Promotie Wim Dekker

Maandag 19 december promoveerde Wim Dekker, hoofd vorming en educatie, aan de Vrije Universiteit, op een proefschrift getiteld: 'Afwezigheid van God; een onderzoek naar antwoorden bij W. Pannenberg, K.H. Miskotte en A. Houtepen.'

Maandag 19 december promoveerde Wim Dekker, hoofd vorming en educatie van de IZB, aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, op een proefschrift getiteld: 'Afwezigheid van God; een onderzoek naar antwoorden bij W. Pannenberg, K.H. Miskotte en A. Houtepen.'

Zie hier een fotoverslag van de plechtigheid (met dank aan Piet van den Heuvel) en een verslag in het Reformatorisch Dagblad. Lees ook het interview met Tjerk de Reus (Het Goede Leven),

Voorafgaand aan de verdediging van zijn proefschrift, gaf Wim een korte uiteenzetting van de kern van zijn studie. De tekst volgt hier:

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik kort toe te lichten, waarover mijn studie gaat, die ik hier vanmiddag mag verdedigen. Het thema is de afwezigheid van God. Iemand las de titel en zei tegen mij: dat is een beetje triest onderwerp. Een ander zei meteen: maar Hij is toch niet afwezig? Weer een ander: gaat het nu om de ervaring van Gods afwezigheid of is Hij echt afwezig?
Waar gaat het over in mijn proefschrift? Het gaat om het feitelijke gegeven, dat in de hoofdstroom van de cultuur in West-Europa God buiten de normale orde van denken, leven en handelen is gezet. Wie het over God heeft behoort tot de gelovigen en gelovigen zijn een beetje bijzondere mensen. Ze houden er een aantal voorstellingen op na, die voor andere mensen niet alleen niet inzichtelijk zijn, maar ook als overbodig worden ervaren. Dat was in ons werelddeel ooit anders, maar in een proces van enkele eeuwen is de situatie thans er zo gaan uitzien.
Mijn stelling is, dat de kerkverlating, waar veel over gesproken wordt en waarvan de oorzaken soms gezocht worden in de afbraak van instituten, de individualisering, het falen van de kerk en nog meer, ten diepste te wijten is aan het feit, dat God zelf voor steeds meer mensen een voortdurend kleiner wordende stip in hun achteruitkijkspiegel is geworden, zoals Okke Jager dat jaren geleden al trefzeker opmerkte. Wanneer de stip nagenoeg of geheel uit het gezichtsveld is verdwenen heb je in de kerk niet veel meer te zoeken. Het komt ook voor, dat mensen nog wel in de kerk zitten, maar dat dit dan meer te maken heeft met de geborgenheid van een bepaalde groep, het gevoel ergens bij te willen horen dan met de realiteit van God, die in de kerk op bijzondere wijze gezocht en aanbeden wordt.

Houtepen
De vorig jaar overleden Rooms-katholieke theoloog Anton Houtepen, een van de theologen, die ik in mijn proefschrift onderzocht heb, formuleert het als volgt: 'Elke verwijzing naar God als iets of iemand achter de werkelijkheid, laat staan naar ‘Mijn God' of ‘Onze Vader' klinkt reeds als een geluid uit een vreemde wereld. Er is een ik en jij, wij en de wereld, en daarbinnen vele raadsels en geheimen, maar geen ‘Derde', geen ‘Andere' niet een van de ons bekende werkelijkheid onderscheiden ‘Opperwezen', geen richtsnoer, leidraad of geweten dan alleen onze zelfgemaakte wetten, geen rechter over levenden en doden.... Er is geen ‘zielereis', laat staan een ‘heilsgeschiedenis'.
Ik onderzoek de weg, die hij wijst om het geloof in God in onze cultuur opnieuw ter sprake te brengen op een manier, die verstaanbaar is voor buitenstaanders. Hij verwijst daarbij onder andere naar de volgende basiservaringen van mens zijn: verlangen, vertrouwen, verzet en vergeving. Het gaat er bij hem niet om, dat we mensen vanuit de analyse van deze basiservaringen als het ware gewild of ongewild het christelijk geloof in praten. Zijn uitgangspunt is datgene wat in de persoon en het werk van Jezus Christus is onthuld. We kennen God in en door het Christusgebeuren en in dit gebeuren worden de basiservaringen van het mens zijn bevestigd en van een hoopvol perspectief voorzien door zijn opstanding uit de dood. Kort gezegd: wie goed naar de mens kijkt, komt in de buurt van wat het christelijk geloof over God zegt.

Pannenberg
De tweede theoloog, die ik onderzocht heb, Wolfhart Pannenberg, volgt een vergelijkbare weg. Ook hij neemt zijn uitgangspunt in de openbaring van God in Christus om dan vervolgens aan te tonen, dat de mens op deze openbaring is aangelegd. De mens is van nature een excentrisch wezen, aangelegd op de ander, bovendien gericht op de toekomst. Zonder een impliciete verwachting van de toekomst is geen zinvol handelen in het heden mogelijk. De bijbel zegt, dat God onze toekomst is. Hij heeft dit waargemaakt door de opwekking van Jezus uit de dood. Daarin is de belofte gegeven, dat eens de dood overwonnen zal zijn. Pannenberg meent, dat er geen redelijke argumenten zijn om deze opstanding van Jezus als historisch feit te ontkennen. Sterker dan Houtepen meent Pannenberg langs de weg van redelijke argumentatie aan te kunnen tonen, dat het christelijk geloof alleszins geloofwaardig is. Het gaat in dit geloof immers om feiten, die in de geschiedenis hebben plaatsgevonden en zonder uiteindelijk toekomstperspectief leeft en handelt de mens in strijd met zichzelf als excentrisch wezen. In de visie van Houtepen nodigt het bestaan van de mens uit tot nadenken over God, in de visie van Pannenberg stuurt een eerlijke analyse van mens en geschiedenis haast onontkoombaar in de richting van het geloof in de God, zoals die door het christelijk geloof wordt beleden.

Miskotte
De derde theoloog, die door mij in mijn boek wordt besproken is Kornelis Heiko Miskotte. Hij ziet de crisis van het christelijk geloof in Europa als het gevolg van een vertekening en verduistering van de God van de bijbel in de eeuwen daarvoor. De God van de bijbel is niet dezelfde als de God van het christendom. Het christendom spande God voor de eigen kar. De God van de bijbel laat zich echter voor geen enkele kar spannen. Dan trekt Hij zich terug, verbergt Hij zich, zijn afwezigheid is dan een oordeel. De crisis in het Godsgeloof wordt alleen opgeheven, wanneer we teruggaan naar de God van de bijbel, wanneer we het bijbels abc weer gaan spellen. Miskotte is zo bang voor godsdienst als een menselijke onderneming, dat hij ook vuurbang is om vanuit het mens zijn of de aanschouwing van de wereld het gesprek over de levende God te beginnen. In de visie van Miskotte moet je bij God beginnen, wil je ooit bij Hem uitkomen.

Missionaire gesprek
In mijn eigen antwoord op het probleem van de afwezigheid van God in de laatste hoofdstukken van mijn boek buig ik de antwoorden van de drie theologen naar elkaar toe zonder de verschillen te ontkennen. Ik pleit voor een tweetrap benadering. Houtepen en Pannenberg helpen ons om het gesprek over het christelijk geloof te beginnen vanuit de algemeen menselijke ervaringen. Miskotte geeft onmisbare waarschuwingssignalen af wanneer we in de weg van dit gesprek niet meer uitkomen bij de God en Vader van Jezus Christus, maar bij een algemene God, die lijkt op de uitvergroting van onze eigen wensen en idealen. De kerk is de gemeenschap waarin we bij de les van het bijbels abc gehouden worden, maar waar we ons ook oefenen in het herkennen van sporen van God in de wereld. Dit laatste is nodig om de eenheid van geloven en leven te bewaren alsmede om het missionaire gesprek te voeren met de tijdgenoot voor wie God slechts een woord van drie letters is.