De wijkgemeente Martinikerk in Groningen pioniert met Engelstalige diensten, in samenwerking met de plaatselijke Anglicaanse en Koreaanse kerk. Elke eerste zondag van de maand, ’s middags om 17 uur. Het initiatief blijkt in een behoefte te voorzien. Sommige buitenlandse studenten zien voor het eerst een kerk van binnen.

Op een zonovergoten zondagmiddag wurm ik me op de fiets tussen het winkelend publiek naar de Martinikerk, in het hart van de binnenstad. De terrassen zitten overvol en de dakloze bedelaars bij het Groninger Museum zullen weleens mindere dagen hebben gehad. De kerk is al open en bij de bakfiets naast een van de pilaren schenken vrijwilligers koffie. Er wordt Engels en Nederlands gesproken; het is maar net bij welke statafel je aanhaakt.

‘Alleen samen met andere gelovigen leren we de vele dimensies van de liefde van God kennen’, lees ik in het liturgieboekje dat wordt uitgedeeld. Vandaag is de vierde Engelstalige dienst, in januari is het initiatief begonnen. De universiteit Groningen heeft een speerpunt gemaakt van het aantrekken van internationale studenten. Minstens een kwart van de studenten heeft een buitenlandse achtergrond. ‘Ook expats rekenen we tot de doelgroep’, zegt ds. Pieter Versloot, missionair predikant van de IZB en gemeentepredikant van de ‘Martini’, die vanavond voorgaat in de liturgie.

Bubbel

Het initiatief bleek meteen in een behoefte te voorzien. De eerste keer waren er ca. 125 bezoekers. Versloot: ‘Er komen mensen die nog nooit een kerk van binnen hebben gezien. Ze komen uit alle windstreken: Indonesië, Congo, Zuid-Amerika. Ik herinner me een Chinese student architectuur, die met verwondering het gebouw bekeek en vervolgens de hele dienst bijwoonde. Je spreekt studenten die zich wat verloren wanen in de stad. Het valt als tijdelijke bewoner nog niet mee om ingang te vinden in sociale netwerken. Ieder zit in z’n eigen bubbel. Via de internationale dienst en de gezamenlijke maaltijd kunnen mensen elkaar en gemeenteleden leren kennen. ’

‘Praise to the Lord, the Almighty, the King of creation’. Als het aanvangslied klinkt, zijn er een kleine honderd kerkgangers; minder studenten dan de eerdere keren. ‘Het eind van het semester is voor studenten een drukke periode. En dat de zon zo uitbundig schijnt helpt ook niet echt’, zegt Hendrik Timmer, vanuit de christelijke studentenkoepel IFES al ruim 5 jaar werkzaam onder internationale studenten in de stad.

Vriendschap

Benno van den Toren, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen, lid van de wijkgemeente, preekt over de eerste christengemeente, ‘a new countercultural community’, met  gemeenschappelijkheid als een van de aantrekkelijke karakteristieken.  ‘Juist ver van huis en haard besef je de waarde van een gemeenschap, een diepe vriendschap. Het is onmogelijk om te (blijven) geloven, zonder een kerkgemeenschap. Een radicale verandering van gedrag – zoals bij de eerste christenen –  vraagt een gemeenschap, waarin je met elkaar optrekt.’

Halverwege de dienst krijgt student natuurkunde Bernard Brouwer het woord voor een ‘personal testimony’, een getuigenis uit het leven gegrepen. Hij vertelt hoe hij in zijn vroege tienerjaren afscheid nam van het christelijk geloof dat hij thuis had leren kennen. Hij werd atheïst, Richard Dawkins was zijn idool. Tijdens een crisismoment als tweedejaars, in 2017, belandde hij ’s nachts met een ‘breakdown’ op de huisartsenpost. ‘Mijn relatie met mijn vader was in die tijd erg slecht. Door een merkwaardig toeval ontmoette ik daar in de misère mijn enige vriend die christen was. Hij vertelde me over ‘another Father’. Een geestelijke ervaring, alleen, tijdens een wandeling in de Schotse Hooglanden, betekent een keerpunt in Bernards leven. Hij besluit zijn verhaal met een bijbeltekst die voor hem van grote betekenis is: ‘Voorwaar, voorwaar, wie gelooft heeft eeuwig leven’ (Joh. 6:47).

Comfortzone

Sommige onderdelen van de liturgie zijn in het Nederlands. Die kunnen elke keer verschillen: Deze zondag klinken de geloofsbelijdenis en het gezamenlijke Onze Vader in het Nederlands. We doen dat omdat veel studenten graag Nederlands leren. Ook komen we zo tegemoet aan gemeenteleden die het engels minder machtig zijn.

‘Goed dat deze dienst er is’, zegt een kleine man in het kringetje aan een van de statafels, waar we ons tegoed doen aan broodjes en soep. ‘De eerste keer dat ik hier een dienst bezocht werd er alleen Nederlands gesproken en was ik een beetje teleurgesteld. Maar kijk nu: mensen overal vandaan, zonder enig onderscheid, jood noch heiden.’ Met een kwinkslag voegt hij er aan toe: ‘Lijkt me bijbels.’ Billy blijkt een predikant uit India, waar hij werkt als church planter; hij studeert in Groningen. Zijn medestudent theologie is afkomstig uit Gambia. ‘Het verloop van de liturgie was heel vertrouwd voor me’, zegt deze Gilbert.  ‘Onze kerk is gesticht door Nederlandse zendelingen.’

Voor IFES-werker Hendrik Timmer zijn de Engelstalige diensten van grote waarde bij zijn werk. ‘Het verblijf in een andere cultuur, haalt buitenlandse studenten uit hun comfortzone. Dat maakt hen ontvankelijk voor de grote vragen: waarom ben ik op aarde? Wat is het doel van het leven? Het is mooi als een kerkgemeenschap hen dan gastvrij onthaalt. Tijdens het koffiedrinken vóór de dienst en de maaltijd na afloop kunnen er relaties ontstaan met gemeenteleden.’

 

Slapende reus

IFES biedt zelf een buddy-programma voor studenten en er zijn gezamenlijke activiteiten met internationale studenten, bijvoorbeeld een Bijbel & Korankring, waar christenen en moslims elkaar ontmoeten. ‘Maar er is zoveel werk… Als ik er 5 collega’s bij zou krijgen, zou er nog veel blijven liggen.’ De christelijke studentenverenigingen zouden op dit punt meer kunnen doen. ‘Vaak hoor je dan: mijn Engels is niet goed genoeg. Terwijl wel meer dan de helft van de colleges in het Engels is. IFES-collega’s uit andere Europese landen noemen de grote hoeveelheid christen-studenten “een slapende reus”. Als die wakker wordt….’
Kansen ziet Timmer genoeg. ‘Er zijn studenten uit landen die behoorlijk gesloten zijn voor het evangelie. Die kunnen hier in alle vrijheid kennismaken met het christelijk geloof.’ Hij vertelt over een studente uit Vietnam, die de eerste keer in de kerk kwam tijdens de informatiemarkt van de universiteit. Later kwam er ook naar de kerkdienst, ze volgt nu een Alphacursus.

Wereldkerk

Met de Engelstalige dienst bewijst de gemeente zichzelf ook een grote dienst, benadrukken ze. ‘De ontmoeting met andere culturen is vormend. Het verruimt je horizon’, zegt Benno Van den Toren. Om die reden klinkt ook in elke dienst een getuigenis van een buitenlandse student. ‘De wereldkerk is bij ons op de stoep beland.’ Dit eerste jaar wordt er gepreekt uit Handelingen, ‘over de Geest die grenzen doorbreekt, te beginnen met het talenwonder. Lucas vertelt hoe het ongelooflijke, blijde nieuws over Jezus’ opstanding zich over de wereld verspreidde. Een wereldkerk ontstond in verschillende culturele contexten. Dat leverde en levert telkens weer een verrassende kijk op het christelijk geloof op. Hopelijk laten deze internationale diensten iets van proeven.’

Common space

Versloot verwijst naar Rowan Williams, die tijdens zijn recente bezoek aan Nederland sprak over Urban Spirituality. Williams benadrukte dat de Geest van God een Geest van ‘bevrijdende verbinding’ is. Kerken hebben vaak ongekend veel ruimte in de binnenstad. Door die ruimte als  ‘common space’ te delen met stadsbewoners, bieden we hen de mogelijkheid die bevrijdende verbinding met God en elkaar te ervaren.’

Koos van Noppen

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief