Zoek

‘Ook een kleine gemeente is Gods gemeente’

‘Ook een kleine gemeente is Gods gemeente’
Directiesecretaresse Gerda van de Beek over de IZB als familie.

Drie keer per week fietst ze van Nijkerkerveen naar Amersfoort en terug, weer of geen weer. Ze zal zichzelf misschien niet als een spin in het web durven omschrijven maar ze ís het wel degelijk: Gerda van de Beek, directiesecretaresse bij de IZB. ‘Je wordt hier een soort opgevoed.’ 

26 augustus 2025

Horeca genoeg in het centrum van Amersfoort, en de zon laat zich vandaag niet onbetuigd. Alle reden voor een klein uitstapje om, op een steenworp afstand van het kantoor, Gerda (54) op een terrasje te vragen naar haar relatie met de IZB. Je kunt rustig stellen dat ze vergroeid is met deze organisatie sinds ze aantrad als 16-jarige. ‘Ik had de mavo gedaan, en eigenlijk was het de bedoeling dat ik nog verder zou leren, maar ik wilde gewoon werken. Ik ben nog even tandartsassistente in opleiding geweest, maar dat paste niet bij mij. Toen viel mijn oog op een advertentie van de IZB, ze zochten een administratief medewerker. Dat leek me wel wat. Na het sollicitatiegesprek belde de toenmalige directeur naar mijn moeder met de mededeling: “We vinden haar wel een beetje jong maar we durven het aan.” Mijn moeder was apetrots.’  

Gerda’s wiegje stond in Ederveen, waar haar moeder vandaan kwam. Vaders roots lagen in Hoogland. Al vroeg verhuisde het gezin naar Nijkerkerveen (of preciezer: Holkerveen, een kleine buurtschap met ruim 300 inwoners). ‘Mijn vader was twintig jaar ouder dan mijn moeder. Qua kerkelijke achtergrond en traditie verschilden ze ook, en dat maakte dat niet alles als vanzelfsprekend gold. Er werd op een goede manier overlegd, daar denk ik dankbaar aan terug.’ 

Haar natuurlijke habitat was een boerderij, waar ze opgroeide met een halfzus en een jongere broer. Beide ouders overleden geruime tijd geleden. Gerda was dus op vrij jonge leeftijd wees, ‘ik denk wel dat je daar eerder zelfstandig door wordt’. Vlakbij de ouderlijke boerderij werden twee huizen gebouwd. In het ene woont Gerda met haar 17-jarige dochter Anna; zus Bep (ook een begrip in IZB-kring, ze is een van de schoonmaaksters van het pand) heeft op hetzelfde erf haar eigen woning. Ze genieten van elkaars gezelschap, eten vaak samen, maar respecteren ook ieders privacy.  

Stofjas 
Even terug in de tijd, 1987. Gerda kan zich haar eerste werkdag nog haarscherp voor de geest halen. ‘Er zat een oudere man die verhalen uit een ver verleden kon opdissen en een secretaresse met grote oorbellen.’ Ze was onder meer belast met de offset druk van folders. ‘Ik ging dan een hok in, een blauwe stofjas aantrekken want er kwamen anders inktvlekken op m’n kleren door dat mengsel van water en inkt.’ 

Ook de keuken was Gerda’s terrein. Verder deed ze alle voorkomende administratieve werkzaamheden zoals de telefoon, typewerk en het bijhouden van de mail. ‘Die kwamen binnen op één centraal adres, vervolgens stuurde ik ze dan door naar de desbetreffende collega.’ 

Inmiddels is ze directiesecretaresse. Een organisatie waar je zo lang werkt, gaat in je DNA zitten. ‘Je wordt ook een soort opgevoed door de IZB’, zegt ze nadenkend. ‘Je krijgt heel veel mee over de praktijk van het missionaire werk doordat je met veel mensen te maken hebt.’ De jaarlijkse Tweedaagse van IZB-Impact vindt ze altijd weer een hoogtepunt. Dat is een conferentie waar missionair werkers worden toegerust, waar ervaringen worden uitgewisseld. ‘Daar leer je mensen uit het land beter kennen, en hoor je hun verhalen. Wat een kleurenpalet! Dan weet je weer waar je dit werk voor doet. Maar ook van het MM kan ik genieten.’ Die afkorting staat voor meditatief moment, de wekelijkse overdenking op kantoor waarbij ook personele dingen worden gedeeld. 

‘Het leukste van mijn werk? De variatie. Je wordt bij verschillende processen betrokken en hoort veel over het werken in Gods Koninkrijk. De zoektocht hoe we als IZB gemeenten het beste kunnen ondersteunen in het missionaire werk blijft boeiend.’ 

Tot Gerda’s takenpakket hoort de communicatie rondom het afhandelen van nalatenschappen. ‘Als je dan bericht krijgt van de notaris, besef je hoe bijzonder dit werk is. Dat mensen, als ze stilstaan bij het sterven, ook aan de IZB denken! Gods plan gaat door.’ 

‘Als familie’ 
Wie Gerda een beetje kent zal haar omschrijven als professioneel, goedlachs, een baken van stabiliteit en gelijkmatigheid. Over zichzelf zegt ze: ‘Ik ben vooral heel dankbaar.’ Bij dat ‘gelijkmatig’ wil ze een kleine nuance aanbrengen. ‘Inwendig kan ik heus wel eens sarcastisch zijn hoor, maar dat zal ik dan niet zo uiten.’ Ze herhaalt: ‘Ik ben gewoon dankbaar. Ondanks alle gebrokenheid en kwetsbaarheid.’ 

Met dat laatste werd ze in de zomer van 2023 geconfronteerd. Anna kreeg toen een ernstig ongeluk, waarna ze een deel van haar hand moest missen. Een lang traject volgde van hersteloperaties en revalidatie. Gerda is toen een tijdje uit de running geweest. ‘Het is gewoon een stukje rouw waar je doorheen gaat, daar komt het in elk geval dicht bij in de buurt. Dat zeggen psychologen en andere deskundigen ook. Je merkt in zo’n situatie Gods trouw en nabijheid. En je ervaart ook dat de IZB als familie fungeert.’ De manier waarop Anna er zelf in staat, helpt enorm bij het verwerken. ‘Ze doet een opleiding, haalde haar rijbewijs, heeft een vriendje. Ja, ze heeft echt haar weg gevonden.’ 

Sinds het ongeluk moet Gerda wel andere prioriteiten stellen. ‘Ik doe nu bijvoorbeeld minder kerkenwerk.’ Ze was op dat gebied altijd actief. ‘Ik ben betrokken geweest bij Rock Solid (kerkelijk jongerenwerk, gericht op tieners), VakantieBijbelClub, en ik heb de diaconie geholpen.’ Ze lacht: ‘In onze gemeente hebben we geen vrouwelijke ambtsdragers; dan was dit een mooie tussenoplossing.’ 

Ze is lid van de plaatselijke hervormde kerk, die ze graag trouw wil blijven. Gerda is geen kerkshopper. ‘Ik heb de gemeente lief. Van Sjaak van den Berg (de vorige IZB-directeur) leerde ik: “Ook een kleine plaatselijke gemeente is Gods gemeente, onderdeel van Gods plan.” Er zijn nog twee kleine kerkgemeenschappen in het dorp waar we mee samenwerken. Mijn droom is dat we ooit samengaan. Gelukkig zijn er dus al gezamenlijke activiteiten, zoals maaltijden, jeugdwerk en een aantal gezamenlijke diensten.’  
Bij de introductie van de Alpha-cursus in Nederland was Gerda secretaresse. ‘Daar zag ik zoveel verschillende kerkgenootschappen die samenwerkten, dat was bemoedigend.’ Via haar werk heeft ze trouwens ook weleens over de landsgrenzen kunnen kijken: ‘Ik kon een keer mee naar het Verenigd Koninkrijk, naar de bakermat van Alpha. Zo vernieuwend! Ik heb er veel geleerd, bijvoorbeeld dat de heilige Geest juist werkt in mensen die de Here God nog maar net hebben leren kennen.’ In 2024 is ze in het kader van de campagne ‘Uw Koninkrijk kome’ naar Londen geweest. ‘Heel verrijkend!’ 

Hoe geeft ze zelf vorm aan haar missionaire opdracht? ‘Het lijkt misschien iets kleins maar ik stuur veel kaarten, en zet daar meestal iets op in de trant van ‘we bidden voor je’. Je hoort dat dat wordt gewaardeerd.’ Als het ter sprake komt, praat ze vrijmoedig over haar werk en over God. ‘Afgelopen seizoen volgde ik een cursus Engels aan de Volksuniversiteit in Nijkerk. Daar had ik een leuk contact met een Marokkaanse man. Het was net na de ramadan, we hadden het erover hoe hij dat beleefde en wat het geloof voor mij betekent. Dat het geloof belangrijk is, benoemde ik ook na Anna’s ongeluk, in het ziekenhuis en bij de psycholoog. “We horen dat vaker, wat is dat mooi”, was hun reactie.’ 

Wilde dingen 
Gerda mag dan nooit een toekomst als boerin hebben geambieerd, ze is wel een natuurmens. Ze houdt van dieren – al blijft de veestapel tot bescheiden proporties beperkt: een kat en een paar kippen – en van de tuin. ‘Dat is echt een uitlaatklep. Zwarte vingers, heerlijk! Ooit was ik behoorlijk perfectionistisch, iemand vroeg een keer of ik de tuin gestofzuigd had. Maar nu durf ik het blad lekker te laten liggen.’ 

Ze vindt het leuk verschillende dingen te doen. ‘Ik was pas een avond in het Concertgebouw en kort daarna hielp ik bij de TrekkerTrek in het dorp.’ Heeft Gerda nog een onbekende kant van zichzelf te onthullen? ‘Ik hou eigenlijk best van wilde dingen’, bekent ze. ‘Achtbanen – dat zou ik best eens vaker willen doen. Misschien zou ik het zelf niet per se opzoeken, maar ik ga het ook zeker niet omzeilen…’ 

Tekst: Anneke Verhoeven.

Wil je op de hoogte blijven van ons werk?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief met elke maand inspiratie, verhalen en de laatste ontwikkelingen.

Inschrijven Meer informatie