‘Vrijmoedig’ was het thema van de tweede editie van het Preekfestival dat op 8 en 9 juni plaatsvond in Utrecht. Het Preekfestival werd georganiseerd door de PThU, de TUU, de PKN en vele andere partners waaronder IZB-Areopagus. ‘Je kunt in de preek verschillende rollen aannemen.’
Na een inspirerend avondprogramma op maandag met onder meer de Egyptische theologe Anne Zaki, verzamelen de deelnemers van de tweede dag van het Preekfestival zich op dinsdagochtend in de Jacobikerk. Terwijl het ochtendlicht door de ramen valt, start de dag met de heldere kinderstemmen van de Utrechtse kathedrale koorschool, die meewerken aan het ochtendgebed onder leiding van predikant Wim Vermeulen.

De eerste lezing van de dag is van de Londense theoloog Samuel Wells, een van de drijvende krachten achter het Britse Festival of Preaching. Zijn lezing heeft als thema ‘Preaching and politics’. Hij bespreekt twee preken die ingaan op actuele politieke situaties die hij recentelijk zelf hield. ‘Als je de wereld wilt veranderen kun je samenwerken met de macht of protesteren tegen de macht. Maar er is ook een derde weg: zoeken naar hoe een betere wereld eruitziet.’
Evangelie
Zijn preken sluiten aan bij die derde weg. Een preek dient er volgens Wells toe om duidelijk te maken wat de roeping van de kerk is. Zo leert volgens hem Jesaja 55 dat de samenleving er is voor iedereen, ook voor wie geen geld heeft. De basis van de samenleving wordt gevormd door waarden die onuitputtelijk zijn, zoals commitment en vertrouwen. Dit staat op gespannen voet met een politiek die gericht is op geld, transacties en deals. Er kunnen ook preken zijn die wortelen in een specifieke vraag, bijvoorbeeld hoe je je als christen verhoudt tot de gruwelen in Gaza. Wells adviseert om zo’n preek van tevoren te laten meelezen en ook aan te kondigen. ‘Maak van tevoren je bedoelingen helder, zodat je gemeenteleden niet voor verrassingen komen te staan.’
Aan het eind van zijn lezing geeft hij een aantal richtlijnen voor preken over politieke onderwerpen, waaronder de tip om dit niet te vaak te doen: zo’n 1 op de 10 keer. ‘Als je elke zondag een politieke aanval doet, worden je preken saai en voorspelbaar. En het Evangelie is nooit saai en voorspelbaar.’
Onderwerpen vermijden
Op verschillende locaties in de binnenstad was een breed palet aan workshops te volgen. Bij het gebouw van de TUU aan de Plompetorengracht houdt prof. dr. Arnold Huijgen een workshop met als titel ‘Preken over de hel?’. Een heikel onderwerp, de meeste aanwezige voorgangers geven aan dit onderwerp veelal te vermijden in de prediking. Huijgen geeft hen diverse perspectieven om recht te doen aan de Bijbel én de alledaagse ervaring van kerkgangers. De belangrijkste tradities in het denken over de hel, van de benadering van Augustinus tot het universalisme, dus het idee alle mensen gered worden, bespreekt hij in zijn boek Inferno. De hel als een plek waar mensen door duivels gepijnigd worden, is nergens in de Bijbel te vinden. Maar het idee dat alle mensen gered worden, overtuigt hem ook niet, omdat de Bijbel wel leert dat er twee wegen zijn.

Aanknopingspunten voor een nieuwe benadering vindt hij bij Calvijn, die de hel een ervaring noemt: Christus ervaart de godverlatenheid. ‘Calvijn plaatst de hel aan onze kant van de werkelijkheid. Dat geeft ruimte voor erkenning van dagelijkse situaties waar alleen God ons van kan verlossen.’ Belangrijk is ook te beseffen dat de hel als dreigement juist een gelovig publiek treft. ‘Echte dreiging met de hel als ondergang vind je alleen in het Mattheüsevangelie. Daarbij richt Jezus zich tot de gemeente, niet tot buitenstaanders. Dat is voor veel mensen een eyeopener.’
De hel is zoiets als het fotonegatief van de plek waar Jezus is, stelt Huijgen. ‘Jezus zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven; ik ben de deur, de goede herder. De hel is het tegenovergestelde: een doolhof, waar de leugen regeert, waar geen kader is, waar je eenzaam bent, waar geen kudde is. De hel is: niet delen in Christus. Wie dan zegt dat dit wel meevalt, is in mijn ogen te beklagen.’
Bondigheid
Preken is een kwestie van theologische inhoud, maar ook van verwoording. In een zaaltje van het gebouw van de TUU verwonderen deelnemers van de workshop ‘Aan één woord genoeg’ zich over de bondigheid van de preken van Gerrit de Kruif, die diepe gedachten in geserreerde zinnen kon vangen. Udo Doedens, Hanneke Ouwerkerk en Jilles de Klerk bundelden onlangs een aantal van die preken in het boek ‘Kijk, weer een zwaluw’.
De Klerk: ‘De Kruif wist snel tot de kern te komen en je ook mee te nemen naar die kern.’ De Kruif preekte bijvoorbeeld in heldere bewoordingen over bekering, in een preek over Markus 1. ‘Het is niet spectaculair, zodat je er een sterk verhaal bij kunt vertellen. Het heeft er meer iets van dat je in een gymzaal in een grote groep staat en dat je moet kiezen bij welk team je gaat staan. Je kiest als vanzelf het sterkste team, maar je bedenkt je en loopt over naar dat andere. Tot inkeer komen is niet iets heel dieps, het is iets lichts, dat past bij Jezus. De diepzinnigste mensen komen er nooit uit. Het is meer dat je een wenk volgt, omdat Hij vertrouwen wekt. En dat je dan dingen gaat doen die bij dat vertrouwen passen.’
Authenticiteit
Preken gaat nooit buiten jezelf als mens om. Daarover gaat het in de workshop ‘Het ‘ik’ in de preek’ in de bovenzaal van de Jacobikerk, waar Bert Karel Foppen een gesprek leidt dat nauw aansluit bij het thema vrijmoedigheid. Op welke manieren kun je jezelf inbrengen in de preek en is dat eigenlijk wel wenselijk? ‘Jonge mensen vinden authenticiteit erg belangrijk. Maar het gaat niet om mij als voorganger. Hoe houd ik dat in balans?’. Dat blijkt een vraag te zijn die breed leeft in de groep.
Theologen als Bonhoeffer en Barth pleitten ervoor om als voorganger zelf op de achtergrond te blijven. Een preek is een brief die je als het ware als een heraut voorleest. In de tweede helft van de twintigste eeuw komt de rol van de hoorder en de persoon van de prediker in de belangstelling. Een argument om wel iets van jezelf te laten zien in de preek, is dat mensen dan ook van je kunnen verschillen, stelt Foppen.
Rollen
Alle aanwezigen zijn het erover eens dat voorbeelden uit het persoonlijke leven de hoorders je verhaal in kunnen trekken. Maar hoe doe je dat op een manier die passend is? Je kunt jezelf een aantal vragen stellen om te testen of het nodig is dat je een bepaald verhaal naar voren brengt, stelt Foppen in navolging van de theoloog Richard L. Thulin. Maakt je verhaal de Bijbelpassage toegankelijker? Is het verhaal noodzakelijk voor de preek?
Veel heeft hijzelf gehad aan de inzichten van de Duitse theoloog Manfred Josuttis. ‘Je kunt in de preek verschillende rollen aannemen. Je kunt je eigen gedachten bij een Bijbeltekst verwoorden om te laten zien dat de waarheid daarvan door jouw ervaring wordt bevestigd. Of je geeft eerlijk je positieve of negatieve verhouding tot de tekst weer. Je kunt ook een fictief ‘ik’ opvoeren, waarbij je jezelf als luisteraar positioneert, of als de buurman die over de heg iets zegt. Op die manier maak je ruimte voor de eigen ervaring van de hoorders, zodat die ook van jou kunnen verschillen.’
Tekst: Nels Fahner