'Geloven in God niet meer dan een optie'Recensie van W. Dekker: 'Een seculiere tijd', Charles TaylorHet woord ‘secularisatie’ wordt in de kerkelijke pers eindeloos in de mond genomen. Maar wat bedoelt de spreker of schrijver? Dat is lang niet altijd duidelijk. Het is ook lastig, dat je bij het gebruik van dit woord eigenlijk elke keer zou moeten uitleggen wat je bedoelt. Toch is mijn conclusie na het lezen van het hier besproken boek van Charles Taylor , dat dit wel is aan te raden.
Onvanzelfsprekend geloven
Taylor onderscheidt drie manieren waarop het begrip secularisatie gehanteerd kan worden. De eerste betekenis is, dat politiek en maatschappij niet meer een officiële binding hebben met het geloof. De samenleving is seculier, religie is een zaak van organisaties en individuen. Maar op deze manier zeg je nog heel weinig over de invloed en reikwijdte van het geloof. Zelfs onder communistische regiems kon het geloof in bepaalde landen zoals Polen in volle omvang blijven bloeien. Was Amerika trouwens niet een van de eerste westerse samenlevingen, waar kerk en staat gescheiden werden? Toch bloeit de religie, met name ook de christelijke welig op dit continent.
De tweede betekenis van secularisatie is het afstand nemen van de religieuze overtuiging, geloof in God, kerkgang. In deze zin zijn de West-Europese landen grotendeels geseculariseerd, ook daar waar er nog wel banden bestaan tussen kerk en staat.
Taylor kiest voor een derde betekenis van seculier: ’De verandering die ik wil afbakenen en traceren is een verandering die ons wegvoert uit een samenleving waarin het vrijwel onmogelijk was niet in God te geloven in de richting van een samenleving waarin geloof zelfs voor de meest overtuigde gelovige één menselijke mogelijkheid is naast andere’. (43). Geloof in God is niet vanzelfsprekend meer.
Dat laatste heeft niet zozeer te maken, zegt Taylor met wetenschappelijke onhoudbaarheid van het geloof, als wel met een veranderde levens- en wereldervaring van mensen. Geloven is een bepaalde manier van duiding geven aan de wereld, zoals die bij je binnenkomt. Geloof en ongeloof zijn geen rivaliserende theorieën, maar verschillende soorten doorleefde ervaring. Geloof ervaart de werkelijkheid ten diepste verwijzend naar een dieper geheim, een hogere wereld. Het verhaal dat daarbij hoort in de religieuze traditie geldt als hermeneutische horizon om de ervaringen in het heden te duiden. Voor de meeste mensen in West-Europa is dit echter niet meer de voor de hand liggende optie. Ze ervaren het als een vreemde sprong in plaats van als zelfevident.
Een wat langer citaat van Charles Taylor: ’In dit opzicht heeft onze westerse samenleving een gigantische verandering doorgemaakt. We hebben niet alleen een situatie, waarin de meeste mensen “naïef” binnen een construct(deels christelijk, deels verbonden met “geesten” van heidense oorsprong) als eenvoudige werkelijkheid leefden, verwisseld voor een toestand waarin bijna niemand daartoe nog in staat is, maar iedereen ziet zijn of haar optie ook als één onder vele. We leren allemaal te navigeren tussen twee gezichtspunten: een “betrokken” gezichtspunt waarin we de werkelijkheid die ons gezichtspunt voor ons opent zo goed mogelijk doorleven, en een “onthecht” gezichtspunt, waarin we zien dat we één gezichtspunt innemen onder een reeks mogelijke gezichtspunten, waarmee we op diverse manieren moeten coëxisteren’.(55)
Copernicaanse omwenteling
Ik vind dit een zeer verhelderende definitie van secularisatie, die ertoe nodigt op de goede wijze verder over onze context na te denken. Terug verlangen naar oude tijden, dat God Nederland en Oranje nog één waren helpt niet en hoeft ook helemaal niet. De tweede definitie, waarbij we secularisatie vooral verbinden met het loslaten van God en kerk voldoet ook niet. Die wordt door orthodoxe kerkbode schrijvers nog steeds te vaak toegepast. Dan dringt zich altijd weer het gevoel op, dat we te maken hebben met een probleem, waar wij (nog) buiten staan, maar dat ook ons bedreigt en waartegen we ons moeten wapenen. Maar dat helpt in het geheel niet. De definitie van Taylor maakt duidelijk, dat er een Copernicaanse omwenteling in onze cultuur heeft plaatsgevonden van God als vanzelfsprekende vooronderstelling naar God als een niet direct voor de hand liggende optie. Hierover spreken en schrijven als een buitenstaander, die het gevaar hoopt te kunnen keren, doet mij denken aan de dominee uit een naburige plaats, toen ik in mijn tweede gemeente stond en voor het eerst de zomertijd werd ingevoerd. Hij stelde serieus de vraag aan de orde of ze daar als gemeente ook in mee zouden gaan.
Met andere woorden, allen geloven wij vandaag binnen een geseculariseerde context en dat doet altijd iets met ons eigen geloof, ook als we ons dat niet bewust zijn. De grote studie van Taylor doet ons heel precies zien wat er aan de hand is.
Oplossingen?
Biedt hij ook oplossingen? Wanneer ik wel eens ergens spreek over de context van kerk en geloof vandaag gaan de vragen na afloop eigenlijk altijd alleen maar over de oplossingen. In die vragen ligt ook een zeker ongeduld. We willen het liefst zo min mogelijk bij het probleem stilstaan en zo snel mogelijk naar de hopelijk niet al te moeilijke oplossingen. Helaas, alleen al het feit dat het boek van Taylor zo ongelooflijk dik is en hij zich in het voorwoord verontschuldigt, dat hij niet alles heeft kunnen behandelen, maakt duidelijk dat dit niet gaat. Het onderkennen van de situatie waarin we verkeren en de moed daar voorlopig niet te vlug uit weg te willen, zou ons in ieder geval kunnen helpen om met hetzelfde huiswerk bezig te zijn in plaats van elkaar nog langer te bestrijden als mensen, die wel of niet teveel met de secularisatie zijn meegegaan.
Hoe kunnen we elkaar dan helpen.? Het betoog van Taylor komt hierop neer, dat het oude geloof in God weliswaar nog door weinig mensen gezien wordt als de meest plausibele manier om de werkelijkheidservaringen van vandaag te duiden. Dat betekent echter niet, dat de meeste mensen louter immanent denken. Die veronderstelling wordt door Taylor uitvoerig bestreden (669v.)
Openheid voor transcendentie
Er zijn volgens hem dus ook mogelijkheden om bij nieuw verlangen naar en ervaring van een transcendente werkelijkheid aan te sluiten en zo te zoeken naar implementatie van het christelijke verhaal in deze ruimte van transcendentie. Wat wel opvalt is, dat Taylor zich vooral als filosoof en onderzoeker blijft uitdrukken, hij waagt zich niet op het theologische pad. Daar wordt het natuurlijk wel spannend. Kunnen wij zo over God spreken en zijn handelen in de wereld, dat het voor mensen vandaag niet alleen een heel merkwaardige optie is om in Hem te geloven? Wie nu al te snel denkt: het geloof is altijd een ergernis en een dwaasheid, dat zal het dus ook nu zijn, gaat te kort door de bocht. Dat geloof een ergernis en een dwaasheid is, namelijk tegen heel veel van onze menselijke driften en verlangens ingaat, kan pas goed over tafel komen, wanneer eerst de vonk van relevantie is overgesprongen. Soms gebeurt dat heel basaal wanneer iemand tegen een overtuigde christen zegt: ik wou dat ik zo kon geloven als jij, want dat is wel heel mooi. Interessant is dan om te analyseren waar dan precies de klik zit. Meer theologisch gezegd: lukt het ons God en zijn handelen vanuit de bijbel zo ter sprake te brengen, dat er wederzijdse verheldering van ervaringen optreedt.? Dat bijvoorbeeld de oerervaring vandaag van overstelpend geluk bij het ontvangen van een kind gekoppeld wordt aan de verrassing van Sara of Abraham, om slechts één van talloze voorbeelden te noemen? Zelf denk ik dat deze narratieve weg meer vruchtbaar is dan een apologetische theologische, waarin een poging gedaan wordt de totale christelijke leer als plausibel antwoord op de wereldervaring van vandaag naar voren te brengen. Dat is net een onsje teveel en nog iets meer. Over Sara gesproken, zij had zeker ook geen omvattende christelijke wereldbeschouwing. Ze ontdekte iets van God, die een en ander tot Abraham had gezegd. Fragmentarisch, maar wel binnen een interpretatiekader en genoeg om voorlopig het vertrouwen niet op te geven. Voor veel zoekende buitenstaanders is zo’n soort fragmentarische geloofservaring wellicht een veelbelovend begin.
Hoe dan ook, Taylor stelt ons in zijn indrukwekkende studie voor de uitdaging van vertolking van het evangelie in een seculiere tijd. Het boek verdient het grondig te worden besproken door allen die zoeken naar communicatie van het christelijk geloof in een seculiere tijd.
W. Dekker, hoofd vorming en educatie IZB.
Deze recensie is eerder geplaatst in het Nederlands Dagblad, vrijdag 11 december 2009.
Naar aanleiding van: 'Een seculiere tijd', Lemniscaat 2009, gebonden, 1147 blz., €59,95. Het boek is het tweede van een tweeluik. In 2007 verscheen: 'Bronnen van het zelf'. Lemniscaat 2009, gebonden, 1147 blz., €59,95. Het boek is het tweede van een tweeluik. In 2007 verscheen: 'Bronnen van het zelf'.
|