Te midden van veel kerkelijke neergang - ja, dat is erg pijnlijk - wordt er hartstochtelijk gepionierd in Den Haag. Leven in Laak, Licht Delen, Lux…en nog tal van andere initiatieven. Mooi om te zien en bij betrokken te worden. Vanaf de zijlijn ben ik betrokken bij Lux. Een groep jonge pioniers, zoekend en tastend, maar ook vol verlangen om ‘aanstekelijk’ Licht te zijn onder twijfelende twintigers en dolende dertigers.

Iets meer betrokken ben ik bij een nieuwe – nog naamloze- pioniersplek. Ik mijmerde wat over een naam en gaandeweg dacht ik: ‘Rode Kliederkerk’. De plek waar we elkaar ontmoeten is behoorlijk ‘rood’: een zaaltje in het Willem Dreeshuis. En kliederen…nu ja, er wordt veel gekliederd en gekruimeld met koffie en koek. Deze jonge kliederkerk wordt vooral door ouderen bezocht.

Het is wel mooi dat deze Rode Kliederkerk ontstaan is. Hoe precies? Tamelijk eenvoudig: enkele bewoners van het Dreeshuis wilden graag eens wat met elkaar bijbellezen en dan praten en bidden. Je kunt niet altijd bingo spelen of naar shanty-koren luisteren. Overal is een tijd voor. Maar met elkaar bijbellezen, hoe krijg je dat voor elkaar? Dat is nog niet eens zo gemakkelijk. De geestelijk verzorger – ja, zij is er gelukkig nog – informeerde eens bij deze en gene en kwam bij mijn collega Ad Vastenhoud terecht. Die hoefde niet lang te denken en opende gelijk dit nieuwe werkveld. Er werd een kennismakingsbijeenkomst belegd: koffie en ontmoeting, beetje behoeften peilen. Een twaalftal mensen was aanwezig. Een volheid aan heidenen dus. Wat mooi. En wat betreft die behoefte? Mooi om ook eens te praten over leven na dit leven, zo was er gezegd.
Tja, dat is en blijft toch een thema.

En dan nu de tweede bijeenkomst. Nu zou het echt gaan beginnen. Mij was gevraagd deze bijeenkomst te leiden. De betreffende morgen denk ik na. Welk bijbelverhaal gaan we lezen? En wat doen we met dat thema ‘Leven na dit leven’? Ik kies voor woorden van Jezus: Voorwaar Ik zeg U, als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet zien tot in eeuwigheid.’ Ik maak een stenciltje en laat mijn printer vijftien exemplaren uitspugen. We gaan het zien.

Ik bid; ‘Here, U hebt verlangen gewekt, daar dank ik U voor. Laat het vanmiddag zegenrijk zijn, bemoedigend. Geef mij openheid, wijsheid en tegenwoordigheid van Geest.’ En dan gewoon je fiets pakken en gaan. Daadwerkelijk geloven, heet zoiets – toch?

Het is een warme middag. Een heel aantal mensen zit aan het begin van de middag onder de buitenluifel. De wakkere mensen knikken vriendelijk naar me. Eenmaal binnen zie ik onze ouderen-ouderling staan. Hij loodst me naar het zaaltje. Daar is welgeteld niemand. Niemand? Nee, niemand. Waar zijn die twaalf? Waar is de volheid van heidenen? Eén minuut over twee scheurt een vrouw naar binnen. Ik heet Rebel en ben een Rebel (mooi preekthema, ik kon het de week erna gebruiken). Hoe zat dat ook al weer met ‘Waar twee of drie…’? Na enkele minuten komen er nog een ‘vriend en vriendin’. ‘Wij zijn echte Hagenezen’.

We maken een praatje en ik stel voor dat we beginnen. In dat kleine kringetje vouw ik mijn handen. Er is geen inbedding in liturgie, maar de Geest is ons toch altijd een eeuwigheid vooruit. Vanuit dat verlangen bid ik.

‘Zullen we wat zingen?’
‘Nou, as u een beetje hellup’, is de reactie.

We zingen “Welk een vriend is onze Jezus”.
‘Dat u dat nou opgeef… daar kreeg ik altijd rooie ogen van…’

We lezen de bijbelverzen. En dan? Preken? Praten? Pratend preken? Prekend praten? Ik zie wel waar het schip strandt.
Zeg, dood gaan we allemaal, toch?
De ene vriend knikt.

Intussen wordt er nog wat gekliederd met ‘pleur en kanoh’.
…. hij zal de dood niet zien in eeuwigheid? Hoe kan Jezus dit nu zeggen?
‘Hij zal wel wat anders bedoelen, dat is volgens mij meestal zo bij Jezus’, zegt de vriendin. ‘Dus je gaat wel dood, maar toch ook weer niet ofzo.’
Er ontspint zich een gesprek over eeuwigheid.
‘Ja, dat vat ik niet, maar dat is er wel…’
Intussen schuift een klein heertje binnen.
‘Dat is een Hagenaar, dominee…’
We praten samen over tijd en eeuwigheid, over eeuwig leven. Dan wordt het allemaal heel anders. Pratend preken, prekend praten. Ja, zo gaat het heen en weer. Prachtig. We hebben het over het bewaren van de woorden Jezus.
‘Ja, die was ik een beetje kwijt en daarom kom ik maar hier.’

‘Aan welke woorden van Jezus denkt u als het gaat om “het woord van Jezus in acht nemen”?’
‘Naastenliefde’, denkt het Haagse heertje.
‘Het kruis’, zegt de Rebel.
Zo staat het kruis ineens in dat zaaltje.
Bloed in de Rode Kliederkerk.

De tijd vliegt om.
‘Mag ik nog wat zeggen?’
‘Tuurlijk…’
Ik tover een boekje uit mijn tas en lees:

‘Wanneer ik eens gestorven ben,

Maar ik zal nimmer sterven-

en iemand vindt mijn schedel dan,

die alle licht moet derven:

dan predike die schedel nog:

ik zie Hem zonder ogen,

ik mis verstand, toch grijp ik Hem

zal eeuwig Hem verhogen.’

Het is even stil.

‘Amen’ zegt de Rebel.
‘Amen’, zeg ik.

Ik dank en bid voor alle mensen in het huis.

De Hagenaar knikt vriendelijk, bedankt me keurig en stiefelt weg.

‘Dank je voor je woorden en het bakkie pleur’, zegt de Hagenees.

Heerlijke plek, die Kliederkerk.

Bert Karel Foppen, Den Haag

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief