de hoorders kan worden ingewisseld voor – noem’s wat: Happinez, Mens- Health of Esquire. Als bezoekers niet in staat zijn om aan te geven wat het eigene is, dan geeft dat te denken. Dan ervaren ze misschien wel de vreugde en de steun door bij een groep te horen, maar ze missen de veel grotere vreugde en steun van Jezus Christus en de kracht van zijn verlossing.’

Het komt er op aan Jezus en zijn unieke betekenis in woorden en daden te ‘communiceren’. De ‘evangelisatie-boodschap’ wordt nogal eens gemodelleerd naar het bekende basis-stramien van de ‘Vier geestelijke wetten’. In veel varianten vind je de kernpunten daaruit terug: Jezus is de enige weg tot God. Van nature heeft de mens een probleem: hij is van God gescheiden door een diepe kloof. Jezus is gekomen om de kloof te overbruggen, door zijn offer aan het kruis – de ‘verzoening door voldoening’.

Probleem aanpraten

Deze versie heeft bijbelse wortels en bevat veel waarheid – al wordt het soms onverantwoord kort en schematisch weergegeven. Van den Toren: ‘Het bezwaar tegen deze benadering is dat veel mensen hun leven op afstand van God niet als een probleem ervaren. We moeten ze dus eerst een probleem ‘aanpraten’. Dat is onze huidige cultuur nogal lastig. Voor zover mensen al een beeld hebben van God, is Hij liefdevol. Hij is zeker niet een straffende God die ons een morele wet voorhoudt. Je begint je verhaal dus noodgedwongen met een negatieve boodschap over God en mens. Daar komt bij dat ‘verzoening door voldoening’ maar één van de beelden is waarmee het Nieuwe Testament over het werk van Christus spreekt. Deze boodschap is in de kerkgeschiedenis lang niet altijd dominant geweest.’

Andere beelden

Bij het contextualiseren van het getuigenis van het evangelie kunnen we leren van andere tradities, waarin andere beelden centraal staan, aldus Van den Toren. In de oosterse-orthodoxe theologie hebben de incarnatie en opstanding een prominentere plek dan het kruis; in de bevrijdingstheologie draait het vooral om de verkondiging van het Koninkrijk. De Pinksterbeweging legt het accent op het werk van de Geest, als de eerste vrucht van de nieuwe oogst. Het gaat er niet om de inhoudelijke verschillen tegen elkaar uit te spelen, maar om de verschillende accenten te honoreren. Alleen samen met anderen verstaan we de hoogte en breedte, lengte en diepte van de openbaring van God in Jezus Christus, betoogde Van den Toren, met verwijzing naar de theoloog Andrew Walls (‘The Ephesian Moment’).

In sommige culturen wordt Christus in de eerste plaats gezien als de Overwinnaar op de machten. Hij heeft ze openlijk onttroond. Dat beeld kan in de missionaire context vruchtbaar zijn, als we te maken hebben met mensen die onder invloed van boze geesten zijn.

In onze West-Europese context heeft lange tijd het accent gelegen op de schuldcultuur; maar het verschuift in de richting van een schaamtecultuur. In het Nieuwe Testament gaat het niet alleen over schuld en vergeving, maar ook over eer en schaamte. Tegenwoordig zouden we eerder spreken van een ‘schaamte cultuur’, zoals we die ook kennen uit bijv. Azië. In die context valt de nadruk op het feit dat Christus onze schande heeft gedragen – door naakt aan het kruis te hangen. In onze schande was Christus ons nabij. ‘Dat zijn relevante beelden in een cultuur waarin je via internet publiekelijk aan de schandpaal kan worden genageld. Of waarin er via Facebook allerlei foto’s of je worden verspreid.’

Bulldozer

In sommige culturen heeft Christus de functie van een reinigingsoffer of wordt Hij voorgesteld als goeroe, iemand die de weg wijst naar het licht. Van den Toren: ‘Dergelijke beelden functioneren op twee niveaus. Ze laten zien hoe Jezus in een bepaalde context van betekenis is. En ze zeggen iets over de wijze hoe God met mensen omgaat. De lijst beelden voortdurend aangevuld, in elke contextualisatie. ‘In Afrika hoorde ik eens iemand spreken over Jezus als ‘mon bulldozer’ – dan is Hij degene die alle vuil aan de kant schuift en opruimt. Bij de beoordeling van nieuwe beelden blijft er altijd een ‘kritisch moment’: hoe verhoudt zich het beeld tot het grote verhaal?’

Het ruime palet aan beelden biedt allerlei mogelijkheden om in uiteenlopende contexten de levensverhalen en vragen van mensen te verbinden met Jezus, aldus Van den Toren. ‘Geen een beeld zegt alles. Je hoeft ook niet altijd bij de ‘verzoening door voldoening’ uit te komen.’

Mensen van de weg

Eén van de praktijkvoorbeelden tijdens de studiedag is de serie avonden over het thema ‘Mensen van de weg’. Anders dan de Alpha-cursus, die stapsgewijs een beknopte geloofsleer behandelt, kiest deze aanpak zijn vertrekpunt in 10 meest gestelde levensvragen, legt Arte Havenaar uit. ‘Elke bijeenkomst staat één vraag centraal – met daaraan gekoppeld een gelijkenis of een passage uit het leven van Jezus. Bijvoorbeeld de vraag naar iemands roots, wordt gelinkt aan het verhaal van Jezus in zijn geboortedorp. In de loop van de avonden leer je zo de persoon Jezus beter kennen. Al pratend proberen we een quote van Jezus te verbinden aan het levensverhaal van mensen. De eerste ervaring is achter de rug, ‘met mensen die niet direct zouden aanhaken bij een Alph-cursus. Het is wat het is: Jezus delen, op een laagdrempelige toegankelijke manier.’

Van den Toren: ‘In onze huidige cultuur zou ik bij voorkeur een positieve insteek kiezen in de communicatie van het evangelie. Het valt mij op dat mensen vaak niet te groot denken over zichzelf en over het leven; eerder veel te klein. Ze nemen genoegen met een leven van huisje, boompje beestje, een wijntje op z’n tijd en eens in het jaar een vakantie naar Spanje. Als ze dat jarenlang hebben gehad, hebben ze een mooi leven achter de rug, vinden ze. Ik zou het eerder zielig vinden. Wees niet zo snel tevreden, zou ik zeggen – want als onverhoopt de kanker toeslaat, wat heb je dan? Ik zou mensen uitdagen om voor iets veel groters te gaan. Mijn stelling is dat mensen in het algemeen te weinig verwachten van het leven. Ze zijn voor een grootse toekomst geschapen.‘

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief