Zoek

Online predikantendag over ‘Hoe verder na Focus?’

Online predikantendag over ‘Hoe verder na Focus?’

Je begint als gemeente vol enthousiasme aan het Focustraject, maar op een gegeven moment is er ook een einde in zicht. Welke stappen neem je dan? Wat is er nodig om het Focustraject een goed vervolg te geven? Die vragen leverden een goed gesprek op voor de Focus-predikanten die elkaar online ontmoetten op de Focus-predikantendag.

27 oktober 2020 - door IZB

De predikanten, die allemaal werken in een gemeente die in 2019 met het Focustraject is gestart, gingen in gesprek met ds. Ton Jacobs. Hij is predikant van de Marekerk in Leiden, die deel was van de Focus-pilot in 2017. Inmiddels is bij hen het Focustraject al een tijdje afgerond. De opbrengst voor hemzelf? ‘Ik ben toch anders gaan preken. Ik zie door Focus meer waar je roeping als gemeente ligt, en waar mogelijkheden liggen om ook doordeweeks kerk te zijn. Dat krijgt nu meer aandacht in mijn preken.’ In de gemeente van ds. Jacobs was de aanloop naar het traject wat moeizaam. Is zo’n traject nou wel nodig? En kost het niet teveel geld? Toch gaf achteraf het grootste deel van de gemeente aan dat het Focustraject wel degelijk de moeite waard was. ‘We zijn door Focus gemeentebreed gaan omarmen dat we een missionaire gemeente zijn.’

Hoe ging het verder na het traject? Ds. Jacobs vertelt dat ze in Leiden in bescheiden vorm verder zijn gegaan, door elk seizoen nog steeds een aantal thema’s gemeentebreed aan de orde te brengen die een rol spelen in de missionaire roeping van de kerk. Ook in de kerkenraad blijft het gehoorzamen aan die roeping op de beleids-agenda staan. Er is een nieuwe werkgroep opgericht onder de term ‘Missionaire vorming en toerusting’. Zij ontwikkelen thema’s en organiseren het gesprek. Na het Focustraject is ook intensieve kringleiderstoerusting gebleven. ‘We introduceren niet alleen het materiaal, zoals we dat bij Focus deden, maar denken ook na over andere thema’s. Bijvoorbeeld over onderling pastoraat, hoe doe je dat?’

Zijn er ook dingen waar ze in Leiden ná het Focustraject tegenaan zijn gelopen? ‘Onze ervaring is dat veel bestaand bijbelstudiemateriaal niet echt aansluit bij wat je met Focus hoopt op gang te brengen. Het legt de missionaire verbinding niet, en ook oefeningen om in beweging te komen kom je verder nauwelijks tegen. We zijn daarom veel zelf gaan schrijven, en dat kost tijd en energie. En je moet er de mensen voor hebben! Daarnaast is de spanning tussen verlegenheid en verlangen in de gemeente altijd gebleven. Het blijft spannend of ongemakkelijk om je geloof te leven en te delen met anderen, die verlegenheid is niet zomaar weg. Het focustraject is daarvoor geen oplossing, maar het helpt wel in het bewust-zijn én in het aanwakkeren van het verlangen. Tegelijk zijn we op sommige plekken wel gegroeid. Zeker na het katern ‘geloof en werk’, wat bij ons erg leeft, heb ik het idee dat we verder zijn gekomen. Daar zijn we voorbij de verlegenheid.’

Ds. Jacobs vertelt dat ook de IZB niet meteen uit beeld was na afronding van het traject. ‘We hebben met elkaar afgesproken dat er een vorm van nazorg blijft. Bij ons krijgt dat vorm doordat de trajectbegeleider die we hadden, betrokken is gebleven. Hij dacht mee in toerusting en materiaalontwikkeling, maar ook over het nieuwe beleidsplan. Dat hielp ons in het ontdekken van de roeping die er voor onze gemeente ligt op missionair terrein.’ Dat de IZB in veel Focusgemeenten nog betrokken blijft na het Focustraject wordt duidelijk. Daarbij wordt gezocht naar de prioriteiten die een gemeente na afloop stelt, en wat het traject aan inzichten en ontwikkelingspunten heeft opgeleverd.

De aanwezige predikanten gaan met elkaar in gesprek. Wat is de rol van de predikant in het traject? Er wordt opgemerkt dat ook de predikant zélf de knop om moet zetten dat je in alles wat je voor en in de kerk doet, oog houdt voor het missionaire karakter van de kerk. Niet alleen in preken en kringen, maar ook in bijvoorbeeld het pastoraat. Ds. Jacobs: ‘De stap van ‘zorgmodel’ naar een meer toerustende functie van het pastoraat hebben wij als gemeente nog niet gemaakt. Maar ik heb daar zelf wel een andere houding in gekregen. Ik ben andere vragen gaan stellen. In alles wat je als predikant doet, kun je mensen steeds helpen om de ogen te openen voor de tijd waarin je leeft, de plek die je inneemt en de rol die je daar als christen kunt vervullen. Op die manier hoop ik dat het Focustraject voortgang blijft vinden.’