We hadden zondag een ‘aangepaste’ kerkdienst, in het bijzonder bedoeld voor onze broeders en zusters met een beperkt verstandelijk vermogen. Terwijl ik dit typ, ervaar ik weer de moeite die ik met deze formulering heb. ‘Aangepast’…’beperkt verstandelijk vermogen’; verstandelijk gehandicapt. Het zou wat.

Column van ds. Bert Karel Foppen (Gorinchem), lid van de Visiegroep van Areopagus.

De voorbereidingen voor deze dienst beginnen al vroeg.

‘Dominee, wat is het thema? Dat zetten we namelijk op de uitnodiging.’

Pff. Eerlijk gezegd heb ik nog geen idee. Er staan eerst nog minimaal vier andere diensten op de rol. De keuze is relatief snel gemaakt.

‘Het is dan lijdenstijd. Dan gaat het toch over Jezus aan het kruis?’

‘Laten we in ieder geval het lijdensevangelie lezen’, stel ik voor. ‘Maar ook Jesaja 53’. De naakte feiten, maar ook de inhoudsvolle betekenis.

Als thema kies ik: een vol kruis, een leeg kruis. Een scherpe tegenstelling. Dat is goed te begrijpen voor de doelgroep, dacht ik. Verder heb ik eigenlijk nog geen idee. Ik zie de dienst met het thema aangekondigd, terwijl ikzelf nog nauwelijks iets van de inhoud weet…

Een paar weken later denken we na over de vormgeving van de dienst. Thomas, hij deed vorig jaar belijdenis en viert sindsdien met aanstekelijke vreugde avondmaal, wil vast wel ouderling van dienst zijn.  Wellicht kan Cor, voor de kerkdienst altijd keurig in pak gestoken, met ons het geloof belijden. En  Marjan kan heel goed lezen en vindt het vast mooi om de Schriftlezingen te verzorgen. Een paar collectanten zijn ook niet moeilijk te vinden.

En de preek? Welke vorm kies ik voor deze dienst? Goed nadenken: wat wil ik eigenlijk overbrengen? Dat Jezus door ons aan het kruis is geslagen? Dan is een vertellende, narratieve insteek van de evangelielezing misschien het beste.  Zeker als je dat in de tegenwoordige tijd doet en we op die manier echt ‘onderdeel’ worden van de geschiedenis. Dan is er echt niet zoveel voor nodig om te ontdekken dat jijzelf opgewonden staat te schreeuwen: Kruisig Hem. Of dat je –trouw en gehoorzaam als je bent- klaarstaat met hamer en spijkers…

Maar ik wil juist voor deze mensen iets anders laten gebeuren. Niet het door ons, maar het voor ons. Dan is een narratieve vorm wellicht niet zo passend. Maar hoe doe ik het dan? Ik neem mijn uitgangspunt in de Jesajalezing en pieker verder; Als we nu eens het houten kruis –een mansgroot exemplaar- uit de kerk gebruiken en vol hangen met zonden? Nee, niet op kleine post-itjes, die je zonder schade kan verwijderen. Dat is veel te makkelijk. Ik denk eerder aan grote vellen. Zo groot dat je het kruis niet eens meer ziet.  Als we het dan eens donker maken? En als we vervolgens een leeg kruis tevoorschijn ‘toveren’…

Ik raak enthousiast. Maar zou het technisch allemaal wel uitvoerbaar zijn? Als er iets is waar ik een hekel aan heb in de kerkdienst dan is het namelijk wel het gedoe rondom ‘techniek’.  Er ontstaat dan een lacherige sfeer die je dan als dominee met een paar grapppige woorden moet oplossen.  Brrr. Sommigen vinden dat juist leuk. Een beetje ontspanning. Zelf ervaar ik dit soort ‘ontspanning’ doorgaans als ontwijding. Ik zie het ook in deze dienst al gebeuren: de zonden worden op het kruis gehecht,  ze hechten maar even en vallen dan van het kruis af…zoiets wil ik dus beslist niet!

(Begrijp me goed. Er mag van mij best gelachen worden in de kerk. Graag zelfs. Maar dan wel graag vanwege evangelische voltreffers, niet vanwege technische missers).

De ondersteunende commissie verzekert mij dat dit allemaal goed komt. Ik weet dat het mensen zijn die er echt voor gaan en op wie ik aan kan en laat het dus aan hen over.

Het lege kruis zit mij nog dwars. Is het kruis leeg als Jezus heeft gezegd ‘het is volbracht’. Nee toch? Ook dan is het kruis vol. Kunnen we het kruis – wanneer ‘leeg-gedragen’ is, niet opnieuw vullen? Vullen met verzoening? Wat voor beeld gebruik je daarbij? Een hart misschien? Ik kies voor bloedrode kussende lippen. Ver-zoen-ing!

Ik ben –in tegenstelling tot andere diensten- zeer vroeg in de kerk. De rolstoellift wordt driftig gebruikt. De kerkzaal is namelijk boven. Ik zie veel onbekende gezichten en word heel hartelijk begroet. Bent u de dominee? Ja! Ik ben Pieter. Fijn dat je er bent, Pieter. Wil jij me straks helpen? Pieter knikt en straalt. Ik spoed me naar de consistorie. In de gang beneden tref ik een oudere zuster die nog naar boven wil. Graag met de lift. Wanneer Ria op de rolstoellift zit, vraagt ze of ze alsjeblieft écht met de lift kan. Tsja, onze kerklift is niet zo luxe.

De kerkzaal is helemaal vol gestroomd. Wat mooi, al die verschillende mensen bij elkaar. Nergens zijn we zo één als voor Gods aangezicht. De dienst begint. De geluiden in de kerk zijn anders dan anders.  Met Cor belijden we het geloof van alle tijden. Marjan leest met ons enkele verzen uit Jesaja 53 en het lijdensevangelie uit Johannes.

Dan de preek. Ik heb geen uitgewerkte preek bij me. Slechts een A4 met de route. Jezus en het kruis – Wat doet Hij? Dragen. Het is een heidens karwei.  Wat draagt Hij? Onze zonden, zo hoor ik iemand roepen. Ik roep Pieter naar voren en vraag om meer helpers. Ze komen…Dan hechten we onze zonden aan het kruis. Daar heb ik goed over nagedacht. Welke zonden benoem ik? Ik wil de ‘poppenzonden’ mijden, maar toch ook concreet zijn!  Weinig liefde, eigenwijsheid, jaloezie, boosheid. Pieter en zijn collega’s geven bij elk van de woorden zonder al te veel moeite concrete voorbeelden en hangen de zonden aan het kruis. Ze hechten stevig! Behalve deze zonden worden ook de grote woorden ‘schuld’ en ‘straf’ opgehangen. Ria hangt tenslotte ‘ziekten’ op. Zeven grote woorden. Een volheid. Het kruis is nauwelijks meer te zien. Het gaat schuil onder onze zonden en ziekten. Zo wordt het kruis tot een schuilplaats. Dan valt er een zwart doek voor het kruis. Diepe duisternis. Het wordt stil in de kerk. Ria vraagt angstig of het nog wel goed komt…

Hoezo beperkt, verstandelijk gehandicapt? Het zou wat!

Ik heb gekozen voor een tussenzang. ‘Heer ik kom tot U, hoor naar mijn gebed, vergeef mijn zonden nu en reinig mijn hart’. Wordt het lied bewuster gezongen dan andere keren? Of lijkt dat maar zo? Zelf ervaar ik een bijzondere gelijktijdigheid met Golgotha.

Na het lied – de duisternis is verdwenen- is het kruis leeg, kaal. Dat was overigens niet zonder slag of stoot gegaan. ‘De zonden zaten erg vastgehecht, dominee’ – werd mij met een knipoog na de dienst meegedeeld. Nu ja, dat is in ieder geval beter dan vroegtijdig vallende zonden.

Wat ben ik blij dat ik nog twee grote kartonnen borden heb staan. Pieter helpt me om de bloedrode lippen aan het kale hout te hechten. Lippen, kus, zoen, verzoening. Verzoening is dat het weer helemaal goed is. Een kus erop…

En dan? Er gaan alarmbellen in mijn hoofd af: Alverzoening, algemene verzoening. Ik hoor de stem van Paulus in mijn hoofd:  ‘God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende’. Maar dan volgt er toch nog iets anders? Namens Christus smeken wij ‘Laat u met God verzoenen.’ Hoe doe ik dat in deze dienst? Hoe kan ik dit vormgeven? Eerlijk is eerlijk, dit heb ik niet van tevoren bedacht. Ik kan er nu best de preek beëindigen, maar ik voel aan dat ik niet moet stoppen, maar juist nu door moet gaan. Hoe beeld ik dit uit? Dan vervolg ik de preek, niet mijn preek, maar Zijn preek. De bloedrode lippen kijken mij aan. Weten jullie wat belangrijk is? Dat wij ons laten verzoenen. Dat wij Gods kus aanvaarden. Ik loop naar het kruis en kus de bloedrode lippen. Ik proef geen karton, maar eeuwige liefde!

Dan roep ik Ria naar voren. Ik moet haar even helpen met overeind komen. Met haar rollator stiefelt ze naar het kruis en zoent hartstochtelijk de lippen. Nu is het helemaal goed Ria! Ja, zegt ze. Haar ogen stralen.

Hoezo beperkt, verstandelijk gehandicapt, het zou wat.

Pieter en Ria plakken het laatste bord op het kruis, boven de rode lippen: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’

We lezen deze woorden, met z’n allen, hardop. Vol overtuiging. Dit keer ben ik het niet die namens de gemeente het afsluitende amen zeg. De gemeente doet het zelf –zoals het eigenlijk hoort. Uit allerlei monden klinkt het. Amen. Amen….

We zingen: Mijn Jezus, ik houd van U, ik noem U mijn vriend. De laatste regels heb ik aangepast. ‘k Heb van U gehouden, maar nooit zoveel als U.

Prediking is bediening van verzoening. Ja, dat was het zeker in deze dienst!

‘Aangepaste’ verzoening?

Het zou wat!

Ds. Bert Karel Foppen

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief