Zoek

Bidden met de buurvrouw

Bidden met de buurvrouw

Een dodelijk ongeluk verbindt de mensen bij Gerbrand en Janet van Middelkoop in de straat op een bijzondere manier met elkaar. Janet: ‘Zal ik met je bidden? vroeg ik aan de buurvrouw. We hebben elkaars handen gepakt en ik heb geprobeerd om woorden te geven aan onze machteloosheid en alles bij God te brengen.’

6 juli 2020 - door Tineke van der Zwaag

Op een winterse zondagmiddag zien Gerbrand en Janet twee traumahelikopters bij hun in de buurt landen. Janet: ‘Dan weet je dat er iets ergs aan de hand is. ’s Avonds liepen we naar de kerk en kwamen we langs de plek van het ongeluk. Ik dacht nog: als er maar geen bekenden bij betrokken zijn.’ Een dag later vernemen ze via het nieuws dat een moeder en dochter zijn aangereden door een auto. Het meisje van vier heeft het ongeluk niet overleefd.

Janet: ‘Dinsdag kwam ik mijn buurvrouw tegen. Ze zei: “Wat vreselijk hè, wat er gebeurd is”, en ze noemt de naam van een gezin dat een paar huizen verderop woont. Toen begreep ik dat het meisje dat overleden is, ons buurmeisje is… Wat een schok. We stonden daar samen buiten, stil en verbijsterd. Hier zijn geen woorden voor. Mijn buurvrouw zei: “ik voel me zo machteloos, ik kan niks doen”. Ik kan voor hen bidden, zei ik, dat is het enige wat we nu kunnen doen.’

Uitnodiging
Een paar dagen later valt er een briefje bij Gerbrand en Janet op de mat, met de uitnodiging om naar Nachtlicht te gaan in de Joriskerk: een met kaarsen verlichte kerk is een avond open voor een moment van rust en bezinning. Het briefje blijkt afkomstig te zijn van de buurvrouw. Janet: ‘Ze heeft het briefje huis-aan-huis bezorgd in de straat, met het idee om samen langs de plek van het ongeluk te lopen en daarna naar Nachtlicht te gaan.’ Een opmerking van Janet blijkt voor de buurvrouw de aanleiding te zijn geweest om dit te organiseren. “Dat komt door jou”, zei ze. “Jij vertelde dat je ging bidden voor de buren, en ik was eigenlijk boos op mezelf, want ik kon dat niet, en ik wilde ook graag iets doen.” Toen is ze gaan googelen en kwam ze Nachtlicht tegen.’ Gerbrand: ‘Het is bijzonder dat Nachtlicht juist in die week was, het werd namelijk voor het eerst georganiseerd in Amersfoort. We vonden het belangrijk om mee te gaan, omdat we ook naar de kerk zouden gaan met elkaar en de meeste buren eigenlijk nooit in de kerk komen.’

Machteloosheid
Op de bewuste avond lopen Gerbrand en Janet met 40 mensen uit de straat naar de plek van het ongeluk. Janet: ‘We stonden daar een moment stil en zijn daarna met elkaar naar de Joriskerk gelopen. De kerk was helemaal verlicht met kaarsen. Mensen konden een kaarsje aansteken en op de grond lag een groot, verlicht kruis. Daar stond iedereen op zijn eigen manier stil bij het verdriet over de dood van het kleine meisje. Op een gegeven moment ben ik in een kerkbank gaan zitten en ik gebaarde naar mijn buurvrouw of ze naast me kwam zitten. Toen vroeg ik: zal ik met je bidden? “Dat vind ik fijn”, zei ze. We hebben elkaars handen gepakt en ik heb geprobeerd om woorden te geven aan onze machteloosheid en alles bij God te brengen. We hebben gebeden voor de slachtoffers, voor de persoon die het ongeluk heeft veroorzaakt en we hebben gedankt voor de liefde en betrokkenheid die we als buren ervaarden. Ik vond het erg indrukwekkend. Het gebeurde gewoon spontaan, en ik voelde wel wat schroom toen ik het vroeg, maar ik denk echt dat Gods Geest daarin geweest is. Later appte ze: bedankt Janet, dat je hier woorden aan hebt gegeven.’

Kansen
Gerbrand: ‘De kansen om missionair te zijn liggen soms heel dichtbij. Soms moet je ook even je schroom laten varen. Laat het maar gebeuren. Je mag geven wat je hebt, meer hoef je niet te doen. Door Focus leer ik die kansen zien, merk ik. Ervoor uitkomen dat je christen bent, is soms best lastig. Een kans die zich voordoet, moet je dan ook niet laten lopen. Focus heeft me daar wel bewust van gemaakt.’ Janet: ‘Bij mij is dat wat minder het geval. Ik vind Focus een mooi traject, maar het ligt eigenlijk al heel dicht bij hoe ik als christen in het leven wil staan en het voegt voor mij daarom niet altijd iets nieuws toe. Ik waardeer de gesprekken die we hebben op de wijkkring erg, en ik merk dat ik gemeenteleden beter heb leren kennen.’

Nu, een paar maanden later, hebben Gerbrand en Janet nog af en toe contact met hun buren. ‘We koken met elkaar nog steeds eten voor het gezin’ vertelt Janet. ‘Verder is iedereen ook druk met het dagelijks leven. Via de app heb ik nog wel contact met mijn buurvrouw. Ze appte een keer het lied ‘Ik zal er zijn’ naar me. Dat vond ik wel bijzonder, want ze is niet gelovig. Als we bij elkaar zijn en we hebben geen kinderen om ons heen, gaat het gesprek snel over diepere dingen. Met een andere buurvrouw hebben we ook een keer een avond bij elkaar gezeten. Ze zei: “als er een God is, heeft hij op het moment van het ongeluk wel geslapen”. Ik snap wel dat zij dat denkt. Ik heb hier ook geen antwoord op, ik zie ook alleen maar verdriet en pijn. Dan hebben we ook dezelfde vragen, al kunnen wij het bij God neerleggen.’

‘We willen dit verhaal graag delen om te laten zien dat God doorgaat met zijn werk’, zegt Gerbrand. Janet: ‘Ik vind het fijn om te merken dat God zijn werk toch wel doet en ik gewoon mijzelf kan zijn. Dat is voor mij een geruststelling en houvast. Natuurlijk wil ik graag een lichtje zijn, maar wel een lichtje dat naar God wijst. God heeft mij niet perse nodig, maar Hij kan mij wel gebruiken, en het is mooi als dat gebeurt.’