Indertijd was het een aansprekend voorbeeld in het boekje 'Kerk voor de buurt' van René van Loon. Hij stond aan de wieg van de Wijkwinkel in Capelle-Schollevaar, waar gemeenteleden als vrijwilliger aan de slag gingen. De 'winkel' bestaat 10 jaar. Een impressie.

‘Het voelde als een gevangenis. Nooit vrij om te lachen. Altijd in de war. Zoveel papieren. Betalen, betalen, betalen. Ik snap er niets van.’ De van origine Portugese Maria beheerst voldoende Nederlands om uit te leggen hoe diep te put was waar ze uit is gehaald.

We zitten in de Wijkwinkel tegenover NS-station Capelle-Schollevaar. Een verbouwd winkelpand waar bewoners uit de wijk terechtkunnen met alle mogelijke hulpvragen. Over het invullen van formulieren voor de belasting of de uitkering, over zorg- en huurtoeslag – maar ook over heftiger zaken: bij financiële sores of administratieve chaos. Of gewoon voor een kop koffie met een praatje.

‘Toen Maria hier de eerste keer binnenliep was ze een bang vogeltje’, vertelt Jopie Schippers, vrijwilligster. ‘Geestelijk en lichamelijk was ze er slecht aan toe. Ze zat diep in de schulden. De hele warwinkel aan papieren hebben we samen uitgezocht, alles op een rij gezet. Ze heeft inmiddels een schuldhulpverleningstraject achter de rug en heeft nu weer een schone lei.’

‘Een schone lei’ herhaalt Maria met een stralend gezicht. Ze herkent de magische term in de woordenstroom. ‘Elke keer als ik nu een brief krijg, ga ik naar mevrouw Jopie’. Jopie heeft Maria inmiddels zover dat ze niet voor elke bewezen dienst met een cadeautje aan komt zetten. Sindsdien bakt Maria zo nu en dan een taart, om haar dank te uiten.

Overbodig te vragen of dat Jopie voldoening geeft. Ze is aan dit vrijwilligerswerk begonnen, na een oproep in de kerk. De kinderen gingen naar het voortgezet onderwijs, ze had tijd over. ‘Superveel kennis van zaken had ik niet, maar alles is te leren. En als je er niet uitkomt, bel ik instanties.’

Vijf brommertjes

Tien jaar geleden is de Wijkwinkel begonnen, een initiatief van de plaatselijke Ontmoetingskerk, in samenwerking met een woningbouwvereniging en de gemeente Capelle aan den IJssel. ‘De meeste cliënten hebben een turbulent leven achter de rug’, vertelt Jopie. ‘Echtscheiding, werkloosheid, ziekte. Het kan iedereen overkomen. Soms zijn ze door stommiteiten of administratieve slordigheden in de problemen geraakt. Er was een vrouw die 5 brommertjes op haar naam had staan. Vergeten af te melden. Intussen liepen de schulden hoog op. Ze durfde op het laatst amper de deur uit. In elke auto in de straat vermoedde ze een deurwaarder. Ze kwam hier, met tassen vol papier, soms nog ongeopende brieven. Tranen natuurlijk, begrijpelijk. Maar je moet er doorheen; ordenen, overzicht creëren, praten, helpen. We zijn hier niet van ‘eigen schuld, dikke bult’.

Pand

De 80-jarige Jan Hoogendoorn stond aan de wieg van de wijkwinkel. Hij weet nog precies hoe het ging: ‘Ds. René van Loon was bij ons op huisbezoek geweest. En hij was amper de straat uitgefietst, of hij stond weer voor de deur. “Ik moet je ’s even wat voorleggen…”. En toen rolde dat plan voor de wijkwinkel over tafel.’  Hoogendoorn, geboren Rotterdammer, had een lange loopbaan achter de rug als eigenaar van verscheidene zaken in groente en fruit en als docent in het vakonderwijs. ‘Ik heb altijd gewerkt met één oog naar boven, één oog naar de mensen. Ik ben een kind van God – ik krijg er weer kippenvel van als ik het zeg – en van daaruit help ik mijn medemensen.’ Hij deed al aan maatschappelijk verantwoord ondernemen toen die term nog moest worden gemunt. ‘Maar hoe stamp je een wijkwinkel uit de grond? In no time hadden we 20-25 vrijwilligers uit de kerk. Ik ben gaan kijken bij een soortgelijke wijkwinkel op Charlois en heb geregeld dat we daar in kleine groepjes een paar maanden mochten meelopen, om ervaring op te doen.’ Dan was er nog een horde te nemen: de locatie. Het winkelpand bij het NS-station stond al een tijd leeg. ‘De kerkrentmeester zei wel zes keer: “Jan, dat kunnen we niet betalen”, maar ik hield me stil. Als het doorgaat krijgen we het van de Heer, daar was ik van overtuigd.’ De vrouw van de vastgoedonderneming (‘een moordwijf’) hielp een handje en zo kon het lint worden doorgeknipt.

Voor de Ontmoetingskerk betekende de wijkwinkel een extra middel om bewoners te dienen, zegt Gert van den Bos, missionair werker. ‘De winkel kanaliseert de liefde van God voor wijkbewoners.’ Voor veel bewoners is het initiatief van onschatbare waarde geweest. ‘Heel wat mensen zijn uit hun isolement gehaald, hebben hoop en perspectief gekregen, vonden weer een weg in een woud van regels.’

Breien

‘Ik was al vaak langs gelopen, maar ik dacht dat je hier vooral naar toe ging als je zin had in breien of koffie. Nooit geweten dat je hier ook hulp kon krijgen’, zegt Nathalie, een alleenstaande moeder van twee jongens. ‘Ik zat diep in de problemen. Financieel, maar ook wat betreft geloof. De gemeente waar ik lid van was, liet het afweten. In mijn donkerste momenten dacht ik: Wie kijkt er nog naar me om?’ Een buurvrouw bracht haar via-via in contact met de wijkwinkel.

‘Nathalie was tussen wal en schip terechtgekomen. Ze viel steeds net buiten de regeltjes’, zegt Connie, die haar begeleidde. ‘Als er niet zo precies naar de letter, maar wel in de geest van de wet was gehandeld, was ze niet in zo’n lastig parket beland.’ De wijkwinkel helpt mensen om zichzelf te hervinden, vertelt Connie ‘Ergens diep van binnen smeult een vuurtje, dat proberen we weer op te poken. Als niemand het aanblaast, dooft het.’ Hoe haar leven er uitgezien had zonder steun van de wijkwinkel, daar wil Nathalie liever niet over nadenken. Een paar dagen geleden kreeg ze via de diaconale hulp een eettafel en nog wat spulletjes. ‘Het meest verbazingwekkende vind ik dat mensen van een andere kerk, die mij totaal niet kennen, zich zo voor mij inzetten.’

‘Achter een onbenullige vraag kan een wereld aan problemen schuilgaan’, zegt Connie. Zij en haar man Henk zitten in het coördinerend team van de wijkwinkel. ‘Mensen komen hier met een formulier dat ze niet goed ingevuld krijgen, of toeslagen die niet kloppen. En al pratend ontdek je dat er veel meer speelt.’

Missionair-diaconaat

Henk en Connie kregen bij het jubileum van de wijkwinkel een Capels Compliment, een onderscheiding van de wijkwethouder. ‘Henk is vooral van de cijfertjes, ik ben meer van het goed organiseren en van het woord’, zegt Connie. ‘We bieden diaconale hulp. Maar als je mensen beter leert kennen en je deelt de levenservaringen, dan vertel ik dat ik geloof  dat de Here Jezus er voor hen wil zijn. Dat ze voor God van waarde zijn, hoe diep ze ook in de put zitten. Meestal reageren ze daar verrast op.‘

Dat scherpe onderscheid tussen het missionaire en het diaconale maken we zo min mogelijk, vertelt Gert van den Bos, missionair werker van de Ontmoetingskerk. ‘In de wijkwinkel laten we het evangelie zien, zonder dat we er woorden aan geven. Het is diaconaat pur sang. De werkelijkheid van de afgelopen 10 jaar laat zien dat er diverse mensen via de wijkwinkel tot geloof gekomen zijn.’

Yvonne van den Berg is sinds november vorig jaar vrijwilliger bij de Wijkwinkel. ‘Mijn moeder doet dat werk al jaren, dus ik ben er via haar verhalen mee vertrouwd. Toen ik vorig jaar werkloos werd, heb ik me aangemeld, want thuiszitten, daar word je niet blij van.’ Elke donderdag is ze er te vinden. ‘Je hoort schrijnende verhalen. Mensen van wie het huis ‘onder water’ staat, mensen die werkloos zijn geraakt, vrouwen die in de steek zijn gelaten door hun vent. Vorige week nog een vrouw die dringend op zoek is naar huisvesting voor haar en haar dochtertje, na een scheiding. Dat valt niet mee, zeker niet als je uit Oost-Europa komt en nauwelijks Nederlands spreekt. Taal en IQ spelen nu eenmaal een rol, als je zoiets wilt regelen.’

In zulke situaties helpt het wel als medewerkers van de wijkwinkel naar ambtenaren bellen, zegt coördinator Connie. ‘Wij vinden makkelijker ingang dan een willekeurige burger. De wijkwinkel heeft een goede naam. Het scheelt natuurlijk ook dat we de weg weten.’

‘Het is dankbaar werk’, zegt Yvonne. ‘Ik vind het eigenlijk steeds leuker. Je staat er versteld van, hoeveel problemen er dichtbij huis zijn. Je kunt jezelf nuttig maken, door belangeloze hulp.  Ik merk dat ik er blij van word.’

Uitje

Els Nieuwenhuis coördineert de taallessen. Het gaat niet alleen om vluchtelingen en asielzoekers, maar ook om mensen die zich bijvoorbeeld via hun relatie in Capelle hebben gevestigd; Chinezen, Polen, Eritreeërs, Syriërs…  ‘Ons eerste doel is dat we mensen helpen om Nederlands te praten. Velen durven dat niet, ze schamen zich voor hun gebrekkige kennis van de taal, of vanwege de grammaticale fouten. Als je ze daar niet bij helpt, durven ze nauwelijks sociale contacten aan te gaan en vereenzamen ze langzaam maar zeker.’ Er zijn vier groepen; op het hoogtepunt telde Els 35 leerlingen, momenteel zijn het er zo’n 20. ‘Het lastigste probleem is het uiteenlopende niveau. Sommigen hebben een talenknobbel en doorlopen in relatief korte tijd alle niveaus; anderen komen nooit verder dan de eerste groep.’ Negen jaar is Els al bij het werk betrokken. ‘Het is echt een uitje voor me.’

Goodwill

De Wijkwinkel heeft de kerk veel goodwill gebracht. Gert: ‘We zijn voor de gemeente een A-merk in de wijk – zoals de stadsmariniers, de wijkagenten, de huisartsen, de welzijnsorganisaties, de Voedselbank, is ook de Ontmoetingskerk. ‘Jullie hebben een lijntje met Boven’, zei één van de ambtenaren, zelf moslim. De trouw van vrijwilligers heeft daar zeker toe bijgedragen. Bij alle waardering is het zaak alert te blijven op de ‘corebusiness’ van de kerk. We werken graag samen met allerlei organisaties in de wijk, maar mét onze eigen missie.’

Koos van Noppen

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief