Luisteren. Naast de mens gaan staan. Een hand op de schouder leggen. Laten zien dat jij ook je tranen hebt. Delen in de worsteling’, zegt Erik Tramper (52) als hij in steekwoorden benoemt wat het campingpastoraat inhoudt.

‘Elke camping is bijzonder, maar die van Stavenisse is nog meer bijzonder dan de andere’, vertelt hij. ‘Naar schatting 95% van de campinggasten daar heeft geen band met de kerk. Toch zijn ze erg op Dabar gesteld. Alle campinggasten vormen één grote familie en Dabar hoort daarbij. “Als Dabar er niet zou zijn, zouden we naar een andere camping gaan”, zeggen ze. Elke morgen wordt een bijbelverhaal verteld, er zijn contacten met kinderen, tieners en volwassenen. Dat is een Godswonder.’Erik en zijn vrouw Ellen waren in 2017 voor de tweede keer campingpastors in Stavenisse. ‘De eerste keer was het wennen. Je merkt soms hoe je als ‘kerkmens’ vervreemd bent van andere mensen. Je leeft in je eigen wereldje. Hoe overbrug je de kloof? Ik merkte dat de hooggespannen verwachtingen een druk op me legden. Gaandeweg heb ik geleerd ermee om te gaan, eigenlijk door gewoon als mens onder de mensen te zijn. Luisteren. Wie wil er nog echt luisteren vandaag? Luisteren is moeilijker dan praten.’Hoe relaxed en zomers-vrolijk de camping ook oogt, achter de deuren van de stacaravans gaat veel verdriet schuil. ‘Gebrokenheid, verhalen over ernstige ziekten, teleurstellingen in het leven, beschadigingen. Je moet heel wat aankunnen, als campingpastor. Ik ben wel wat keren teruggelopen naar onze caravan met tranen in de ogen van de pijn over de rauwe werkelijkheid. Op zulke momenten lijd ik mee en verlang ik naar de wederkomst van Jezus.’

Waardevol
Toch zijn het ervaringen die Erik niet graag had gemist. ‘Ik zou elke predikant die ervaringen toewensen. De gesprekken plaatsen je met twee benen midden in de werkelijkheid. Ze hebben mijn leven verrijkt. Ik heb wonderlijke ontmoetingen gehad, waarin mensen het weldadig vonden dat ze hun verhaal kwijt konden. Bij het terras van de camping ontmoette ik een vrouw in een rolstoel. Ze wilde wel een gesprek met me, op voorwaarde dat we niet over het geloof zouden praten. ‘Ik ben er voor u’, had ik gezegd. Aan het eind van de ontmoeting vertelde we waarom ze me die voorwaarde had gesteld. Zo hadden we het er alsnog over. Ik kon woorden van troost en verwachting meegeven, haar nabij zijn in haar worsteling. Dat was waardevol.’Naast de ontmoetingen met de volwassenen had Erik dagelijks contact met de jonge vrijwilligers van het Dabarteam. ‘We begonnen elke dag met gezamenlijke bijbelstudie. Ik bemoeide me niet met de leiding, maar was beschikbaar voor gesprek, als vertrouwenspersoon. Dat werd gewaardeerd.’

Dynamiek
Erik zit in het laatste jaar van de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool Ede. Een late roeping – na 30 jaar te hebben gewerkt in de industrie, kwam hij bij een collectief ontslag op straat te staan en besloot hij het roer om te gooien. Eén dag in de week werkt hij als pastor bij een Gereformeerde Kerk op het eiland Tholen. ‘Veel van wat ik op de camping heb geleerd, breng ik daar in praktijk. In overleg met de kerkenraad bied ik ook pastoraat aan mensen die geen enkele band met de kerk hebben. Dat brengt een aparte dynamiek op gang in de gemeente. Gemeenteleden krijgen meer oog voor anderen in het dorp, ze ontwikkelen een ‘antenne’ voor signalen, ook van buiten de eigen kring.’

 

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief