In 2012 schreef Tim Keller zijn veelgeprezen boek Center Church. Twee jaar later verscheen daarvan de Nederlandse vertaling en dit jaar kwam het werkboek uit: Werken met Centrum-Kerk, missionair leven en kerkzijn vanuit het hart van het Evangelie. Dit werkboek maakt deel uit van een cursus met video’s, podcasts en interviews. Een omvangrijke cursus voor kerkenraden, kringen, of hele gemeenten die, wanneer het echt “goed” gebeurt, 32 bijeenkomsten beslaat. Bij het lezen van het werkboek kwamen er bij mij waardering en vragen boven, waarbij de belangrijkste: is het boek van Tim Keller wel om te bouwen tot een werkboek?

Niet voor niets is Center Church door velen geprezen. In dat boek geeft Keller vanuit zijn jarenlange ervaring als theoloog en predikant in een wereldstad antwoord op misschien wel de moeilijkste vraag uit de theologie: hoe overbrug je de kloof tussen het evangelie en de postmoderne stadsmens? Binnen de theologie wordt veel nagedacht over het evangelie en veel christenen zijn gewoonweg bezig in de praktijk. Het zijn de twee zijden van de kloof. Maar waar heel weinig over nagedacht wordt, is over “de brug”. Het zijn vragen die tot de hermeneutiek behoren. En dat zijn doorgaans de moeilijkste vragen, omdat we voor de beantwoording goed thuis moeten zijn in beide werelden: die van de theologie en die van de praktijk. In zijn boek noemt Keller de theologie de hardware en de praktijk de software, maar wat hij wil doen de middleware. En juist over deze middleware wordt in kerk en theologie, ook in Nederland, heel weinig nagedacht. Ik deel dat inzicht, maar vraag me tegelijk af: bij wie ligt de taak om hierover na te denken? Een beperkte groep techneuten heeft verstand van hardware, het grootste gedeelte van de wereld schoolt zich in diverse software, maar hoe groot is de groep die zich met middleware bezig houdt? Concreter: dát een theologie over de brug cruciaal is, onderschrijf ik, dát hierover een cursus ontwikkeld is, vind ik prijzenswaardig, maar voor wíe is deze cursus bestemd?

Te hoog gegrepen
Het werkboek zet breed in: kerkenraad, kring, of hele gemeente. Ik ben bang dat het in ieder geval voor die laatste groep te hoog gegrepen is. Sterker nog, ik vermoed dat zelfs voor het beperkte “dragende kader” van de gemeente deze cursus te ingewikkeld is. Ik nam de proef op de som en liet hoofdstuk 2 Het evangelie is niet simpel lezen aan een HBO-geschoolde trouwe kerkganger. In negen regels wordt in dat hoofdstuk uitgelegd wat het verschil is tussen een thematische of systematisch-theologische benadering van de Bijbel en een heilshistorische benadering. Bij de verwerking wordt dan gevraagd: ‘Welke benadering van de Bijbel krijgt in jouw gemeente de meeste aandacht? Wat is daarvan het resultaat?’ Het eerste deel van de vraag kostte met de beperkte beschrijving van beide benaderingen al heel veel moeite. Het tweede bleek onmogelijk te beantwoorden. Na flink wat toelichten van mijn kant, kwamen we er uiteindelijk wel uit. Het is wellicht om die reden dat het werkboek adviseert dat in ieder geval de gespreksleider ook het oorspronkelijk boek van Keller gelezen moet hebben, waarin alles beter uitgewerkt staat. Alleen is het gevaar daarbij niet denkbeeldig dat zo’n cursusavond verwordt tot een “hoorcollege” van de kringleider, die alles goed moet uitleggen. Het had mij en de meelezer zeker geholpen als de uitleg werd geïllustreerd met voorbeelden. In dit geval bijvoorbeeld twee stukjes uit een preek over dezelfde Bijbeltekst, waarbij de één thematisch en de andere heilshistorisch was. Dit voorbeeld is exemplarisch voor het hele boek. Het biedt een hele verdikte samenvatting van het boek van Keller en het mist concrete voorbeelden die de toepassing makkelijker maken.

Contextualisatie
Aan de ene kant begrijp ik deze beperking ook wel. Het is een hele uitdaging om het boek Center Church in een cursus samen te vatten en qua omvang behapbaar te houden. Het toevoegen van diverse voorbeelden zou het boek explosief doen uitdijen. De vraag is alleen, of het vruchtbaar voor de cursus is om het hele boek van Keller recht te willen doen. Veel van het denken van Keller is ook eigen aan de specifieke context waarin hij leeft en werkt. Hij laat ons zien hoe hij het evangelie gecontextualiseerd heeft. Daarbij inspireert hij ons om dat binnen onze eigen context ook te doen. Hij biedt ons echter geen kant-en-klaar model aan om dit te doen. Daardoor is het enigszins misleidend om van Kellers contextualisatie een cursus te maken. Overigens zijn er genoeg momenten in het werkboek te vinden waarbij de schrijver toont datzelfde besef te hebben, maar door de opzet van het geheel lijkt eerder een model dan een inspiratiebron aangeboden te worden.

Inspiratie
Tussen de diverse hoofdstukken door komen andere stemmen aan bod. Diverse predikanten en pionieren laten ons zien hoe Center Church hen geïnspireerd heeft om kerk te zijn in hun eigen context, stad of dorp. Eerlijk gezegd vond ik deze stemmen uit de praktijk de sterkste delen uit het boek. Omdat ze precies doen waartoe Keller uitdaagt, niet zijn model kopiëren, maar geïnspireerd eigen bruggen bouwen! Voor mij had een verzameling van deze verhalen, aangevuld met gespreks- en verwerkingsvragen bij Kellers boek volstaan. De weldaad van deze verhalen zat hem ook in het afstand durven te nemen van Keller en expliciet of impliciet zoeken naar een andere weg. Zo wil ik graag omgaan met theologische boeken: je denken kritisch scherpen, om met nieuwe inspiratie verder te gaan.

Vruchtbaar
En zo heb ik ook Werken met Centrum-Kerk gelezen. Er waren hele inspirerende gedeelten. Heel vruchtbaar vond ik het bijvoorbeeld om te lezen over vier verschillende modellen om met de cultuur om te gaan. Ik werd daarbij verrast, doordat er uit die modellen niet één werd gekozen, of een nieuw “evenwichtsmodel” werd gevormd, maar doordat de kracht van de verschillende modellen werd getoond, die elk op ander momenten gebruikt kunnen worden. Dus meer als een gereedschapskist. Daarnaast heb ik met veel vreugde gelezen over de vier fronten van de evangeliebediening: mensen met God verbinden, met elkaar, met de stad en met de cultuur.

Waarheid
Kritisch was ik ook. Vooral op het gebrek aan besef van de eigen gecontextualiseerde boodschap. Ik kreeg het gevoel alsof we als kerk een “algemene waarheid” bezitten, die we in de context van onze tijd en plaats moeten verwoorden. Maar de waarheid van het evangelie komt al gecontextualiseerd tot ons! Het maakt nogal uit of die door Paulus, Johannes, of Petrus wordt verwoord. En het gaat mij helemaal kriebelen als er met een grote regelmaat wordt verwezen naar ‘een klassiek, orthodox verstaan van het Evangelie’ als het centrum van de kerk, met – in de woorden van Niels de Jong (één van de inspirerende stemmen in het boek) – een ‘wel erg Lutherse inkleuring’. Voor mij kan “de waarheid”, in welke inkleuring dan ook, nooit het centrum zijn van de kerk. Midden in de kerk staat een persoon: Jezus Christus. Hij is inderdaad ‘de weg, de waarheid en het leven’. Maar het is volstrekt helder dat het niet de roeping van de kerk is om de mensen bij een bepaalde inkleuring van de waarheid te brengen. Wij brengen mensen bij Hem en Hem alleen.

Stadse blik
Ook op een tweede punt wreekt zich voor mijn gevoel het gebrek aan besef van eigen contextualisatie. En dat is in het spreken over de stad. In het boek van Keller proef ik de noodzaak om als kerk er voor de stad, als cultureel en politiek invloedrijk centrum, te zijn. Maar om deze noodzaak Bijbels te funderen, is nogal vergezocht – zeker als je naar Jezus’ eigen “bediening” voor Galilea kijkt. Maar het wordt nog lastiger als we Kellers stadse contextualisatie moeten contextualiseren naar onze steden of dorpen, waartoe we door de verwerkingsvragen worden uitgenodigd. Welke Nederlandse stad is qua invloed op de cultuur te vergelijken met het New York van Keller? Hooguit een klein aantal steden. Zou een christen uit een stad als Almelo, waar toch altijd iets te doen valt, verder komen met dit werkboek?

Schuldbesef
Laatst zag ik een interview met zo’n christen. Hij was ook nog een cabaretier, die zijn sporen op cultureel gebied verdiend heeft. Hij sprak over de zondeval: ‘Ik heb het nooit zo ervaren als een aanpraten van schuld, van: ‘Besef je wel hoe schuldig je bent?’ Maar omgekeerd. Als je een beetje een weldenkend en welvoelend mens bent, voel je je automatisch schuldig… Volgens mij heeft elk mens daar wel last van. En daar is een vorm voor gevonden om daarmee om te kunnen gaan. Je komt namelijk in de kerk en je begint dan met het kyrie en het confiteor: ‘Ik belijd schuld.’ Dat heb ik altijd gezien als: ‘Kom maar hier met alles wat je prakkezeert, want het is te zwaar voor de mens om te dragen.’’ Ik werd geraakt door die woorden. Zelden heb ik in een seculiere context iemand zo mooi over één van onze “lastigste” dogma’s horen praten. Ik moest daar aan denken, toen ik aan het eind van Werken met Centrum-Kerk las over de samenwerking met christenen en kerken die op hetzelfde centrum gericht zijn. Opnieuw klonk de beperking ‘klassiek, orthodox’. Waarom die beperking? Is er ruimte voor samenwerking met deze Almelose cabaretier van katholieke huize?

In alle bescheidenheid wil ik afronden. Ik geef het je maar te doen: een cursus ontwikkelen over “de brug” tussen Christus en de wereld. Ik zou niet weten waar ik beginnen moest. Daarom heb ik veel waardering voor het boek Werken met Centrum-Kerk. Ze beginnen in ieder geval op goede theologische grond. Kellers boek is een mooie inspiratiebron! En ook dit werkboek heeft me geholpen om kritisch verder te denken.

Ds. Dick Wolters
Predikant te Vollenhove; trajectbegeleider IZB-Focus

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief