‘Als ik iets bij Dabar geleerd heb, is het wel een bepaalde levensstijl. De manier van leven op de camping, waarin je onbevangen het geloof deelt met andere mensen, heb ik me meer eigen gemaakt. Ik ben nu veel minder bang om over het geloof te praten, om er voor uit te komen dat ik christen ben.

Je zou het de ‘bijvangst’ kunnen noemen. In de eerste plaats doe je Dabar ten dienste van anderen, maar je steekt er zelf ook veel van op.’
Er zijn niet zoveel vrijwilligers die in één zomer tweemaal twee weken Dabarwerk doen. ‘Ik ben er gewoon ingerold’, zegt Geerdine Stravers, studente tandheelkunde, haast verontschuldigend. Dat gold ook voor de eerste keer dat ze zich inschreef, drie jaar geleden.

‘Eigenlijk wist ik amper wat het Dabarwerk inhield. Ik had er nog nooit met vrijwilligers gesproken die eerder op een camping hadden gewerkt. Het was een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Ik was 17 jaar, zat in die periode niet lekker in m’n vel. Er viel weinig doel en richting in mijn leven te ontdekken. Ik besloot er voor te gaan bidden: ‘Als U een plan hebt met mijn leven, wilt U me dat laten zien.’ Kort daarop kreeg ik een app-je van een goede bekende, die ik al vijf jaar niet gesproken had: “We hebben nog mensen nodig voor ons Dabarteam….” Ik geloof niet dat gebeden via briefjes uit de hemel worden beantwoord, maar dit leek er toch verdacht veel op.’

Via de site kreeg Geerdine een eerste indruk van het werk op de camping. ‘Je leest wel verhalen, en uitspraken als ‘de ervaring is onbetaalbaar’. De beste manier om daar achter te komen, is: je aanmelden. Je weet pas echt wat het is, als je het werk een keer hebt gedaan.’

Drie achtereenvolgende jaren deed Geerdine Dabarwerk, op campings in Elburg en Katwijk. Eerst als teamlid, daarna een keer als teamleider. ‘Dat wil zeggen: je bent allemaal gelijk, maar er moet nu eenmaal iemand soms knopen doorhakken. Het liep bij ons gesmeerd, ik heb er weinig van gemerkt dat ik nu zoveel méér verantwoordelijkheid droeg. Er was een goede teamspirit, we stonden voor elkaar in. Ik heb dat bijzonder gemerkt, doordat ik in die periode kampte met de ziekte van Pfeiffer. ‘Stop nu maar met zorgen’, zeiden mijn teamgenoten op een avond, ‘ga gerust slapen. Toen ik wakker werd, was alles geregeld.’

Geerdine ontdekte dat sommige campinggasten erg geïnteresseerd zijn in gesprekken over het geloof. ‘In Elburg raakten we in contact met een broer en zus. Het eerste jaar was de zus heel belangstellend. We gaven haar aan het eind van de zomer een paar boekjes mee. Het tweede jaar was haar broer erbij; hij was superfanatiek. Hij vroeg bijvoorbeeld ‘Mag ik je Bijbel even lenen, ik heb een tekst gelezen en ik wil even weten wat ik daar mee moet…’ We hebben veel diepgaande gesprekken gevoerd. Later zijn een vriendin en ik nog een keer met hem naar een plaatselijke kerk gegaan. Dat was een hele onderneming, want hij woonde ver weg. Af en toe hebben we via de app nog contact.’

Een andere ontmoeting die me bijbleef: een vrouw die al jaren op de camping kwam in Katwijk, zei: “Als ik hier binnenloop is het altijd alsof ik voel dat God er is.” Natuurlijk loop je ook tegen weerstand aan, maar we hebben geleerd om met gebed en met elkaar deze problemen op te lossen. God is erbij!’

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief