‘We hopen dat je aan het eind van de avond niet langer het idee hebt dat geloven alleen iets voor gekkies is’, klonk het in de introductie. Onder de noemer ‘God op de gracht’ organiseert ‘Huis voor de ziel’, de missionaire pioniersplek van de Noorderkerk, een serie gesprekken voor belangstellende, zoekende, twijfelende, sceptische Amsterdammers. Een goed gevulde kerkzaal, met veel studenten, volgde donderdagavond 28 maart de talkshow, waarin ds. Paul Visser in gesprek ging met filosoof Peter van Duijvenvoorde en psycholoog Peter Roelofsema.

Voordat de heren het woord nemen, mag het publiek zich eerst uitspreken. Er schieten pittige stellingen voorbij op de beamer: ‘Geloof is een pyschologisch controleerbare functie’; ‘Je bent niet te slim maar te dom om te geloven’ en – gewaagd, in het hol van de leeuw – ‘De grachtengordel is een gezonde omgeving’. Beslist geen koekoek-een-zang, te oordelen naar de groene en rode papiertjes die worden opgestoken.

De gasten kennen elkaar niet, maar storten zich gretig in het gesprek, dat goed is voorbereid. De twee Peters hebben met elkaar gemeen dat ze tijdens hun zoektocht naar God, overrompeld werden door een bovennatuurlijke ervaring. ‘Een inzicht dat voorbij de rede reikt’, zegt de filosoof. ‘Je wordt iets gewaar, waardoor je overtuigd raakt; een ervaring, die het begin markeert van een relatie met Jezus’, zegt de psycholoog. Roelofsma deed er vervolgens elf jaar over om die ervaring ‘te verantwoorden in wetenschappelijke taal, zodat een niet-gelovige er ook iets van zou kunnen snappen. Dat bleek zeer wel mogelijk. Naast rationele kennis bestaat er relationele kennis. Geloof valt onder die laatste categorie. Het is het resultaat van een ontmoeting.’

Antenne

Heeft een gemiddelde Nederlander wel een ‘kenvermogen’, een antenne voor geestelijke zaken? Roelofsma: ‘Voor een Nederlander geldt zo’n ervaring als iets uitzonderlijks, in andere culturen is het veel alledaagser. We hebben er hier geen oog voor, omdat we er niet alert op zijn. Geloven is taboe. Oudere psychologen wisten waartoe mensen gemaakt zijn.’ Van Duijvenvoorde. ‘In de filosofie vind je hetzelfde. De hele filosofie van Plato tot Kierkegaard is doortrokken van het besef van God. Sinds we God dood hebben verklaard, lezen we die oude filosofen vanuit dat a-religieuze denkraam. Maar je kunt Kant niet begrijpen zonder God.’

Van Duijvenvoorde liet zich twee jaar geleden dopen. ‘Ik verwachtte dat vanaf die dag alles anders zou zijn. Ik zou een beter mens zijn, ethisch leven…. Maar ik ontdekte dat ik niet ontkwam aan mezelf. Dat was een tegenvaller; ik ervoer Gods aanwezigheid lang niet altijd. Tenzij ik me schuldig voelde, dan was Hij dichtbij. Van de weeromstuit ontwikkelde ik een vreemde vormgeving van geloof: door verkeerde dingen te doen, bijvoorbeeld spannende relaties via Tinder, voelde ik me schuldig. In de kastijding daarover, vond ik God.’ Na een jaar kwam het tot een ‘hernieuwde bekering’, de ‘herontdekking van de relatie met God.’

Hogere

Roelofsma: ‘Je moet het geloof steeds opnieuw uitvinden. Elke dag opnieuw sta je voor de vraag: ‘Wat geloof je? Het gedenken als een her-inneren van wat je eerder van God vernam en gewaar werd, is de basis. Verder kan de omgeving ons daarbij helpen. Kijk naar de woestijnvaders of naar het leven van Jezus. Zoek in de stilte het contact met God. Waarom leken de universiteiten vroeger op kathedralen? Ze riepen hogere gedachten op, de wetenschap was tot eer van God. Ook een kerkgebouw kan helpen bij het instandhouden van het geloof: zet de kerk dagelijks open. De krachtigste bediening van een predikant is: ‘er zijn’ – en zo verwijzen naar God, die er altijd is.’

Van Duijvenvoorde is geboeid door het ‘offer’, het thema van een boek dat hij binnenkort publiceert. ‘Elk van ons is schuldig ten opzichte van alle anderen’, zegt de oude monnik uit De Gebroeders Karamazov (Dostojevski). Het christelijk geloof is de enige religie die een overtuigend antwoord heeft op de schuldvraag, door het offer van Christus. We lopen wel het risico dat we in het christendom te eenzijdig aanschouwers van het offer zijn geworden.’

Vernedering

Hoe keken collega’s aan tegen de bekering van de voormalige atheïsten? ‘Sommige relaties kwamen tijdelijk onder spanning te staan’, zegt Van Duijvenvoorde. ‘In een aantal gevallen hebben mensen me naderhand excuses aangeboden. Als je zegt dat je gelooft, vindt een enkeling dat vreemd of traditioneel, maar er zijn er ook die het interessant vinden.’ Roelofsma: ‘Als de vooroordelen kunnen worden doorgeprikt, blijkt dat de waarheid geschiedt in de ontmoeting.’ De pyscholoog heeft veel te stellen gehad met leidinggevenden op de universiteit, toen hij het initiatief nam tot gebedsbijeenkomsten. ‘Daar kwamen meer mensen op af dan bij de faculteit theologie. Het liep volledig uit de hand. Men twijfelde aan mijn verstandelijke vermogens. Ik moest me laten screenen; het was een vernederende ervaring.’

Doelgroep

Na anderhalf uur breit Paul Visser een eind aan het geanimeerde onderhoud. Wat heeft geloof in God je gebracht? Roelofsma: ‘Een beste vriend; de mooiste relatie’ Heb je een advies aan zoekers? Van Duijvenvoorde: ‘Alles wat op je pad komt, durf het te doorleven. Ga niet geobsedeerd zoeken.’

Dan is het tijd voor de borrel. ‘Het is altijd afwachten hoe het ‘live’ uitpakt’, zegt Visser. Hij blikt tevreden terug. ‘Ze wisten goed duidelijk te maken dat geloven niet iets is voor gekkies.’ Onder de aanwezigen waren gemeenteleden die een vriend of collega hadden meegenomen. ‘Ik schat dat een vijfde van de 130 bezoekers tot de hardcore-doelgroep behoorde. Het is natuurlijk wel een drempel: om een kerk te gaan luisteren naar twee wetenschappers die tot geloof gekomen zijn. Ga jij naar een moskee om van een tot de islam bekeerde kennis over het ‘waarom’ te horen?’

 

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief