'Dat legt de Heer gewoon op m'n pad'

Tante Dini is de drijvende kracht achter een bloeiende kinderclub in een achterstandswijk in Almelo. Voorlees-opa Jan (75) komt er wekelijks met de Kijkbijbel.

(Deze reportage is ook in pdf te downloaden).

‘Maar waar zijn de kwasten?’
We stonden net zo relaxed koffie te drinken, maandagmiddag. Over tien minuten zou de kinderclub beginnen. ‘Er zijn geen kwasten nodig. We werken met stempels, van uien.’
‘Aha. Ik dacht al, wat ruikt het hier…’
De deur zwaait open.
‘Dag lieverd! Wil je wat drinken?’

Elke maandagmiddag is het vaste prik: ‘club van tante Dini‘. De vijftiger is als een tweede moeder voor de jonge bewoners van de Almelose wijk Het Nieuwland, een sociaal zwakke buurt met een treurigstemmend rijtje karakteristieken: veel eenoudergezinnen, armoede, werkloosheid, verslaving, huiselijk geweld.
‘Quinten….Lindsay….Daphne….Debby Jay….Esmeralda….’ Veertig namen telt de presentielijst. De kleine Waylin glimt van trots, want hij mag vandaag de kaars op het podium aansteken.
‘Als je bidt zal Hij je geven, als je klopt aan de deur zal hij opendoen…’ Ze zingen een paar liedjes voordat ‘opa Jan’ met de ‘Kijkbijbel’ plaatsneemt in de kring.
Vandaag gaat het over Bartiméus. Een paar kinderen zijn bepaald teleurgesteld als het na een paar bladzijden voorbij is. ‘Wat een kort verhaaltje!’
‘Volgende week verder.’
Om het hardst zingen ze een verzoeknummer van een van de kinderen.
Who’s the king of the jungle…who’s the king of the universe?’
Daarna trekken ze een sprintje naar de knutseltafels achter in de kerkzaal.

Geborgenheid
De club heeft een lange geschiedenis, met ups en downs. Een paar jaar geleden nog maar telde ze een handjevol deelnemers. Ineke, die vandaag één van de zes assistentes is, nam ooit het initiatief. ‘De kinderen voelen dat ze hier welkom zijn, dat er aandacht voor hen is. Ik heb eens met een hele clubmiddag met een kind op schoot gezeten. Het zocht alleen maar veiligheid en geborgenheid.’
Ineke is de ‘geestelijke moeder’ van Dini, die uit eigen ervaring weet wat de meeste kinderen doormaken; ze kijkt terug op een moeilijke jeugd, zonder scholing. ‘Alleen: mijn oma vertelde over Jezus. Het verhaal van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes – dat hoorde ik hier na zoveel jaar weer.’ Toen de gemeente naar een ander kerkgebouw verhuisde zette Ineke een punt achter het kinderwerk. ‘Het was goed geweest, 25 jaar.’
‘Juf, wanneer begint het weer?’ vroegen de kinderen op straat aan Dini, als ze de hond uitliet. ‘Toen heb ik gebeden: ‘Dat ze U leren kennen…dat we hen Uw liefde mogen schenken. Ze hebben al zo weinig…’ Ze pakte de draad weer op, in het scheidsrechtersgebouwtje bij de voetbalvelden. Ineke haakte ook weer aan. Dini: ‘Mijn hele ziel en zaligheid leg ik in dit werk, omdat ik zelf heb ervaren hoe je van het evangelie kunt opknappen.’


Gebedsverhoring
‘Donderstenen zijn het’, zegt opa Jan, als hij de kinderen ziet knutselen. Hij moest wel worden overgehaald om elke maandag met z’n scootmobiel naar het kerkgebouw te gaan. ‘Kan ik dan zo goed voorlezen? Dacht het niet. Het kwam zo: sinds ik een paar jaar geleden hier belijdenis deed, zit ik op een “groeigroep”. Daarvoor moet je af en toe opdrachten doen. Neem me niet kwalijk, maar als ik ergens de pest aan heb… Maar goed, ik heb een keer toegezegd en nu kom ik hier altijd. Ik vind het hartstikke leuk.’
75 jaar is hij. ‘Dus ik ben op driekwart’, grapt hij. Terwijl de kinderen linnen tasjes versieren, vertelt hij over zijn leven. Opgegroeid in een Rooms-katholiek nest. Op z’n dertigste afgekeurd, na een medische misser. ‘Rijkdom en armoede, ik heb het allemaal gekend.’ Onverwacht kreeg hij een nieuwe kans op de arbeidsmarkt. Tot aan zijn vroege pensionering runde hij een postagentschap. Over het diepste verdriet van zijn leven hebben we het dan nog niet gehad: zijn twee zoons leefden meer dan twintig jaar onderling in haat en nijd. ‘Er was geen enkel contact meer. Dan ben je 25 jaar, 40 jaar getrouwd en je laat de jubilea maar voorbij gaan. Want er valt niets te vieren.’
Via-via meldde hij zich een paar jaar geleden bij wijkgemeente De Ontmoeting voor een Alphacursus. Erg vruchtbaar was dat niet. ‘Ze vonden me maar een rare kwibus. Ik was fel tégen Jezus. Hij kon in mijn ogen de Messias niet zijn.’
Jaren heeft Jan gebeden voor verzoening tussen zijn kinderen. ‘Op een gegeven moment heb ik gezegd: ‘Geef eens een teken….’ En wat denk je? Op een goeie dag hebben de jongens hun ruzie bijgelegd en stonden ze allebei weer bij ons in huis. Tranen, natuurlijk. We hebben meteen een restaurant gebeld, feest gevierd,. Wat zich precies heeft afgespeeld, weet ik niet eens. Het was een soort Familiediner, maar dan zonder de EO.’
Jan ervoer het als een gebedsverhoring. ‘En een bewijs dat Jezus leeft. Daarna ben ik nóg een keer de Alphacursus gaan volgen en heb ik hier belijdenis gedaan. ‘Zo kwam ik via de groeigroep hier bij de kinderen.’

Hij helpt een van de jochies om de contouren van een voetbal over te trekken de linnen tas. ‘Die blokken moet je zwart kleuren…’

Pioniersplek
Ds. Catherinus Elsinga, missionair predikant van de IZB, is verbonden aan wijkgemeente ‘De Ontmoeting’, waar de kinderclub plaatsvindt. Een paar jaar geleden kon dankzij de financiële steun van enkele gemeenteleden dit pand worden gekocht.‘Hun betrokkenheid en bereidheid om zo spontaan in de doorstart van de gemeente te investeren, heb ik als een grote zegen ervaren’, zegt hij. De kinderclub is één van de goedlopende activiteiten van de gemeente. Via de club groeit ook het contact met ouders. ‘Wekelijks is er ook een koffie-café, waar veel wijkbewoners binnenlopen. In het pastoraat ontmoet ik mensen voor wie de inloop op woensdagmorgen een uitkomst is.’
Gedurende een aantal jaren heeft Elsinga naast zijn werk als wijkpredikant gewerkt als missionair adviseur voor alle PKN-wijkgemeenten in Almelo. Nu dat project ten einde loopt, richt hij zich met een werkgroep op de vorming van een pioniersplek. ‘Er zijn veel buitenkerkelijken, voor wie de drempel naar de kerk te hoog is. Ze voelen zich meer thuis in de informelere sfeer van een pioniersplek.’

Analfabete
Met een föhn helpt Ineke de kinderen de inkt en de verf van hun creaties te drogen. ‘Mooi hè’, zegt Dini. ‘Mijn man doet in relatiegeschenken, en hij had een aantal van die linnen tasjes over. Volgende keer gaan we frisbees versieren. Met twee ijsstokjes maken we er een klok van. Leren de kleintjes meteen klok kijken.’
Negentien jaar geleden raakte Dini als analfabete betrokken bij de kinderclub. Via de kerk leerde ze lezen en schrijven, kwam ze tot geloof. De vreugde daarover werd soms overschaduwd door de verwijdering die het gaf met sommigen van haar familieleden. ‘Maar ik heb geleerd dat over te geven. Ik ben zo gegroeid in mijn geloof. In het begin wist ik niet eens hoe ik bidden moest. Allemaal geleerd.’

Voor haar werk in de wijk kreeg ze vorig jaar een koninklijke onderscheiding.
‘Door mijn vele contacten weet ik welke mensen in problemen zitten, waar ze amper geld hebben voor boodschappen. Laatst kreeg ik een paar dekbedden, die ben ik ’s avonds in het donker nog bij een adresje wezen brengen. Dat legt de Heer gewoon op m’n pad…’

Koos van Noppen