Zoek

‘Ik heb best vaak vertwijfeld op mijn studeerkamer gezeten’

‘Ik heb best vaak vertwijfeld op mijn studeerkamer gezeten’
Interview met Corine Zonnenberg

Predikanten en kerkelijk werkers hebben veel te maken met gebrokenheid en lijden. Hoe ga je daarmee om? We spreken erover met Corine Zonnenberg, missionair predikant in Rotterdam-Zuid, in de nasleep van een IZB-bijeenkomst voor pioniers over gebrokenheid. ‘Ik ben nog op zoek naar een goede balans.’

13 februari 2024

Corine ZonnenbergDeze plek maakt soms wantrouwig’, zegt Corine Zonnenberg, als we bij haar koffiedrinken op een druilerige februariochtend in haar huis in Rotterdam-Charlois. Ze vertelt dat er pas een paar fietsen die voor het huis stonden, zijn gestolen. Haar auto is al een paar keer opengebroken.

In Rotterdam-Zuid zijn de maatschappelijke problemen op elke straathoek te vinden. ‘De tweede week dat we hier woonden, liepen we langs een pand waar een schietpartij was geweest. De kinderen zagen de kapotgeschoten ruiten. Ze vroegen wat er was gebeurd.’

Toch is het goed om als missionair werker te wonen waar je werkt, denkt Zonnenberg. ‘Ik dacht daardoor als voorganger aan andere dingen. Ik ging in de kerk bidden voor de veiligheid van de wijk. Ik stelde me voor hoe het zou zijn als mijn kind langsfietste op het moment van zo’n schietpartij. Je voorbeelden in de preek worden actueler. Toen ik preekte over het zien van de ander, dacht ik aan de jonge meisjes die hier in een busje worden afgeleverd voor een seksshop. En aan de daklozen en de klanten van de coffeeshop.’

Over Jezus is geschreven dat hij zich liet raken. Maar als er zo veel leed is, kun je je dan nog laten raken? Hoe kijk jij daartegen aan?

‘Het eerste jaar rond kerst dacht ik: ik word gek van de continue armoede om me heen. Mensen die schreeuwen tegen hun kinderen in de supermarkt. Mensen die hun boodschappen niet kunnen betalen. Ik merk dat ik harder word. Die hardheid zie ik ook om me heen.’

Zonnenberg haalt even een hand door het haar van haar pleegdochter, een meisje van twee jaar dat tijdens het gesprek dicht tegen haar aan zit. Haar moeder zwerft door Rotterdam, ze mag haar één uur per week bezoeken. ‘Pas moest ze naar de huisarts’, vertelt Zonnenberg. ‘Maar ze heeft geen BSN, ze is stateloos. De huisarts weigerde om een afspraak te maken. In Hardinxveld, waar ik vandaan kom, zou er wel iets geregeld zijn, denk ik dan. Daar kan ik weleens naar terugverlangen.’

Hoe kun je voorkomen dat je meegaat in die hardheid?

‘Het zou natuurlijk niet moeten. Pas was ik bij een lezing van Paul Visser over het thema ‘Ons lijden en Gods liefde’. Hij zei: het is goed dat het je raakt, want dat zegt iets over God in jou. Dat vond ik mooi. Ik ben op zoek naar een goede balans. Ik merk dat mijn kinderen zich ook hechten aan ons pleegkindje. Over een paar maanden dient de rechtszaak. Wat als ze daarna hier weg moet? Dan hebben wij hier een wond in ons gezin. Ik denk dat veel mensen daarom denken: ik wil niet gekwetst worden, dus ik geef geen liefde meer. Maar ik wil blijven kiezen voor het geven van liefde.’

Je bent bij de Impact-tweedaagse voor pioniers geweest, die het thema ‘Gebroken Verlosser’ had. Hoe kijk je daarop terug?

‘Ik was vooral geraakt door het verhaal van Pieter Versloot, die vertelde over zijn eigen zoektocht, zijn omgaan met Parkinson. Wat bij mij bleef hangen, was: misschien zijn we als mensen hard bezig om het lijden weg te poetsen, maar God is met ons in het lijden. Bij Pieter zag ik dat hij zocht; hij bevroeg God, maar ergens bleef het geloof toch ook om hem heen. Ik zie in mijn kerk ook veel twintigers worstelen met die vraag naar het lijden. Hier in Rotterdam-Zuid was op een gegeven moment mijn auto voor de derde keer opengebroken. Ik heb best vaak vertwijfeld op mijn studeerkamer gezeten. ‘Ik ben’, die Bijbelwoorden bleven bij mij. Ik val nooit dieper dan Gods liefde; Hij laat me niet stuk vallen. Dat besef heeft me erdoorheen gesleept en me doen besluiten om toch door te gaan.’

Hoe merk je dat God er is? Hoe kreeg je die bevestiging?

‘Die krijg ik in gesprekken met God. Die voer ik meestal in mijn studeerkamer, maar soms ook fietsend door de stad. God spreekt door Bijbelteksten. Ik heb weleens gezegd: ik stap niet van mijn fiets af voordat U mij zegent, zoals in het verhaal van Jakob. Ik denk dat het verhaal van Pieter daarom zo bij mij resoneerde. Zegening zit voor mij trouwens niet zo zeer in een grote gemeente. Ik denk dat ik die droom losgelaten heb. Ik zie God aan het werk, maar heel erg in het klein. Dat maakt je mank, het houdt je nederig, dichtbij God.’

Ze vertelt dat ze juist nu meemaakt dat de gemeente groeit. Op een gegeven moment stapelden de onzekerheden zich op, op het gebied van huisvesting en werk. ‘Ik ben gaan bidden, ik heb allerlei gebedsgroepjes opgetuigd met collega’s, met kerkleden. Want ik dacht: daar begint het, in Gods aanwezigheid. Dan kun je met Gods ogen kijken en ook keuzes maken: op welke problemen richt ik mij? Wie gun ik een plek aan mijn tafel? Ik bied dat niet iedereen aan, maar sommige mensen wel. Ik wandel nu achter God aan; zo zou ik het zeggen.’

Preek

Het gesprek komt op een preek die ze onlangs hield, met als thema ‘beginnen vanuit stilstand’. Zonnenberg vertelde over de stille houding van een harpoenier, zoals die beschreven wordt in de klassieker Moby Dick van Herman Melville.

‘Die preek had ik echt met het oog op deze plek geschreven. Er is hier een viswinkel die Moby Dick heet. Ik dacht: waarom heet die winkel zo? Toen ben ik dat boek gaan lezen. Ik dacht ook: als ik daar een verhaal bij vertel, dan denken de mensen daaraan terug als ze langs die winkel komen.’

Ze wilde graag de kerkgangers inspireren om vrienden en kerkgangers uit te nodigen voor de Alpha-cursus. Maar gaandeweg besloot ze juist niet tot actie aan te zetten, maar tot gebed, tot stilstand. ‘Mijn grootste les is geweest: eerst stilstaan en beginnen bij God zelf. Hier in Rotterdam nemen we niet zo veel tijd om te bidden. Het gaat om doen. Er zitten veel twintigers en dertigers in de kerk, die racen maar door in deze tijd.’

Die twintigers raadt ze regelmatig de boeken van de Amerikaanse theoloog John Mark Comer aan. ‘Hij schrijft heel laagdrempelig over actuele thema’s. Bekende titels van hem zijn De radicale uitbanning van haast en Paradijsstad. Hij heeft een boek geschreven over Exodus, dat heet God heeft een naam. Hij heeft ook een goed boek over de leugens van deze tijd geschreven, dat veel twintigers aanspreekt.’

Je bent nu ongeveer twee jaar als pionier actief. Wat is voor jou de belangrijkste omslag geweest in die periode?

‘Die omslag is dat ik probeer om achter Jezus aan te gaan. Ik ben het gebed een veel belangrijkere plek gaan geven. Met een groepje voorgangers bidden we regelmatig voor Rotterdam-Zuid. We bidden voor elke straat. We hebben een grote kaart van Rotterdam-Zuid en we lopen in tweetallen het gebied af. We bidden voor wat we zien op straat en kleuren dan die straat in op de kaart. We zagen dichtgetimmerde huizen, we hebben gebeden voor mensen die we tegenkwamen, we bidden of God zijn werk wil doen. We bidden voor de havens en dat God alle drugs wil laten vangen. We bidden ook voor mooie plekken in de wijk om die te laten zegenen. Het heeft me veranderd om op die manier te werken.’

Je legt het op Gods bordje.

Ja, dat geeft rust. Eerst werd ik gek van alle armoede. Nu zien we ook mooie dingen gebeuren, naast de ellende die er is. Iedere woensdag organiseren we als kerk een gratis bootcamp. Op straat zag onze groep een vechtpartij. Een meisje werd in elkaar geslagen. Het is gevaarlijk om ertussen te springen, maar dat hebben een paar van onze mensen toch gedaan. Dat meisje komt nu soms in de kerk. Niet altijd, hoor, ze worstelt met het leven. Het is vreselijk wat haar is overkomen, maar ik vind het ook bijzonder dat ze op ons pad komt en wij er voor haar kunnen zijn. Zo gebeuren er heel veel mooie dingen in de stad, door de ellende heen.’

Haar pleegdochtertje speelt in het licht van de ochtend. Zonnenberg geeft nog een voorbeeld. ‘We brachten kerstpakketten rond in december. Mijn man bracht er één bij de vrouw waar ik het net over had. Hij heeft toen de hele middag zitten koffiedrinken. Achteraf bleek dat ze op het punt had gestaan om zichzelf iets aan te doen. Ik had op hem gemopperd dat hij maar één kerstpakket had weggebracht. Maar wat hij deed had meer effect gehad dan wat ik had gedaan die middag.’

Ze lacht. ‘Ik deel in preken vaak zulke faalmomenten; ik kom er vaak zelf niet goed vanaf in preken. Maar zulke voorbeelden helpen, omdat mensen ze herkennen. Vroeger zou ik misschien eerder voor een succesverhaal kiezen, maar zo krijgt Gods werk meer ruimte.’

 

Interview: Nels Fahner en Teun de Ridder

Over Corine Zonnenberg

Corine Zonnenberg studeerde theologie in Leuven en aan de PThU Amsterdam. Ze begon in 2010 als coördinator van Rock Solid-tienerprogramma’s bij Youth for Christ. Een paar jaar was ze jongerenwerker in de Hervormde gemeente Zevenhuizen, daarna keerde ze terug naar YfC. Als zzp’er ontwikkelde ze cursussen geloofsopvoeding, via kerken en scholen (www.bijbelborrels.nl) en publiceerde ze twee boeken, ‘Ik ben een Bijbelontdekker’ en ‘#Godtime’. Sinds 2022 is ze missionair predikant van Noorderlicht-Charlois.

Meer interviews lezen? Inschrijven voor onze nieuwsbrief kan onderaan deze pagina.

Documenten