Het was zover. Mijn campertje stond geparkeerd, ik had de stoeltjes klaargezet onder de luifel. En nu…?

De eerste schreden die ik zette op het pad van het campingpastoraat waren ronduit onzeker. Ik kon nergens op terugvallen, althans: niet op bekend terrein. Niet op mijn faam als zakenvrouw, niet op mijn 35 jaar ervaring als trainer, coach, spreker. Niemand op deze camping kende mijn naam en voorkomen. Niks status – een onbekend, beschikbaar mens, volkomen afhankelijk van God.  ‘Nou Heer’, bad ik, ‘nu MOET ik wel echt op Uw leiding wachten… want ik heb géén idee wat ik moet doen! Voor wie ben ik hier, waar begin ik?’ Het zweet stond nog net niet onder mijn oksels…

Verbeten blik
Aan het eind van dit gebed reed een vrouw in een scootmobiel langs. Een regelrecht wonder. Want ik herkende haar direct. Jarenlang woonde ik bij haar in de wijk, heb ik op afstand gebeden, zonder dat wij elkaar ooit spraken. Haar aanblik destijds raakte me zo. Ze scheurde dan voorbij, helemaal voorovergebogen, met een verbeten blik. Ik bad voor haar, zonder te weten wat ze precies nodig had. Ook bad ik voor een ‘heilige ontmoeting’, zoals ik dat noem; zo’n moment dat je op natuurlijke wijze met iemand in contact komt en God een deur open doet. Maar dat was nooit gebeurd. Tot vandaag! Zij was de eerste persoon die God me liet zien, in het eerste uur van mijn nieuwe rol als campingpastor! Voor mij een teken dat volstond, mij bemoedigde en bevestigde. JA! Dit ís mijn plek.

Vanaf dat moment kon ik alles in Gods handen leggen. Niet zelf – zoals mijn proactieve karakter me gewoonlijk voorschrijft – een plan uitstippelen met een to-do-lijst. Bidden, Bijbellezen, wachten op God. En wat zijn er mooie ontmoetingen geweest! Met niet-gelovigen, met ‘ietsisten’. Zelfs met mensen die occult actief waren, in wie je duidelijk zag hoeveel geestelijke strijd er kan losbarsten, als tegenwerking op de positieve invloed van Dabar.

Pannetje soep
Natuurlijk bad ik ook gericht voor Els*. Na zoveel jaar was het nu Gods tijd voor die ‘heilige ontmoeting’. De avond dat ik met haar een pannenkoek at, in haar stacaravan, hoorde ik haar diep verdrietige levensverhaal. En ondanks dat ik op het puntje van mijn stoel zat, wachtend op een signaal van God om over Jezus te beginnen, leerde ik juist om geduldig te blijven, nu vooral te investeren in de relatie, in het contact, in haar zien.

Ik zal nooit vergeten hoe ze, aan het einde van de tweede week, op haar scootmobiel een pannetje soep voor het Dabarteam kwam brengen. Ik moest bijna huilen en dankte de Heer in mijn hart. O, God van wonderen!

En ik beseft dat ik er niet alleen voor Els was, maar Els ook voor mij. Ik mag vertrouwen op de Heer.

Monique Veenstra

*De naam Els is gefingeerd.

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief