Een persoonlijke impressie van ds. Leo Smelt (Voorthuizen), naar aanleiding van de tweedaagse over 'De spiritualiteit van de pastor'.

In mei-juni van dit jaar volgde ik een tweedaagse in het kader van de permanente educatie, over het thema: ‘De spiritualiteit van de pastor’. Op basis van een essay voor dr. Gé Speelman (PThU) geef ik hierbij wat indrukken door als een uitnodiging tot mee-reflecteren.

Wij zongen tijdens een middaggebed:

Kom, heilige Geest, stuwkracht, God ten diepste,

Liefdesgave, hartenkreet en laatste zucht.

De sleutel ben jij, open ons de Schriften:

Waai, waai, nieuwe wind, waai schoon, wek levenslust.

(Lied 701:4).

Levenslust en levenskunst, daar gaat het mijns inziens vooral om bij spiritualiteit. Mede door dit warme weer tijdens de cursusdagen besef ik: levenskunst is geen kunstje dat wij maken, maar een gunst die wij smaken. Ik word moe van vrome aansporingen meer werk te maken van mijn spiritualiteit. Een belangrijke vraag voor mij is: Hoe wordt mijn spiritualiteit verdiept, vernieuwd en vruchtbaar? Ik merk bij mezelf telkens weer die spanning tussen ‘…zo komt Hij steeds met stille overmacht’(LvdK, 487:1) en het voor lief nemen  van ‘mijn onvermogen’.

Hoe passief moet ik zijn én hoe actief word ik ingeschakeld? Hoe wakker moet ik zijn om de toegang tot méér beleving van het geloof te blijven zoeken in de Schriften?  Je kunt immers met de Geest en dus met de spiritualiteit niet alle kanten op, ook al meen je het nog zo goed en oprecht. Vandaar mijn keuze voor de titel van deze reflectie:  Een koele bries die zuivert (LB 691:1 laatste regel). De Geest is niet alleen een warme wind die ons aanvuurt en troost, maar ook een koele ontnuchterende zuivering, loutering, reiniging, kortom herschepping (LB 692:2). Dat kan zelfs erg pijn doen. Mijd ik die pijn?

Mensen met een beperking

De bijzondere diensten met en voor mensen met een beperking  ervoer ik als een diepe spirituele afsluiting van mijn studieverlof. Hoe komt dat? In onze beide families kregen wij concreet te maken met gehandicapten. Mijn vrouw en ik namen beiden als studenten deel aan het leiden van een vakantie voor gehandicapten. Wij werkten tien jaar in arme wijken van Lima en ervoeren de christelijke gemeente als een groot gezinsvervangend tehuis, vooral voor jongeren met allerlei soorten beperkingen. We werden verrast door zusters en  broeders vervuld met de Geest, bij wie de vrucht en de gaven van de Geest opbloeiden. Juist kwetsbare en arme mensen beschamen  allen die de bron van levenskunst in zichzelf zoeken. Doordat ik vorig jaar ernstig ziek werd door het Guillain Barré Syndroom  en via revalidatie weer moest leren staan en lopen, ging ik mezelf ook rekenen tot de mensen met een beperking. Ik kreeg bevestigd wat ik las in Tomás Halíks boek Raak de wonden aan: Je kunt niet in de opgestane Jezus geloven als je niet tegelijk belijdt dat Hij ook de gekruisigde is én als je niet wegkijkt bij het zien van de wonden bij medemensen en bij jezelf. Te midden van de vele postmoderne vormen van spiritualiteit worden wij geroepen oor en hart te krijgen voor Halíks stem, die toevallig nogal samen-stemt met de eenzijdige nadruk van Bram van de Beek, Altijd weer dat kruis? Mijns inziens worden oude en nieuwe vormen van spiritualiteit die mikken op de macht van het getal en op het ‘semper altius’ opklimmen op de ladder van succesvolle religieuze ervaringen hierdoor ontmaskerd. Hoe voed ik mijn  spirituele verlangens? Durf ik te blijven geloven in ‘als ik zwak ben dan ben ik sterk’ (2 Kor. 12:9-10)?

Waar twee of drie

Ik beleefde ook veel aan het leiden van een kerkdienst in ‘Norschoten’, een verpleeghuis. Slechts een kleine (interkerkelijke) gemeente kwam daar bijeen. Ik kon snel een verband leggen met de kleine groep vrouwen die aan de rand van Filippi op een gebedsplaats bijeen kwamen en deze kleine groep. Geen grootschalige welkomst revival  o.l.v  de Macedonische man op het strand van wat wij nu Europa noemen. De oogst begin bij één vrouw: Lydia. Opnieuw ervaar ik iets van de levendmakende werking van de Geest via Woord en sacrament. 2 of 3 + Jezus = vol-tallig! (Mat.18:19)  Echter door de aandacht voor het kleinschalige, het eenvoudige, het sobere van een krimpende kerk moet ik ervoor waken het ‘small is beautiful’ niet zó op te hemelen dat ik alleen maar sceptisch sta tegenover een groep charismatische gemeenteleden die antenne heeft voor ‘geestelijke strijd’. Zij vroegen om gebedsbijeenkomsten in de week voor Pinksteren. Ik nam er zelf aan deel en het deed me weer goed om -net als in Peru-  meer tijd te besteden aan het gezamenlijk bidden. Er mag gebeden worden om kerkgroei tegen de verdrukking in. Bidden om geloofsgroei en ‘meer van de Geest’ mag ik niet afwijzen omdat het risico bestaat dat zo’n gebedsgroep een keurkorps wordt van supergelovigen, die neerkijkt op de grote goegemeente, die zich niet tot meer gebed laat stimuleren. Arjan Plaisier schreef laatst in het blad Wapenveld (juni 2019): ‘Ik heb de indruk dat er karrevrachten devotie en mystieke theologie overboord zijn gekieperd die tot spirituele schraalte hebben geleid. Een gepast wantrouwen voor geestdrijverij, klef piëtisme, heimelijke geestelijke zelfbevrediging of klitterige conventikels heeft geleid tot kaalslag die een geestelijk vacuüm heeft achtergelaten.’

Weglekkende liefde

Gastvrijheid betonen hoort tot het hart van het christelijk geloof. Dat brengt altijd verrassingen met zich mee. Opeens kregen wij een Amerikaanse familie te eten en te logeren. De drie tieners gaan in Mozambique naar een dure internationale school. Springplank om daarna in Europa te gaan studeren. Ons viel op dat ze meer af-  dan aanwezig waren bij de maaltijden,  hun voorkeuren voor bepaalde gerechten, hun grote behoefte aan bankhangen en sociale media. Ik moest behoorlijk aandringen om samen te gaan zwemmen, terwijl dat hun favoriete sport is. Hun ouders helpen bij uit- en inpakken van de huurauto, ho maar! Enige belangstelling voor ons hier? Helaas. Het was voor ons een cultuurshock. Geen spoor van religieus verlangen. Onze jongste dochter (29) ontmoet deze mentaliteit vaker. Zij merkt laconiek op: ‘niet doorvragen’ en ‘zo zijn ze nu eenmaal’. Als ik skype met kleinkinderen laten ze soms verveelde gezichten zien. Ben ik zo’n saaie opa? Voorlopig houd ik het maar bij oppervlakkige appjes en soms waag ik me aan een diepere e-mail.  Als ik ’s nachts wakker lig over de jonge generatie dan vraag ik God om hen te kunnen liefhebben en me zelfkritisch af te vragen: wie ben jij zelf? Is jouw geloof zo diep? Heb je iets begrepen en gepraktiseerd van die onvoorwaardelijke agapè-liefde? En is dát niet het hart van de ware christelijke spiritualiteit? Ik merk bij mezelf een verleiding om gevoelens van onbehagen (zie Ad Verbrugge, Tijd van onbehagen) en bitterheid over de mentaliteit van de ‘vloeibare  generatie’(zie Harmen van Wijnen, Geloof en kerk in tijden van tatoeages en cyberpesten in Wapenveld juni 2019) te veel te laten voeden. De liefde voor hen lekt dan weg uit mijn hart. Dat is de dood in de spirituele pot.

Beter leef ik me dieper in hen in en blijf ik creatief zoeken naar mogelijkheden  om een gesprek te krijgen over wat volgens hen ‘het goede leven’ is. Overtuigend heeft Wim Dekker in zijn Verbonden en vervreemd duidelijk gemaakt dat het in Handelingen 17 gaat over die vraag: Hoe leef je goed (samen)? Roept onze manier van leven en gemeente zijn vragen op? En als er geen interesse is voor old of new time religion?  Het grootste percentage van onze bevolking praat blasé mee over wat ze allemaal al gezien hebben van de wereld. Hoe bereiken wij hen met het Evangelie? Welk Evangelie? Een rake vraag aan mijzelf is: Hoe komt het dat ik ‘de vloeibare generatie’ slecht kan verdragen? Hoe heb ik mijn eigen jeugd beleefd?  Positieve gevoelens zijn eenzijdig verbonden met de periode na mijn 16de  toen mijn verlangen om ‘kind van God’ te zijn en theologie te gaan studeren werd gevoed. Mijn leven kreeg doel en zin en daar gaat het toch om? 

Tussen twee klippen door

Wat mij in een van de door Gé Speelman getoonde filmpjes over hedendaagse spiritualiteit opviel was hoe de sfeer op een Happinez-festival raakvlakken en overlappingen heeft met een optreden van de worldbeatband Trinity (zie www.bandtrinity.com en Spotify) .  Omdat drie van de vier bandleden onze zonen zijn en dertigers, wordt de reflectie spannend. Als Trinity een ‘hemels feestje’ bouwt en de zaal aan het jumpen krijgt wat maakt dan het verschil tussen een christelijk en niet christelijk event? Zit het in de songteksten? Ik maak met Trinity iets van de creatieve processen mee die leiden tot nieuwe liedjes. Ik ga binnenkort opnieuw met hen twee etmalen het klooster in. We doen dan Bijbelstudie en ik luister naar wat zij ontdekt hebben bij Richard Rohr en Anselm Grün. Ze helpen zichzelf te kennen met behulp van karaktertyperingen uit het enneagram. Ze schoppen het ver. Werden uitgenodigd op te treden op de katholieke wereldjongerendagen in Panama. Muziek slaat bruggen tussen kerk en wereld en tussen kerken onderling, terwijl de institutionele kant van kerk hen weinig interesseert. Dankbaar ben ik dat ze met hun gezinnen zich aangesloten hebben bij een gemeente en daar midden in hun drukke leven hun creatieve steentje aan bijdragen. Zij ervaren de waarde van het gesteund worden door ‘Trinity and Friends’. Zijn een samenbindende factor in een soort internationale music-based kerk. Worden geïnterviewd door diverse kranten en bladen. Nu ik zelf door mijn ziekte opeens erken ouder geworden te zijn, troost het mij dat de jongere generatie op hun wijze de fakkel van de overdracht van het Evangelie overneemt. Dat voedt mijn bron van spiritualiteit. Het blijft wel erg spannend hoe zij tussen twee klippen willen doorzeilen. Enerzijds de klip van het postmoderne adagium ‘alles wat goed voelt en oprecht wordt bedoeld is goed en waar’. Anderzijds  de zuigkracht van de melting pot waarin taaie volksreligieuze resten samensmelten met neo-paganistische sentimenten. Dan draait het leven al snel om geld verdienen, om uitgaan en het risico lopen verslaafd te raken. En er zijn steeds meer vormen van verslaving! Verder is er een groot gebrek aan inzicht in eigen identiteit; invloed van populistische politieke partijen; het zoeken naar zondebokken; het meedoen aan discriminatie en intolerantie en het bij een -liefst opvallende- groep willen horen. 

Bronnen van spiritualiteit

Het wordt als een mantra in veel esoterische literatuur herhaald: ieder bezit een plek van vreugde; kom tot jezelf en wees jezelf; kom tot God; Hij is al in je; je kunt het; je bent zelf goddelijk.  Theologen onderbouwen dit met hun ontdekking van de kosmische Christus. Colossenzen 1:15-29  is te lang een vergeten bijbelgedeelte gebleven. Zonde en schuld, vergeving en vrijspraak, lijden en overwinning, kruis en opstanding domineerden in de westerse theologie. Aanzetten tot diepe beleving van de doop, het ‘in Christus’ zijn, het wonen van de Drie-enige God in ons, Christus die de hele kosmos in zijn verzoening laat delen, die noties zijn gelukkig niet afwezig in de protestantse theologie, maar ze worden weinig intens beleefd. In de Rooms-katholieke mystieke traditie is er altijd meer oog en hart voor geweest. Het is daarom terecht dat er de laatste decennia in de theologie meer plek wordt ingeruimd voor spiritualiteit. Geput wordt uit de mystieke bronnen van de Vroege Kerk, de Middel Eeuwen, de Moderne Devotie, de kloostertradities.

Van de Peruaanse bevrijdingstheoloog  Gustavo Guttierrez heb ik geleerd: Je houdt het niet vol  in de strijd voor gerechtigheid en tegen onrecht als je niet tegelijk put uit de bronnen van vroomheid en volharding. Actie en meditatie moeten samengaan.

Ook in de reformatorische theologie is gelukkig altijd gezien dat naast de orthodoxie de orthopraxie van levensbelang is voor kerk en samenleving. Het heilig leven voor Gods aangezicht heeft echter al snel te lijden onder een individualistische versmalling of onder een verkeerde  verstrengeling tussen machtsmisbruik, ethiek en politiek. Alleen een goede hermeneutiek ontmaskert ons.  En we helpen elkaar door in samenspraak goede bronnen te selecteren.  Wijze geestelijke begeleiders -met een flinke dosis profetisch inzicht-  zijn in onze tijd broodnodig. Hedendaagse heiligen die het gezag verwerven om met zeggingskracht te spreken en een voorbeeldige levenskunst tonen. Die ons helpen onderscheiden voor welke spirituele stemmen we open moet staan en voor welke we doof moet zijn (LB 313:2).

God opent hart en oren,

opdat wij in geloof

Zijn roepstem zouden horen,

voor andere stemmen doof.

Gods Woord gordt mensen aan,

om zonder te versagen

het smalle pad te gaan

en stil het kruis te dragen

achter hun Heiland aan

Dé Bron

Mij valt op dat ik nog nauwelijks begonnen ben aan het kennismaken met en integreren van niet-christelijke bronnen van spiritualiteit in mijn theologiebeoefening.

Dat komt ten eerste doordat zowel in Peru als in Nederland mijn gesprekspartners nauwelijks kwamen vanuit de andere wereldgodsdiensten. Vanuit mijn visie op de algemene genade en de algemene openbaring sluit ik mij niet af voor niet-christelijke religieuze beseffen.  Volgens J.H. Bavinck gaat Gods bemoeienis aan ons getuigenis vooraf. Gods zoeken van ons gaat aan ons zoeken van God vooraf. Dat het genade is dat ik God mag kennen maakt mij mild en ruimhartig naar niet-christenen. Ik ben solidair met hun ongeloof en begrijp hun vluchten in bijgeloof. Ik weet hoe zelfkennis, zondenkennis en Christus-kennis met elkaar samenhangen.  Mijn hart is een fabriek van afgoden. Zo leert Calvijn mij zelfkritisch te zijn. Ik kijk niet op anderen neer en heb oprechte belangstelling voor wat ze denken, ervaren en vragen. Ik zoek samenwerking met niet-christenen als het gaat om bestrijding van onrecht, milieuvervuiling, rechten van de mens en eerlijker verdeling van voedsel.

Ten tweede werd mijn aandacht voor andere godsdiensten geremd door de mij aangeleerde beduchtheid voor de leer van het pantheïsme: ieder mens en alle dingen zijn doortrokken van God. De typisch Joodse en christelijke distantie tussen God en mens wordt losgelaten. Hoogstens kan er enige ruimte zijn voor het pan-en-theïsme in navolging van wat Paulus in Handelingen 17:23-34 en Kolossenzen 1:13-20 zegt. Maar dit kan niet aangehaald worden zonder dat het verbonden wordt met de oproep tot bekering. Een eenzijdig positieve mensvisie is inmiddels niet alleen tegengesproken door de orthodoxie, maar ook door vele niet-christelijke literatuur schrijvers en dichters.

Ten derde bleef er voor de orthodoxe theologen weinig of geen tijd over om verder te kijken dan hun eigen godsdienst vanwege de vele discussies over en met hen die in de kerken de charismatische en evangelische vernieuwing voorstonden. De belijdenis aangaande persoon en werk van de Heilige Geest én het gezamenlijk lezen van de heilige Schrift maakte een interne en  interkerkelijke kakofonie los over de beleving van het geloof. Gelukkig is er de laatste decennia door de verschillende stromingen meer erkenning gekomen voor de waarde van de hermeneutiek. Fundering van eigen inzichten op basis van de Bijbel worden nu gelukkig bevraagd op bevooroordeelde vooronderstellingen en al of niet verborgen eigen belangen.

Ten vierde is pas sinds enkele decennia de doorwerking van de secularisatie ook in de Bible belt (h)erkend. Nieuwe vormen van spiritualiteit –zo blijkt uit enquêtes en statistieken- worden echter slechts door een klein deel van de kerkverlaters gezocht en blijvend aangehangen.

Ten vijfde komt het de interreligieuze dialoog niet ten goede dat een gedeelte van de aanhangers van de verschillende godsdiensten radicaliseert. Vele gelovigen worden uit angst of uit economische en politieke motieven steeds fundamentalistischer. In vrede samenleven wordt een steeds ingewikkelder verantwoordelijkheid.  De veelgeprezen tolerantie laat steeds vaker haar verborgen intolerantie zien. We zitten middenin in een tijd die Verkuyl al typeerde als een ‘time of testing’.

Ten zesde wordt duidelijk dat achter het postmodernisme de ondergesneeuwde modernistische vraag naar waarheid en leugen niet verdwenen is, maar weer op zal duiken. We zien het al bij de bovengenoemde radicalisering gebeuren. Maar er is gelukkig de gezonde vraag naar criteria op grond waarvan de vele godsdienstige inzichten en praktijken met elkaar vergeleken kunnen worden. Gelukkig is er een zoeken naar meer waarheid én eenheid. Naar wat de vrede dient.

Ik sta tenslotte met des te meer dankbaarheid in een traditie waar het Woord van God  dé Bron is waar we onze Godskennis, mensenkennis en samenlevingskennis uit kunnen putten. Wel blijf ik beducht voor ‘elke ketter heeft zijn letter’ en ik wil niet weer terug achter een ontmaskerende hermeneutiek in gemeenschap met de wereldwijde kerk van Christus. Ik ervaar het als een weldadige roeping de Bijbel te mogen bestuderen met het oog op de zondagse kerkdiensten en Bijbelkringen.

Mijn persoonlijke spiritualiteit is verweven met mijn ambt. Ik ben me daarom nu al aan het voorbereiden op hoe ik een emeritus dominee wil zijn zonder in een gat te vallen. Ik heb veel fiducie in de Heilige Geest. Levenslust is een  vrucht van de Geest. Die Geest komt ons aanwaaien. Zij is een koele bries die mij zuivert. Een werkelijke verkwikking  komt nooit zonder zuivering. Daarom kijk ik niet weg voor (geestelijke) armoede, lijden en pijn. Positiever gezegd: ik blijf –samen met de wereldwijde kerk van Christus- het Koninkrijk van God verwachten! God doet recht! 

Ds. Leo W. Smelt,
Voorthuizen, oktober 2019

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief