In het jaarplan 2018 van de IZB staat de ambitieuze doelstelling om op zeven nieuwe locaties een pioniersplek te beginnen. Twee daarvan zijn gepland op zogeheten ‘open plekken’, gebieden waar nauwelijks sprake is van kerkelijke en missionaire presentie, in de provincies Limburg en Groningen. Algemeen directeur Sjaak van den Berg is nauw betrokken bij de uitwerking.

Vanwaar dit plan?
‘Kerken in ons land bereiken grote delen van Nederland niet. Een van de dingen die steeds meer aan mij knaagt, is het feit dat vrijwel al onze pioniersprojecten te vinden zijn in het westen van het land. Nederland is groter, juist in andere gebieden is het kerkelijk leven zwakker. Vorig jaar hebben we samen met collega’s van de landelijke kerk nader verkend welke aanknopingspunten er zijn voor het ontwikkelen van nieuwe vormen van kerkzijn op ‘witte plekken’. Het verrassende is dat midden in die onderzoeks- en bezinningsfase mensen bij ons aankloppen met het verzoek om hulp. Uit Limburg, Groningen en Zeeland, gebieden waarin de kerk erg zwak geworden is. De gemeenten die er zijn hebben weinig missionaire slagkracht. Als zendingsorganisaties willen we er juist voor deze gebieden zijn, om daar de missionaire kracht van de kerk te vergroten.’

Het plan is om op die locaties niet slechts een missionair project, maar een missionaire gemeente te stichten.
‘We richten ons inderdaad op de vorming van nieuwe gemeenschappen, die al vanaf het prille begin zoveel mogelijk de kenmerken hebben van de gemeente van Christus. Dat is voluit katholiek. Daarmee willen we voorkomen dat de initiatieven lang in de projectmodus blijven steken. Een project heeft toch iets van ‘we doen iets voor jullie’, terwijl een gemeente – hoe klein ook – uitgaat van ‘we doen iets met jullie’. Dat vraagt commitment, participatie. De inzet is er op gericht de gemeente tot geestelijke volwassenheid te brengen, zodat ze haar plek kan innemen in het wereldwijde lichaam van Christus. We zien op plekken waar deze visie op de pioniersplek er is, mensen eerder geneigd zijn om zich te laten dopen of om verantwoordelijkheden te nemen.’

De IZB heeft altijd gezegd dat God al een kerk geplant heeft in Nederland.
‘Onze inzet is niet veranderd: IZB breed hebben we oog en hart voor de bestaande gemeenten. Een belangrijke theologische grondlijn is: God laat niet los wat zijn hand begon. Niet voor niets krijgen de discipelen in het begin van Handelingen de opdracht te beginnen in Jeruzalem, dan Samaria tot aan de einden der aarde. God zegt niet: ‘Nu hebben ze mijn Zoon gedood, nu ga Ik elders verder’; Hij geeft de discipelen opdracht te beginnen bij het bestaande. Hoe trouw wil je het hebben? In de afgelopen jaren hebben we erg gezocht naar een goede manier om bestaande gemeenten te helpen in hun zoektocht naar nieuwe vruchtbaarheid. Daar is IZB Focus uit ontstaan. De bestaande gemeente blijft dus zeker in beeld.

Dat geldt ook bij het werken in de ‘open plekken’. Ook daar zoeken we eerst contact met de bestaande christelijke gemeenten. sluiten zoveel mogelijk aan bij het bestaande kerkelijke leven, omdat te versterken en het draagvlak voor missionair werk te vergroten. We zijn er niet om anderen concurrentie aan te doen.’

Een groot deel van de huidige activiteiten van de IZB vindt plaats in de Biblebelt. Betekent deze nieuwe ontwikkeling dat van nu af aan voornamelijk buiten dat gebied wordt gepionierd?
‘Het gaat erom dat we het evangelie van Jezus delen met mensen die nu niet bereikt worden door bestaande kerken. Die zijn uiteraard te vinden buiten de Biblebelt, maar ook daarbinnen. Bureau Motivaction heeft een aantal jaren geleden een onderzoek gedaan waaruit bleek dat de kerk vooral mensen trekt uit de ‘traditionele burgerij’. Dat is een beperkt segment, dat bovendien onderhevig is aan krimp. Dit betekent dat ook in gebieden waar veel kerken zijn, er grote groepen zijn die totaal niet worden aangesproken. Ik voel een grote onrust in mij over dat gegeven. Daarom is de Biblebelt zeker niet uit beeld. Het kan alleen niet zo zijn dat we ons daartoe beperken. Daarom hebben nu extra aandacht voor ander gebieden. Dit jaar zetten we in op twee plekken in open gebieden. Hoewel er nog heel wat stappen te zetten zijn (waar vind je bijvoorbeeld werkers die de lokale volksaard aanvoelen?) zou het me teleurstellen als er eind 2018 nog weinig zichtbaar is.’

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief