Mirjam Meijer-Berends behoorde tot de eerste dopelingen in de missionaire pioniersplek ‘De Brug’ in Huizen. Na jaren van ‘wat los-vast shoppen’ en een ‘knipperlichtrelatie met God’,  vond ze daar een geloofsgemeenschap waar ze zich helemaal thuis voelt. ‘Ik zou niet meer zonder kunnen.’

‘Mijn ouders moesten spijt betuigen toen ze in de kerk wilden trouwen, terwijl ze al in verwachting van mij waren. Dat ging hen te ver, want ik was heel welkom. Ze wilden daarna op zoek naar een andere kerk, maar dat is er nooit echt van gekomen. Ik kreeg een vrije opvoeding; ik kreeg wel dingen mee van de Bijbel en het geloof, maar naar de kerk gingen we vrijwel nooit. Als puber vond ik het best verwarrend: er zijn zoveel kerken en stromingen – alles kon waar zijn, maar wat moest ik?

Met leeftijdgenoten ging ik weleens mee naar evangelische gemeente. ‘Als je God wilt leren kennen, kom dan naar voren’ hoorde ik in Amsterdam in zo’n gemeente. Een onweerstaanbare kracht dreef me naar het podium; ik moest als enige vreselijk huilen. ‘Gefeliciteerd met je bekering’, zeiden ze na afloop. Maar het beklijfde niet. Ik vond het uiteindelijk toch teveel happy-clappy.’

Vormend

‘Een stage in het kader van mijn studie bracht me naar een project van SOS-Kinderdorpen in Zuid-Afrika. Ik voelde me er alleen en ging met anderen mee naar een chapel. Voor het eerst van mijn leven hoorde ik daar preken die me hielpen bij de vragen waar ik mee zat. Praktisch en vormend.

Terug in Nederland moest ik mijn draai zien te vinden; dan ging ik zomaar maanden weer niét naar de kerk, wel naar een Alphacursus. Ik vond het geloof wel zo belangrijk dat ik bewust een christelijke datingssite opzocht, toen ik op zoek was naar een relatie. En uitgerekend daar kwam ik in contact met Remmer, niet gelovig. Hij had zich bij de christelijke site ingeschreven omdat hij geen oppervlakkige relatie wilde.

Ruimte

Op een feestje raakte ik aan de praat met een oom van een goede vriendin. Hij zei: zal ik Jan Verkerk van ‘De Brug’ niet eens vragen om je te bellen? We wisselden nummers uit en kort daarna ontmoette ik hem. Het duurde nog wel voordat ik er kind-aan-huis zou worden. De gesprekken op weg naar de doop waren voor mij als een warm bad.  Ik zag hoe alle eerdere contacten en ervaringen hadden bijgedragen aan een ontwikkeling naar de belijdenis en de doop. ‘Kom zoals je bent’, is een slogan die ze vaak gebruiken in De Brug. Ik voelde meer dan welkom. Ook bij God. Dat besef van geloof als een vrije ruimte van echte liefde, wat ik altijd latent heb ervaren, kwam hier tot bloei.

Liefde

Ons huwelijk, in een klein wit kerkje op een heuvel in Portugal, was een hoogtepunt in mijn leven, maar de doopdag, 6 december 2015, nog veel meer. Deze keuze weegt ook het zwaarst:  ‘Ja’ zeggen tegen God, omdat Hij volmondig ‘ja’ zegt tegen jou. Remmer sprak in het openbaar zijn steun voor een christelijke opvoeding van onze kinderen uit. En terwijl ik zeven maanden zwanger was van Woed, stond ik daar met Bent, en bracht hem bij God om te worden gedoopt. “Hier ben ik, grotere liefde kan ik U niet geven…”

Lange tijd heb ik de doop als een soort examen beschouwd. Ik legde de lat heel hoog. Maar als ik Jezus volg op zijn weg naar het kruis, dringt steeds weer tot me door dat het om heel iets anders gaat, namelijk, dat je geliefd bent. Daarom deed Hij dat voor mij, voor ons. Dat verhaal wordt nooit oud, maar is elke keer weer nieuw.’

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief