|
|
Kijken met de ogen van een zendelingRené van Loon tijdens mini-symposium 'Kerk voor de buurt'Zaterdag 27 maart vond in Amersfoort het mini-symposium ‘Kerk voor de buurt’ plaats, een co-productie van de Protestantse Kerk in Nederland, het Evangelisch Werkverband, uitgeverij Boekencentrum en de IZB.
Ds. René van Loon hield daar een pleidooi om 'met de ogen van een zendeling' naar de eigen buurt te kijken. Hieronder volgt de volledige toespraak:

Tweeëneenhalf jaar lang heeft hoog in de lucht, naast de A-20 bij Capelle aan den IJssel een enorm bord gehangen: ‘God is liefde’. Helaas is het sinds kort weer weg. Ik heb me vaak afgevraagd, wat automobilisten daarbij nou zouden denken. En ik kwam eigenlijk altijd were tot dezelfde conclusie: de reactie op die liefde van God zal bijna altijd samenhangen met wat mensen hebben meegemaakt van Gods ‘grondpersoneel’. Als mensen die liefde van God hebben geproefd door mensen heen, die het Evangelie doorgaven met warmte, met passie, of als mensen die liefde van God hebben ervaren in heel praktische hulp van de kerk of van christenen, misschien maar in heel kleine dingen, dan kan zo’n tekst in de lucht veelzeggend zijn.
Maar als mensen daar nooit iets van hebben ervaren, de kerk hooguit hebben leren kennen als een naar binnen gerichte groepering, tikje wereldvreemd misschien, dan blijft zo’n tekst, ‘God is liefde’, letterlijk en figuurlijk in de lucht hangen.
Kerk voor de buurt, dat wil wat mij betreft zeggen: een kerk die de liefde van God doorgeeft, christenen die met daden en met woorden laten zien dat Gods liefde uitgaat naar ieder mens. Oftewel: een kerk die de Here God representeert, christenen die als ambassadeurs van hun Heiland leven in hun omgeving.
Een belangrijke vraag is dus: ‘Merkt de buurt iets van de kerk? Zou de buurt iets missen, als de kerk er niet was?’ Wordt het dorp anders, als de kerk zou verdwijnen? En de stadswijk, zou die het verschil merken: met of zonder kerk?
Het voorbeeld van en kerk voor de buurt vinden we feitelijk al in Handelingen 2. We vinden daar een gemeente die vol is van God, die met blijdschap bij elkaar komt, en dan staat er: ‘Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered werden.’
Hoe kun je dat praktisch voor je zien in een Nederlandse stad, of in een Nederlands dorp? Je denkt dan een kerk die bekend is in de buurt. Bekend, omdat de kerk goede dingen doet voor de mensen. Verrassende activiteiten, waar mensen echt mee geholpen zijn. Bekend, ook omdat de kerk betrokken is bij de buurt, en bijvoorbeeld meedoet in een dorpsraad of in een wijkoverleg-platform. Het gaat dan om een kerk die ook wil samenwerken met anderen om de leefbaarheid van het dorp, van de wijk, te vergroten.
Als mensen in de buurt interesse hebben in geloof, in God, dan is de drempel naar die kerk eigenlijk heel laag. Mensen van die kerk zijn bekend in de buurt, en de kerk heeft ook activiteiten waar je makkelijk binnenstapt. De kerk biedt mogelijkheden om het christelijk geloof te verkennen, zonder dat de kerkleden je gelijk willen claimen. Je kunt een cursus volgen, je kunt ook naar een Kerstnachtdienst of zomaar naar een dienst, en als je daar dan komt, dan begrijp je niet alles, maar je wordt wel heel hartelijk ontvangen.
In het boekje heb ik onderscheid gemaakt tussen twee sporen, de lijn van de algemene dienstbaarheid en de lijn van de hulp bij geloofsvragen. Die twee sporen, die zijn altijd aanwezig geweest in de zending. Zendelingen, vroeger en nu, kwamen nooit alleen met woorden, alleen met het Evangelie. Zendelingen hebben ook altijd geholpen, dienstbaar aan iedereen, ongeacht afkomst of levensovertuiging. Zendelingen hebben ziekenhuizen gesticht, scholen gebouwd, nieuwe landbouwmethoden geïntroduceerd, heel concreet geholpen waar nood was. Tegelijkertijd hebben die zendelingen nooit een geheim gemaakt van hun geloof. De liefde van Christus, die was de drijvende kracht achter al hun werk. En iedereen die daar meer over wilde weten, werd verder geholpen. Zo zijn vele miljoenen mensen christen geworden.
Soms ging het mis. Als die twee sporen werden vermengd. Bijvoorbeeld: je kreeg rijst als je beloofde om naar de kerk te komen. ‘Rijstchristendom’ heet dat in de missiologische handboeken. En juist in onze tijd zijn we daar erg allergisch voor geworden. Niet alleen buiten de kerk, ook binnen de kerk. Een dubbele agenda, dingen die je stiekem probeert op te dringen, manipulatie van mensen, daar kunnen we slecht tegen, en dat is maar goed ook!
Waar het om gaat is duidelijkheid en vrijheid. Duidelijkheid wil zeggen: als je hulp aanbiedt, dan doe je dat aan iedereen, ongeacht wat iemand zegt of denkt. Je verwacht niets terug, je dringt niets op, je bent er helemaal voor die ander. Algemene dienstbaarheid. En diezelfde duidelijkheid betekent ook, dat je dienstbaar bent met open vizier: ‘Wij zijn kerk van Jezus Christus. Wij hebben een passie voor God en we nodigen iedereen uit om Hem beter te leren kennen.’ Dan ben je duidelijk, maar je geeft ook vrijheid. Uiteindelijk gaat het daarbij om eerbied voor het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest overtuigt mensen, als wij wat zitten te dringen en te pushen lopen we de Geest voor de voeten, en geven we er blijk van, dat we niet ten volle op de Geest vertrouwen. Onze taak is de liefde van God uitdelen, met daden en met woorden, en hoe de Heilige Geest daarmee verdergaat, dat mogen we met een gerust hart aan Hem overlaten.
Die twee lijnen moet je dus niet vermengen, maar ze hebben wel alles met elkaar te maken. Ze zijn als de rails van een spoorbaan. Die rails raken elkaar niet, maar ze zijn allebei nodig. Mensen die bijvoorbeeld hulp krijgen bij het invullen van hun belastingformulier, bij een kerkelijke hulpdienst, kunnen zo attent gemaakt worden op de kerk en zomaar een keer een Kerstnachtdienst binnenstappen. Omgekeerd kunnen mensen een Alpha-cursus volgen, en zich vervolgens gaat inzetten als vrijwilliger bij het straten vegen in de buurt.
Je kunt je de vraag stellen: hoe komt het dat er zoveel belangstelling groeit voor het kerk-zijn in de buurt? Ik heb de indruk dat verschillende dingen een rol spelen.
Ten eerste ligt er sowieso de laatste decennia veel nadruk op de directe leefomgeving van mensen. James Kennedy, de inmiddels bekende historicus en commentator, wijst daarop in zijn nieuwste boek ‘Stad op een berg’. Hij onderscheidt drie fasen in de manier waarop de kerk staat in de samenleving. Van 1900 tot 1950 stond de kerk in dienst van de nationale gemeenschap. Christenen dachten in die tijd vooral nationaal, ‘ons Nederland’. Nationale kerkgenootschappen waren erg belangrijk in de beleving van mensen. Vervolgens kwam de kerk meer in dienst te staan van de wereldgemeenschap, we spreken dan over de periode 1950-1985. Het gaat dan over de apartheid, over kruisraketten, over de mondiale vraagstukken van oorlog en vrede. Na 1985 is dat allemaal gaan veranderen. De kerk kwam meer in dienst van de lokale gemeenschap. Mensen zijn na een heel nationale fase en een heel globale fase meer lokaal gaan denken. dat is een belangrijk punt.
Een tweede punt is dit. Door de ontkerkelijking is de kerk haar macht kwijtgeraakt. Een tijd lang is de kerk door een soort rouwproces heengegaan: ‘We hebben niet meer de meerderheid, de kerk is naar de rand van de samenleving gedrukt.’ Maar nu zijn er nieuwe generaties, die nooit anders hebben meegemaakt. De kerk is voor hen altijd een kleine minderheidsgroep geweest. En van nature voel je dan veel meer voor een ander type kerk: niet dominant, maar dienstbaar.
Daar komt bij, derde punt, dat de overheid met nieuwe belangstelling naar de kerken is gaan kijken. De overheid moet al tientallen jaren bezuinigen, en de kerken hebben een groot reservoir aan vrijwilligers, en de kerk is rijk aan gulle gevers. Veel lokale overheden juichen het toe, dat kerken sociale op zich nemen, en willen daar ook subsidie aan geven, op voorwaarde dat de kerk bij haar sociale activiteiten niet evangeliseert. In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) zijn de kerken dan ook opgenomen als participanten in het netwerk van ondersteuning.
In de vierde plaats is het missionaire werk de afgelopen jaren hoog op de agenda’s van allerlei kerkgenootschappen gekomen. Dat staat natuurlijk niet los van die andere ontwikkelingen, maar het is ook niet vanzelfsprekend. De Protestantse Kerk heeft het missionair werk tot topprioriteit bestempeld. Eergisteren kwim de landelijke tour van de Afdeling Missionair Werk in Rotterdam, en de belangstelling vanuit alle hoeken van de kerk was enorm.
Kortom: ik wil best de stelling aan dat er sprake is van een heel nieuwe situatie. Daarom pleit ik in dat boekje voor een heel radicaal standpunt. Volgens mij doe je er goed aan om naar je dorp of naar je wijk te kijken, zoals een een zendeling die voor het eerst in zijn leven in een dorp komt, midden in de bush-bush. Die zendeling zoekt de leiders van het dorp, probeert hun vertrouwen te winnen, gaat de taal leren, gaat de mensen dienen en legt het Evangelie uit aan iedereen die interesse heeft. Als je daar goed over nadenkt, over de zendeling als model voor ons bezig zijn, dan doet dat natuurlijk krankzinnig aan. Zo kijk je toch niet naar je eigen dorp, of naar je eigen wijk? Daar woon je misschien al wel 20 jaar, of 40 jaar, of misschien wel 80 jaar! Je bent helemaal onderdeel van dat geheel! En de kerk staat middenin het dorp, als het oudste gebouw!
Misschien is het tóch goed om eens een stapje terug te doen, en te denken: ‘Oke, als wij hier nu eens nieuw zouden aankomen, als groepje zendelingen, wat zouden we dan gaan doen? Zouden we dan dezelfde dingen doen als die we nu doen? Of zouden we andere prioriteiten leggen? En de mensen in ons dorp, of in onze wijk, hoe zien die ons? Weten zij eigenlijk dat wij er zijn? Wat zouden zij eigenlijk denken over ons, en over onze uitstraling?’
Nederland is een zendingsland, en laten we daar nu maar meteen ten volle de consequenties van trekken. Dus niet onze energie steken in het krampachtig vasthouden van verworven privileges. Maar de samenleving en de cultuur nemen zoals die is, en daarin open en dienstbaar de liefde van de Here Jezus laten zien. In de hoop dat de vonk overspringt en dat mensen daardoor veranderen, van binnenuit. Niet omdat een christelijke meerderheid dat oplegt, maar omdat het Evangelie vanuit het hart dat verlangen wekt.
Tenslotte dit. Bij het voorbereiden van het boekje ben ik op een dag gaan bellen naar allerlei mensen in allerlei verschillende gemeenten. Dat deed ik op grond van geruchten, dat in die gemeenten leuke dingen zouden gebeuren. Dat belrondje, daar werd is zó blij van! Het is werkelijk geweldig om te merken hoeveel er gebeurt, in heel gewone dorpen en steden, door heel gewone kerken en gemeenten. Niet spectaculair, maar wel opzienbarend door de enorme creativiteit. Wat te denken van mensen, die van hun kerktuin een labyrinth maken, met aantrekkingskracht voor de hele buurt. Of de kerken in Zeist, die tot de conclusie kwamen, dat vlakbij de Nieuwe Kerk verschillende instanties zijn die hulp bieden aan mensen met een psychische problematiek. Wat geweldig dat de kerken daarop inspelen met een pastoraal café!
Er gebeurt véél meer dan we vaak denken! Op internet staat ook al veel, maar er kan nog véél meer bij. Het helpt enorm om te weten dat mensen op allerlei manieren bezig zijn. Natuurlijk: niet alles lukt, en niet alles is ook op de langere termijn vruchtbaar, maar intussen is er héél veel dat wèl goed gaat en waarop heel veel zegen rust. Het wemelt van de initiatieven!
Ik hoop dat dit boekje eraan mag bijdragen dat die geest van creativiteit alleen maar versterkt wordt. En ik hoop ook dat het boekje mag bijdragen aan de visievorming, aan het denkkader van waaruit al die dingen gebeuren. Waardoor ogen van mensen oplichten en gaan schitteren, omdat ze méér gaan zien van de liefde van God!
Stellingen
1. Omdat er in de kerk voortdurend een gebrek is aan menskracht, kan de kerk zich beter concentreren op de hulp bij geloofsvragen, en de algemene dienstbaarheid aan anderen overlaten.
2. Om zichtbaar te zijn in de wijk, is het een must dat een gemeente een kerkgebouw heeft.
3. Missionair werk is in een dopr veel moeilijker dan in een stad, want in een dorp kent iedereen elkaar en liggen de verhoudingen vast.
4. Als een kerk echt dienstbaar is aan de buurt, gaat vanzelf het ledental van de kerk stijgen.
5. ‘Kerk voor de buurt’ is een achterhaald concept: mensen denken in onze tijd in termen van netwerken, en iedereen is mobiel en rijdt zó naar een andere plaats. De kerk kan zich dus beter richten op het netwerk van de gemeenteleden.

Het eerste exemplaar van het boek werd overhandigd aan dr. Arjan Plaisier, scriba van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Lees hier zijn toespraak.
Daarna volgde een reeks presentaties van praktijkvoorbeelden: ds. Wim Aanen (Dordrecht), ds. Leendert van der Sluijs (Nijkerkerveen - op de foto rechts, in gesprek met presentator Wim Eikelboom), Aral Dijksman (Amersfoort), Jan Waanders (Groningen), Jantine Veenhof (Amsterdam), Ria Keizer-Meeuwse (Vleuten) en Gerdien van Mourik (Nieuwerkerk aan den IJssel).
Beknopte informatie over enkele initiatieven van de medewerkers:
Ds L.W.(Leendert) van der Sluijs, Nijkerkerveen
In Nijkerkerveen vertelt een van de plaatselijke predikanten, ds. L.W. van der Sluijs, in elke ‘Open-huis-dienst’ een volksverhaal. Tijdens de ‘Open-huis-dienst’ staat letterlijk de deur open: mensen kunnen in- en uitlopen. Er wordt niet gezongen, wel is er op enkele momenten wat lichtvoetig orgelspel. Het volksverhaal wordt door de predikant enigszins verbonden met een bijbelgedeelte, dat voorafgaand aan het verhaal wordt voorgelezen. Tegen het einde van de ‘Open-huis-dienst’ gaat de predikant voor in een ‘Gebed voor de wereld’, de dienst eindigt met een zegenbede. Deze ‘Open-huis-diensten’ vinden eens per zes weken plaats op zondagmiddag, in aanvulling op de twee reguliere zondagse diensten. Vaak is er een groep van zo’n veertig mensen aanwezig, van wie een groot deel geen lid is van de kerk. Voor gemeenteleden is de drempel laag om iemand voor een ‘Open-huis-dienst’ uit te nodigen. Van tijd tot tijd wordt een ‘Open-huis-dienst’ speciaal afgestemd op een bepaalde doelgroep, zoals jongeren. Na afloop is er altijd wat te drinken, en is er ruimte voor ontmoeting en gesprek.
Gerdien van Mourik, Nieuwerkerk aan den IJssel
De Hervormde wijkgemeente van de Oude Kerk in Nieuwerkerk aan den IJssel organiseerde op een Koninginnedag een foto-expositie van bruidsparen die ooit in deze kerk trouwden. Vooraf werd een oproep gedaan om foto’s in te leveren van bruidsparen in of rond de kerk, op een zo groot mogelijk formaat. Daarnaast werd gevraagd naar de bijbehorende trouwkaart, het liturgieblad, eventueel het bedankkaartje en ook naar de praktische gegevens: de namen van het bruidspaar, de trouwdatum, de predikant die de huwelijksdienst leidde, de trouwtekst. Enkele oude trouwjaponnen, trouwkostuums en accessoires, trouwbijbels en wandborden met de trouwtekst werden eveneens tentoongesteld. Een oud knielbankje, eerder gered uit de afvalcontainer, riep bij velen nostalgische gevoelens op. Tijdens de expositie werd op het orgel gespeeld, ook was er een moment van samenzang. De toren was ook open voor bezichtiging. In de kerktuin was er gelegenheid om wat te drinken. Voor de kinderen was een knutselhoek ingericht. Er werden bruidsboeketjes gemaakt van verse bloemen. De meisjes konden met dit bruidsboeketje op de foto in een mooie prinsessenjurk. Het evenement werd een geweldig succes. Met veel (oud-)dorpsbewoners werden contacten gelegd of vernieuwd. Allerlei herinneringen kwamen boven, die leidden tot vaak ontroerende momenten.
Ria Keijzer – Meeuwse - Vleuten / Vleuterweide.
In het hart van de vinexwijk staat “Het Baken” een nieuw kerkelijk centrum, onderdeel van de Cultuurcampus. Ria Keijzer is met de kerkelijke gemeente betrokken bij een serie activiteiten, zoals:
- Een tweewekelijks open huis, met een stamtafel, lectuur en bij regelmaat een zgn. halfuursprogramma’s rond het thema “Passie”. Gemeenteleden of buurtbewoners presenteren hun interesse, hobby of verbondenheid met een ideële organisatie. Zo gaan gavengericht werven en open kerk samen.
- In de wijk wonen veel gezinnen. Naast thema-avonden heeft Ria een kofferproject opgezet: “Schatgraven, een koffer vol geloof-in-opvoeding” met materiaal voor geloofsopvoeding thuis. Het is een middel tot kennismaking en toerusting. De schatgraverskoffers zijn een maand te leen; na een bepaalde periode worden leners uitgenodigd om ervaringen uit te wisselen en elkaar te leren kennen.
- In de periode voor Kerst is “Spoor van licht” georganiseerd. Jong en oud trekt met licht door de wijk. Onderweg zijn er allerlei verrassingen: herders delen symbolen en voorwerpen uit met een boodschap, er is zang en muziek (van jongeren en ouderen). Ook worden kersttaferelen uitgebeeld bij huizen van gemeenteleden. Bij aankomst volgt een warm onthaal en volgt in de kerk een bijzonder en laagdrempelig kerstprogramma.
- Over een tijdje start er een kindermusicalproject, waarin catechetische stof, muziek, zang, en geboden medewerking worden gebundeld tot een productie in het theater op de Cultuurcampus.
Aral Dijksman – Pitstop Amersfoort
Voor veel mensen is de drempel van de kerk hoog geworden. Daarom is de kerkelijke gemeente De Brug neergestreken in wijkcentrum Het Klokhuis om daar een ontmoetingsplek voor de wijkbewoners te creëren. ‘Pitstop’ heet het project. Het is geen kerk, er is geen preek en al helemaal geen orgel. Doel is: ontmoeting en gesprek. “Wij willen een sfeer van vriendschap creëren, waarin ook nieuwe gasten zich thuis gaan voelen. De doelgroep is ‘ieder die wil komen’, zegt Aral Dijksman. Mensen van de eigen gemeente mogen alleen naar een Pitstop komen als ze iemand anders uit de doelgroep meenemen. ‘We zijn gelukkig dat we bij dit project samenwerken met SWA (Stichting Welzijn Amersfoort) en dat Martin Notten, de beheerder, ons ondersteunt. Zoals SWA, gastvrij is voor ons, zo willen wij voor de buurtbewoners gastvrij zijn.’
Wim Aanen – Dordrecht
De Christelijke Gereformeerde Zuidhovenkerk (CGZ) en de Hervormde wijkgemeente Krispijn (HWK) in Dordrecht een missionair gemeentestichtingsproject te starten in de wijk Krispijn in Dordrecht. Werktitel: het Marisproject, want ‘one size doesn’t fit all’ zeggen de Engelsen. Dat geldt niet alleen voor kleding, maar ook voor de kerk. Bijna alle kerken en kerkdiensten in ons land zijn afgestemd op keurige, blanke middle-class burgers, die vertrouwd zijn met kerkelijke gebruiken en taal. Ondertussen zijn er echter miljoenen Nederlanders voor wie dat allemaal niet geldt. Die bereik je waarschijnlijk niet met laagdrempelige diensten; daarvoor staan ze gewoon te ver van ‘de kerk’ af. Dat geldt ook voor mensen die uit een heel andere cultuur komen dan de ‘onze’. Zij zijn soms wel vertrouwd met het christelijke geloof – soms ook helemaal niet – maar niet met onze vormen. We denken ook aan mensen die afgeknapt zijn op de kerk, omdat daarin zo weinig mócht en heel veel móést. Vandaar, een Protestantse Pioniers Plek, in Dordrecht. In het projectplan worden de volgende activiteiten genoemd:
• buurtdiensten: in de vorm van lunches met een korte ‘overdenking’ en gebed
• Alpha-cursus: in ieder geval éénmaal per jaar;
• Gemeente Groei Groepen: veertiendaagse huiskringen, o.a. als nazorg voor de Alpha-cursus;
• diaconaat: o.a. preventieve schuldhulpverlening bij mensen aan de keukentafel;
• outreach: niet alleen mensen uitnodigen om bij ons te komen, maar ook bij hen langs gaan;
• kinder- en jeugdwerk.
Jantine Veenhof – Amsterdam (Baarsjes)
Jantine vertelt over diverse activiteiten vanuit de Jeruzalemkerk.
• De meest omvangrijke missionaire activiteit is 'Kaarsjes in De Baarsjes' – waarbij met de hele buurt gezamenlijk het kerstfeest wordt gevierd.
• Er wordt gewerkt aan een creatief platform over God en kunst.
• De kerk heeft een missionair traject ontwikkeld waarin een ieder die iets zoekt van geloof of God een goede plek toegewezen kan krijgen.
• Er is een ‘zondagavondgesprek’ over geloof, werk, leven en kerk. Meestal met een auteur of kunstenaar.
• In de kerkdiensten wordt geprobeerd het traditionele kerk-zijn te mixen met een openheid voor mensen van buiten, omdat er altijd wel gasten zijn.
|