Durven investeren in nieuwe vormen

20-04-2010

Gisteren kwam ik op een plein in de stad een man tegen die twee van zijn duiven liet vliegen. De prachtige witte duiven - Tuimelaars, zo vertelde hij me later- , staken fantastisch af tegen de blauwe lucht. Binnen enkele minuten vlogen ze in het luchtruim op honderden meters hoogte boven de stad.
Even was ik jaloers op deze vogels die naar mijn idee nu wel het toppunt van vrijheid moesten ervaren. Ook dacht ik aan de ansichtkaarten die rond Pinksteren in onze brievenbus vallen. Ansichtkaarten met afbeeldingen van een grote witte duif , fladderend in het heldere licht.

Als gelovige (gemeenschap) kan je daar soms naar verlangen. Gods Geest die in wereld en kerk aanwezig is en werkt. Als ik de onderzoeken en prognoses die over kerk en gemeenten verschijnen aan me voorbij zie trekken wordt ik daar meestal niet echt vrolijk van. Vergrijzing, een verder verminderd ledental en dreigende kerksluiting zijn voor veel kerkenraden en gemeenteleden geheel terecht, een grote zorg.
Nu dreigt dit misschien een sombere column te worden, maar het tegenovergestelde is waar want het verhaal is nog niet af.

De man had naast de duiven die hoog in de lucht hun buitelingen maakte nog twee andere duiven bij zich. Jonge duifjes, slechts vier weken oud. Kwetsbaar en klein in een sinaasappelkistje.
Vleugellam. Nog wel… Maar over enkele weken zouden ook zij hun witte vlerken uitslaan.
Ook nu ontstaan er naast de reeds bestaande kerken en parochies, nieuwe vormen van kerk-zijn. Pioniersplekken en andere missionaire plekken waar mooie dingen gebeuren. Soms (nog) niet zo geïnstitutionaliseerd (de slagpennen zijn nog niet volgroeid…) en hun wilde nestveren nog niet helemaal in model, maar wel plekken waar mensen God leren kennen en veranderen.

Nu kon de man deze jonge duiven natuurlijk snel de lucht ingooien en proberen te laten vliegen. Maar dat zou mislukken, frustreren en waarschijnlijk ook tot een slechte afloop leiden. Hij kon ook de wilde nestharen eruit trekken, om ze een beetje toonbaar te maken. Maar dat deed de beste man niet. Daarentegen koesterde hij zijn jonge duifjes omdat hij geloofde in de toekomst ervan.
Ook als kerk mogen we geloven in de toekomst. Juist daarom zal de kerk durven én moeten investeren in nieuwe vormen van kerk-zijn zonder dat die gelijk ‘winst’ opleveren.
Overigens ook zonder de reeds bestaande gemeenten aan hun lot over te laten. Want, om maar in de metafoor van de reeds rondvliegende duiven te blijven, ook die hebben gezonde voeding en ruimte om te vliegen nodig om mooie (en weldoordachte) missionaire buitelingen te maken. Om na een vlucht door stad en land samen met de latente vliegers maar weer te schuilen bij Gods altaren. Daar is altijd plek genoeg. De mus en de zwaluw zitten er al.

Nico van Splunter (IZB) is missionair werker voor het Project 'Thuiskomen', een activiteit van de Jeruzalemkerk, een PKN-gemeente in Amsterdam-West.

Hij schreef deze column voor Christelijk Weekblad.

 

CBF-keur voor goede doelen