Dinsdag 8 oktober om 14.00 uur vindt in de Jacobikerk in Utrecht een mini-symposium plaats naar aanleiding van de verschijning van ‘Oplichtende woorden, de mooiste preken van Andries Zoutendijk.’ Sprekers zijn ds. Leneke Marchand (Voorburg), ds. Pieter Versloot (Groningen) en Andries zelf. Toegang vrij, aanmelden is niet noodzakelijk.

Toen Andries Zoutendijk vorig jaar met emeritaat ging, was hij 28 jaar verbonden geweest aan de Jacobikerk in Utrecht. Menig predikant heeft in zijn/haar studententijd onder zijn gehoor gezeten. Eerder diende hij de gemeenten in Noorden (1978-1982) en Groningen (19802-1990). In al die jaren is de prediking een cruciaal onderdeel van zijn ambtswerk geweest. Hij heeft er regelmatig op gereflecteerd, in IZB-Areopagus-verband.
Een paar kernachtige citaten: ‘Het is niet zo dat een preek moet verwoorden wat er in de gemeente leeft. Je staat ertegenover. En ik stel me voor dat de Here God en zijn engelen moeite doen om een preek uit me te krijgen (vaak heb je dat niet door maar Paulus zegt het toch wel zo: blijf je eigen behoud bewerken enz, blijf aan je preek werken want het is God die het in je werkt). Maar de gemeente is er ook nog, de mensen zitten daar niet wat te zitten, maar ze willen het Woord uit je trekken.’

In een interview voor Areopagus Magazine, enkele jaren geleden zei hij: ‘In de verkondiging wordt een nieuwe wereld opgeroepen: de wereld van het koninkrijk van God. Daarbij hoort iets onthullends, verheldering van je bestaan.’

In het eerste jaar van zijn emeritaat heeft Andries een selectie gemaakt uit de vele preken die hij in de Jacobikerk heeft gehouden. De 15 ‘mooiste preken’ verschijnen net na de zomer, in een uitgave van IZB-Areopagus en KokBoekencentrum, onder de titel ‘Oplichtende woorden’, onder redactie van Beatrice de Graaf (hoogleraar geschiedenis, Universiteit Utrecht), Barbara Lamain (predikant ’t Woudt-Den Hoorn), Koos van Noppen (hoofd communicatie IZB) en Andries Zoutendijk.

Beatrice en Barbara, die als (oud-)gemeenteleden van de Jacobikerk Andries vaak hebben horen preken, schreven samen het voorwoord bij de bundel. Enkele passages daaruit: ‘Het bijzondere Het bijzondere van de eeuwenoude verkondiging van de Schrift is dat er iets vreemds wordt verondersteld. Toehoorders van nu worden geacht zich te kunnen vereenzelvigen met een publiek dat ruim tweeduizend jaar geleden datzelfde Woord ontving. Wij moeten zomaar accepteren dat we naast een publiek worden geplaatst dat bij de Sinaï de woorden van Mozes hoorde. Of dat door profeten met ontregelende nachtgezichten werd wakker geschud. Wat veel dominees dan vaak doen, is dat ze meteen de brug slaan naar ‘de betekenis voor het hier en nu’. Dat ze meteen de moderne verstaanshorizon omarmen en zich naar hun moderne, eenentwintigste-eeuwse toehoorders overbuigen en uitleggen wat we er nu mee kunnen, of niet kunnen, en dat het vandaag de dag natuurlijk allemaal heel anders ligt. Of dat ze er onmiddellijk allerlei morele lessen aan gaan verbinden. Dat doet Zoutendijk niet. Want daarmee kan de prediker het verhaal zelf in de weg staan. Hij begrijpt dat de ‘tijd’ van de bijbel geen ‘gewone tijd’ is, het is bijbelse tijd. Hij doet zijn best om die bijbelse tijd uit te tekenen, beeldend te maken. Er moet namelijk wel iets gebeuren om luisteraars van nu die vreemde verhalen van toen binnen te halen. Jezus sprak in gelijkenissen voor de mensen uit het Israël van rond het jaar nul, maar zijn narratief creëert een tijdsdimensie die ook op onze situatie slaat. Het gaat over nu; het gebeurt nu (…).

Doordat de preken van Andries een luisterles zijn, en ons meenemen naar die bijzondere tijd, de bijbelse tijd, staan ze in conflict met de cultuur. We mogen best vreemd zijn. We hoeven niet bij al het discipelschap en missionair zijn ons te veel naar die huidige cultuur en het hedendaagse begripskader over te buigen. Preken over de belegering van Jeruzalem, of juist over een amandeltak, mogen best vreemd zijn. Buitenstaanders mogen ons vreemd vinden.
Dat meegenomen worden in verhalen naar een andere tijd, of beter gezegd, naar een andere tijdsdimensie waarin we met Israëlieten van toen kunnen verkeren, is een manier om de verblindende focus op het heden te relativeren. Het is goed om je te verliezen in de prachtige schilderingen van die bijbelse tijd. Maar het mag ook een manier zijn om naar de toekomst te kijken.’

Deel dit nieuws: Twitter Twitter Google E-mail

Schrijf je in voor de IZB nieuwsbrief